Passie, professie of obsessie

Kleptomanen, profiteurs, nijdassen, gelegenheidsdieven en rekenaars. Boekendieven heb je in uiteenlopende soorten en maten.

Allison Hoover Bartlett: The Man Who Loved Books Too Much. The True Story of a Thief, a Detective, and a World of Literary Obsession. Riverhead Books, 274 blz, € 25,-

Eén keer heb ik een boek gestolen. Ik leende als 17-jarige Het Zimmermann Telegram van Barbara Tuchman uit de openbare bibliotheek te Oegstgeest voor een werkstuk geschiedenis. Ik vond de materie zó ingewikkeld dat ik er aantekeningen met potlood in maakte. Omdat ik zonder het boek mijn werkstuk niet goed kon afronden, liet ik het maximaal aantal verlengingen passeren. Inmiddels had ik zoveel onderstreept, dat ik het boek als mijn eigendom begon te beschouwen. Ik bracht het nooit terug.

De ABAA (Antiquarian Booksellers’ Association of America) onderscheidt vijf typen boekendieven. De kleptomaan wil gewoonweg stelen, de profiteur is uit op winst, de boze dief steelt uit woede, de gelegenheidsdief grijpt een kans die zich onverwacht voordoet en tot slot is er de dief die een specifiek boek steelt voor persoonlijk gebruik. De lijst is opgezet voor boekhandelaren onder het mom ‘Know thine enemy’. Maar ook boekhandelaren zelf, vooral zij die zeldzame boeken verkopen, kunnen in de verleiding komen een boek te stelen als ze het écht heel graag willen hebben. Want zij hebben als geen ander een passie voor boeken.

De Amerikaanse publicist Allison Hoover Bartlett dook in de wereld van boekverzamelaars en antiquairs die leven van en voor bijzondere boeken. Meestal zijn dat blanke mannen die de middelbare leeftijd gepasseerd zijn en er wat sjofel uitzien – ze hebben iets weg van de postzegelverzamelaar. De ene lesbische verzamelaarster onder de veertig die in Hoover Bartletts boek figureert en boeken van lesbische auteurs verzamelt met een ‘author to lover’-inscriptie, vormt de uitzondering. Het prototype is een vriendelijke, onmaterialistische man die graag zijn collega’s helpt op veilingen en beurzen – al is dat soms ook om de waar van hun collega te kunnen monsteren.

Het verzamelen begint meestal als een onschuldige hobby of een toevalsaankoop: men stuit bijvoorbeeld op zijn of haar favoriete boeken uit de kindertijd. Daarna verplaatst de belangstelling zich naar eerste drukken, boeken van Nobelprijswinnaars, boeken met bijzondere tekeningen of met inscripties van auteurs – totdat de hobby uitgroeit van een passie tot een obsessie of professie.

Via de voorzitter van ABAA, Ken Sanders, komt Hoover Bartlett op het spoor van John Charles Gilkey, die antiquairs voor miljoenen van waardevolle boeken beroofde en uiteindelijk met behulp van Sanders’ inspanningen werd gepakt. Hoover Bartlett bezoekt hem in de gevangenis, spreekt gedurende twee jaar lang met hem af in cafés, gaat met hem mee naar beurzen en antiquariaten en bezoekt zijn familie. Haar boek ontrolt zich als een spannende true crime detective. Ze gaat daarbij ‘native’, door zich te verplaatsen in de extreme boekenliefhebber. Het gaat de boekenverzamelaar om meer dan de inhoud van het boek: een waardevol boek proef je met al je zintuigen, als een fysieke, bijna seksuele ervaring. Geur, esthetiek, het visuele, bezitsdrift en het aanraken en voelen van het materiaal speelt een belangrijke rol. En er is geld in het spel. Een eerste druk van Lolita, met een persoonlijke opdracht van Vladimir Nabokov aan Graham Greene, ging in 2002 bij een veiling van Christie’s voor 264 duizend dollar van de hand. Er duiken verschillende typen vervalsingen op: vervalste inscripties, recentere drukken die opnieuw worden ingebonden en als eerste druk worden gepresenteerd, of het wassen van bladzijden om ze een 18de-eeuws uiterlijk te geven.

Gilkey begint als een gelegenheidsdief. Hij werkt in een duur warenhuis waar hij de beschikking heeft over creditcardgegevens van welgestelde mensen. Elke dag noteert hij tijdens de lunch twee à drie nieuwe klantgegevens. Vanuit een telefooncel belt hij een boekhandelaar en bestelt het door hem gewenste bijzondere boek en geeft de creditcardgegevens door. Hij zegt dat hij iemand anders langs zal sturen om het op te halen. Hij loopt tegen de lamp als hij op een dag een valse cheque gebruikt, en moet de gevangenis in. Als hij vrij is, begint het stelen opnieuw. Hij ontdekt de bibliotheek als een plek waar eerste drukken in de open opstelling staan en je ook vrij gemakkelijk waardevolle kaarten uit boeken kan verwijderen. Gilkey is niet de enige – Hoover Bartlett verweeft haar verhaal met dat van andere grote boekendieven.

The Man Who Loved Books Too Much doet denken aan de verhalen van andere meesteroplichters, en leent zich uitstekend voor een verfilming. Frank Abagnale bijvoorbeeld (bekend van de film Catch Me If You Can) vervalste voor miljoenen dollars aan cheques en gaf daarbij ‘het onrechtvaardige systeem’ de schuld. Iets soortgelijks doet Gilkey. Hij heeft recht op die boeken; hij houdt er gewoon niet van om boeken van zijn eigen geld te kopen, en het wereldje is sowieso niet zuiver – welbeschouwd is hij geen dader maar een slachtoffer. Er gaat een zekere eenzame romantiek uit van Gilkey, maar in feite is het een dieptragische levensgeschiedenis: wie een boek steelt uit een bibliotheek berooft een samenleving van cultureel erfgoed en educatief materiaal. Gilkey steelt bovendien ook om te kunnen pronken en erkenning te krijgen, maar gestolen bezittingen kun je niet etaleren. Ken Sanders vraagt de journalist of zij niet de plek kan ontfutselen waar Gilkey zijn gestolen waar verstopt. Gilkey bekent aanvankelijk alleen diefstallen waarvan de juridische termijn van twintig jaar is verstreken, maar wordt steeds loslippiger, omdat Hoover Bartlett zijn enige publiek is. Als Gilkey meer te weten komt, verschuift het ethische dilemma: is ze als the woman who knew too much medeschuldig als ze niks zegt tegen de FBI over wat ze te weten is gekomen?

Aardig detail is dat Hoover Bartletts boek is gedrukt op heerlijk dik papier dat zacht aanvoelt en met bladzijden die net lijken te zijn opengesneden. Fijn lettertype ook, en een klassiek bruinoranje hardcover met gouden opdruk. Ik trap er niet in, maar eigenlijk vind ik dat iedere boekenliefhebber gewoon recht heeft op een eigen exemplaar.

    • Stine Jensen