Oud wapen in strijd tegen Intel

De regering-Obama beproeft onorthodoxe wapens in de strijd tegen de concurrentievervalsing. Het agressieve gedrag van chipproducent Intel lijkt al langer een voor de hand liggend doelwit voor de mededingingsautoriteiten. Maar de afkeer van te veel regelgeving en de moeilijkheid om technologiebedrijven aan te pakken, heeft de toezichthouders steeds afzijdig gehouden. De rechtszaak die de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) nu tegen Intel heeft aangespannen, duidt op nieuwe zelfverzekerdheid van de autoriteiten en lijkt een voorbode van verder ingrijpen.

Het is altijd lastig geweest de mededingingswetgeving toe te passen op bedrijven als Intel. De juridische molens draaien langzaam, terwijl de technologiemarkten zich in een rap tempo ontwikkelen. De rechtszaak van de Europese Unie tegen Microsoft is nog maar net afgelopen – na tien jaar! Bovendien wordt de sector gekarakteriseerd door grote schaalvoordelen. Dat maakt het moeilijk te bewijzen dat een monopolist een concurrent moedwillig om zeep heeft geholpen. Het kan zelfs rationeel zijn om zich op dit terrein te misdragen. De voordelen zijn groot en onmiddellijk, terwijl de straffen onzeker zijn en in de verre toekomst liggen.

Daarom probeert de FTC nu een andere strategie ten uitvoer te leggen. Door gebruik te maken van Sectie 5 van de FTC Act, en niet langer van de loggere Sherman Antitrust Act, hopen de toezichthouders halverwege 2011 een uitspraak van de rechter te kunnen krijgen. Dat is extreem snel voor Washingtonse begrippen.

Maar de overwinningstrofeeën zouden wel eens kunnen tegenvallen. Er zouden geen boetes zijn en de uitspraak van de rechter zou particuliere bedrijven die schadevergoeding eisen niet baten. In plaats daarvan zouden de toezichthouders trachten Intel te dwingen het voor zijn concurrenten makkelijker te maken met zijn chips te werken en het gebruik van exclusieve overeenkomsten en volumekortingen te beperken. Intel vindt dat het zijn positie niet heeft misbruikt en meent dat de FTC de spelregels tijdens de wedstrijd probeert te veranderen.

Deze strategie zou heel goed krachteloos kunnen blijken. Sectie 5 is een stoffig wapen. In het verleden werden zo nu en dan schikkingen getroffen buiten de rechtbank om, maar het is tientallen jaren geleden dat de clausule regelmatig werd gebruikt. Niettemin lijkt het een wapen dat in de strijd met de technologiebedrijven betere resultaten zou kunnen boeken.

Een grotere snelheid betekent dat misbruik kan worden aangepakt voordat de marktpositie te dominant is geworden. De greep van Intel op de markt voor microprocessoren mag verzekerd zijn, de verwante markt voor grafische chips ligt nog voor het grijpen. En als de FTC bereid is dieper in het arsenaal te tasten, mogen andere technologiereuzen als Google en Qualcomm zich ook gaan opmaken om hun defensie te versterken.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Robert Cyran