Red de wereld, bouw op water

Waterstudio.nl bouwt ‘zonder littekens’ in water: van drijvende moskee tot woonwijk. Maar niet slechts voor de happy few. „Je moet helemaal niet speciaal zien of merken dat je op water zit.”

Red de wereld, bouw op het water. Met zijn bureau Waterstudio.nl doet architect Koen Olthuis niet anders. Scholen, parken, wegen, woningen – alles kan op het water worden gebouwd, en op het moment dat het niet meer voldoet of ergens anders nodig is dan kunnen al die voorzieningen eenvoudigweg worden verplaatst. Scarless development noemt hij dat, bouwen zonder littekens. Zo wordt de stad pas echt dynamisch: die kan zich niet alleen aan de veranderende wensen van de bewoners aanpassen, maar ook aan klimaatverandering met zijn wispelturige waterpeilen.

Utopisch? Helemaal niet, zegt Olthuis (38) in zijn kantoor in een woonwijk van Rijswijk, zijn plannen en visies zijn juist buitengewoon realistisch. Typisch Nederland, vindt hij, dat er in het buitenland meer geloof aan wordt gehecht dan in Nederland. Zo nomineerde Time Magazine hem in 2007 als een van de ruim tweehonderd invloedrijkste mensen ter wereld – tot zijn genoegen liet hij met zijn 122ste plaats sterarchitecten achter zich als Jean Nouvel (156ste) en Santiago Calatrava (183ste). En zijn eerste opdrachtgevers waren de ambitieuze en toen nog steenrijke ontwikkelaars van Dubai. Drijvende eilanden in de vorm van een Arabische dichtregel, een draaiende hoteltoren, villa’s op het palmeiland – het kon niet op, maar er is nog niets van gerealiseerd. Olthuis: „Wat nog goede kans maakt te worden gebouwd is de drijvende moskee. Het gebouw is energiebesparend doordat het wordt gekoeld door het zeewater, en de doorzichtige zuilen laten het daglicht gefilterd door.”

De Dubai-fantasieën waren voor Waterstudio.nl vooral een manier om hun geloofsbrieven af te geven. Het bureau is nu meer bezig met de fundamentele problemen waar veel steden in de wereld voor staan, die nog eens heviger worden door het veranderende klimaat. „In 2050 zal zo’n 70 procent van de wereldbevolking in stedelijk gebied wonen. Aangezien bijna 90 procent van de grootste steden in de wereld aan het water liggen, moeten we een nieuwe manier uitvinden om met water in de gebouwde omgeving om te gaan. Die ontwikkelingen zijn onzeker, dus we moeten flexibel worden. We moeten plannen voor verandering.”

Olthuis ziet helemaal voor zich hoe er in steden over de hele wereld op zo’n 10 procent van de wateroppervlakte drijvende gebouwd kan worden. Vooral op plaatsen waar ruimte schaars is en de grondprijs dus hoog kun je met drijvende bouwgrond een alternatief bieden. Een soort lego-stedenbouw staat hem voor ogen, waarbij drijvende stukken stad aan het land kunnen worden aangeklikt en als olieboorplatforms naar hun nieuwe ‘ligplaats’ worden gesleept.

Daartoe heeft hij als mede-eigenaar van het bedrijf Dutch Docklands een aantal jaar geleden een nieuw soort drijvende bouwgrond ontwikkeld, een kern van piepschuim met beton eromheen, die in grote oppervlaktes kan worden geproduceerd en bebouwd. Daarop is het mogelijk om wegen aan te leggen, sportvelden, scholen, wat je maar nodig hebt. „En als na een aantal jaar de kinderen groot zijn en je hebt die school niet meer nodig, kun je hem wegslepen en ergens anders neerleggen. Dat is duurzamer en flexibeler dan bijvoorbeeld zo’n groot gebouw als de Zwarte Madonna al na twintig jaar slopen en daar iets anders bouwen. Stedebouwkundigen denken dat ze God zijn die voor de eeuwigheid bouwen, maar in feite gaan gebouwen steeds korter mee.” Als voorbeeld van nieuw gebruik van het water noemt hij de Hang-rivier in Seoul. „Veel Koreanen zijn dol op golf, maar de stad is al hartstikke vol. Leg die golfbanen als drijvende parken aan in de Hang-rivier, dan hoeven de golfers niet ver te reizen en herstel je de relatie tussen de stad en de rivier.”

Water in de stad is in zijn ogen te zeer een zaak geworden van esthetiek: historische grachten, ‘makelaarswater’ als verkoopargument. „Nog maar twee generaties geleden werd het water echt als een vervoersnetwerk gebruikt, door ponten, groenteschuiten, vaarboeren, allerlei soort binnenvaart. Nu is water vooral om naar te kijken. Maar water in de stad kan zowel mooi als nuttig zijn.” Bouwen op het water moet vooral geen lollig incidentje zijn, vindt Olthuis. Het plan van Rotterdam bijvoorbeeld om een drijvende wijk in de Stadshavens in de Maas te bouwen die je alleen per boot kan bereiken, vindt hij juist hoe het niet moet. Het waterwonen wordt nu veel te veel gebracht als een nichemarkt voor de happy few die zich willen onderscheiden. „Het moet een structurele oplossing zijn. Je moet helemaal niet speciaal zien of merken dat je op water zit. Het gebruik van het water zal pas echt geaccepteerd worden als het hetzelfde comfort en prijsniveau en levensduur biedt als op het land. De techniek beheersen we al, het gaat nu om de perceptie.”

Ook moet er duidelijke en consequente regelgeving komen voor praktische zaken als verzekering, financiering, de aansluiting van gas, water en licht, welke eisen er aan de waterkwaliteit worden gesteld, en de juridische aspecten, bijvoorbeeld of een drijvend gebouw roerend of onroerend goed is. Absoluut dat laatste, vindt hij: „Het zijn normale woningen, alleen met een ander fundering.”

Sinds de oprichting van Waterstudio.nl in 2003, samen met bedrijfskundige Rolf Peters, heeft Olthuis rond de vijftig drijvende woningen in Nederland gebouwd. Die lopen uiteen van een fraaie ‘amfibische’ villa in de polder in De Hoef tot twee woningen voor particuliere opdrachtgevers op het Steigereiland op IJburg. Nu komt zijn eerste grote project in Nederland op gang, ‘Het Nieuwe Water’, waar hij de levensvatbaarheid van zijn ideeën wil bewijzen. Waterstudio.nl is bezig met de inrichting van een tachtig hectare grote polder in het Westland die opnieuw onder water wordt gezet. Het lange smalle gebied is een van de laatste polders in het kassengebied. Straks staat het water er 1,50 meter, zonodig 1,80 meter hoog. Van de 1.200 woningen staat de helft op het land en de helft drijft. „Zonder ook maar één woonboot!”

Dit is voor het eerst dat een woonwijk op water op deze schaal en zo dicht bebouwd wordt gerealiseerd. Ook opmerkelijk aan het project is dat het ontwikkeld wordt als een publieke-private samenwerking van provincie, gemeente, waterschap en de Bank Nederlandse Gemeenten, onder de naam ONW.

In eerste instantie was het de bedoeling om van de polder één grote plas te maken, maar dat werd dodelijk saai. „Wij hebben dat water benaderd als één groot gebouw en hebben er waterkamers in gemaakt. Zo wordt de plas een landschapshuis waar iedere kamer zijn eigen gebruik en inrichting krijgt.”

Het wordt een ‘hybride’ wijk, zegt de architect, met verschillende soorten woningbouw op het water. Er komt een ‘Citadel’, een soort kasteel op een schiereiland, waar de appartementen gestapeld zijn rond het binnenplein. Er wordt een reeks terpen aangelegd waarop mensen hun eigen huis kunnen ontwerpen en bouwen. Er zijn drijvende rijtjeshuizen en 28 drijvende eilanden van twintig bij dertig meter. En er komt een haven met daarin half verzonken een parkeerbak voor 1.100 auto’s – niet drijvend, want de hoeveelheid water eronder is onvoldoende om het gevaarte omhoog te houden.

„Dat drijven is geen dogma, we doen het daar waar het handig of economisch verstandig is. De polder in het Westland is voor ons een proeftuin in het bouwen op een manier die past bij de natte, slappe ondergrond van Nederland.”

Koen Olthuis voorziet dat zijn visie in drie fases werkelijkheid zal worden. Op de korte termijn, de komende tien tot vijftien jaar, zullen we functies uit de stad naar het water zien verschuiven. Over 20 tot 25 jaar zullen we de steden op grote platen zich over het water zien uitbreiden, waarbij het water – opnieuw – voor vervoer wordt gebruikt.

„In plaats van het water in te polderen en er land van te maken leggen we er een tijdelijke laag overheen. Je zal het verschil niet zien.” En op de lange termijn, vijftig tot zeventig jaar, weten we al niet beter, dan zijn land en water inwisselbaar geworden.

„De drijvende stad is geen doel op zichzelf. Het doel is om steden over de hele wereld oplossingen te bieden voor de problemen die op ze af komen.”