'Ook na Afghanistan zal de NAVO er nog zijn'

Een speciale commissie bedenkt de NAVO-strategie voor de komende tien jaar. Vicevoorzitter Van der Veer: „Iedereen moet snappen wat de NAVO doet.”

Jeroen van der VEER (1947) President-directeur SHELL, Chief Executive Royal Dutch Shell. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Den Haag,17 juni 2009 Mentzel, Vincent

Jeroen van der Veer, ex-topman van Shell, wist afgelopen zomer niet méér van de NAVO dan elke andere krantenlezer. Dat Nederland hem voordroeg als lid van een commissie die de nieuwe NAVO-strategie gaat bedenken voor de komende tien jaar, was een verrassing. Ook voor hem zelf.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag was tevreden: de NAVO kon niet heen om iemand met zoveel internationale ervaring. De ambtenaren wisten ook dat NAVO-secretaris-generaal Rasmussen liever geen commissie had met alleen oud-diplomaten, ex-ministers of hoogleraren. Rasmussen benoemde Van der Veer tot vicevoorzitter, naast de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright.

Jeroen van der Veer (62) zegt nu, in zijn eerste vraaggesprek over zijn werk voor de NAVO-commissie, dat hij zich afvroeg of hij wel voldoende zou kunnen „bijdragen”. Dat zei hij ook tegen Rasmussen. Maar de NAVO, zegt Van der Veer, wilde hem er graag bij hebben. Hij wist, door zijn ervaring in het bedrijfsleven hoe je scenario’s plant, strategieën bedenkt. „En energie is een onderwerp dat steeds belangrijker wordt.”

Ook uw ervaring in de omgang met Rusland zal hebben meegespeeld. U onderhandelde met Poetin over miljardencontracten.

„Ja, ik heb bijzonder veel met Rusland te maken gehad. Om complexe deals te maken moet je goed kunnen analyseren hoe de andere partij denkt en wat hij wil bereiken. De secretaris-generaal wil een nieuwe relatie met Rusland. Als je daar een strategie voor wilt hebben, moet je bedenken hoe daar wordt gedacht en wat de verwachtingen zijn.”

Wat zegt u dan in de commissie? Hoe wordt er in Rusland gedacht en wat moet de NAVO daarmee?

„Daar kan ik niet op ingaan. Maar ik ben niet de enige in de commissie die ervaring heeft met Rusland. Er is iemand die ambassadeur was in Moskou.”

Van der Veer krijgt bij zijn werk voor de NAVO hulp van een ambtenaar van Buitenlandse Zaken. Het ministerie maakte ook een ‘inleesdossier’ voor hem. Hij vond de NAVO-documenten „zwaar geschreven”, „met veel bijzinnen en altijd ook nog een voetnoot”.

De NAVO wil een nieuwe strategie, omdat de wereld anders is dan in 1999, toen het ‘strategisch concept’ werd aangenomen waar de NAVO nu mee werkt. Daarin heette terrorisme nog een ‘risico’, geen ‘dreiging’. Op het hoofdkwartier in Brussel gaat het nu over de onzekerheid in de energievoorziening, over klimaatverandering. En wat moet de NAVO doen als computersystemen van landen worden platgelegd? De commissie van Albright en Van der Veer reist landen af waar bijeenkomsten zijn over die onderwerpen. Begin volgend jaar gaan de commissieleden naar Moskou. Ze gaan ook langs bij hoofdsteden van NAVO-landen.

„Het is helemaal niet zeker”, zegt Van der Veer, „dat bij er al deze nieuwe onderwerpen een taak is voor de NAVO. Je moet je afvragen: heeft de NAVO er een rol in en zo ja, moet de NAVO het dan alleen doen? Maar bedenk wel: wij adviseren de secretaris-generaal erover in het voorjaar. Hij schrijft zelf de nieuwe strategie.”

De NAVO wil ook een nieuwe strategie omdat er, anders dan in 1999, nu 28 landen lid zijn. Van der Veer: „Als je een besluit wilt nemen met 28 aan tafel, is er altijd wel iemand die ertegen is.”

De NAVO beslist nu bij consensus. Gaat uw commissie zich bemoeien met de besluitvorming?

„Wij mogen adviseren wat we willen. Bij strategie gaat het erom: wat wil je en heb je daar de middelen voor? Je hebt allerlei soorten consensus. Als je consensus hebt op het hoogste niveau, moet je het niet nog eens gaan overdoen bij de uitvoering.”

Er is nóg een reden voor de noodzaak van een nieuwe strategie, zegt Van der Veer: de NAVO heeft steun nodig van het publiek. „De NAVO heeft in Europa een public support van 60 tot 70 procent. Dat is hoog, maar Amerika zit daaronder. Dat is een zorg. We zien ook dat de steun voor internationale organisaties afneemt. Voor mij is een goede strategie: to do the right things at the right costs. In een elevator pitch, in minder dan een minuut, moet je duidelijk kunnen maken wat de NAVO doet.”

Op het NAVO-hoofdkwartier is er al discussie over: Rasmussen wil dat de strategie kort en krachtig is. Daar krijgt hij problemen mee omdat NAVO-landen uiteenlopende belangen en wensen hebben. Hoe lang wordt het advies van de commissie?

„Daar hebben we het over gehad, daar ga ik nu niks over zeggen. Maar je zult het straks op de buis moeten kunnen uitleggen. Ik wil dat mensen na drie zinnen weten: daar is de NAVO dus voor en daar sta ik achter. De NAVO vraagt ook opofferingen. Mensenlevens.”

Zo’n kort document: dat zou toch revolutionair zijn voor de NAVO?

„Ja, maar het hoort bij onze uitdagingen om de steun van het publiek te krijgen. Ik wil dat er een tekst komt die recht door zee is.”

Dat wil de hele commissie?

„Ik ga er met al mijn Hollandse nuchterheid tegenaan douwen. Als je iets kort en duidelijk zegt, heeft het grotere impact. Complexiteit is geen rechtvaardiging voor een onleesbaar stuk.”

Wat betekent zo’n stuk over strategie nog als de NAVO in Afghanistan niet succesvol is? Is het dan niet gedaan met de geloofwaardigheid?

„Afghanistan is complex. Er is geen garantie dat je inspanningen succesvol zijn. Je kunt er lang over discussiëren of Afghanistan een test is of een taak voor de NAVO.”

Wat is Afghanistan volgens u: een test, is het erop of eronder?

„Ik zie het als een taak. Niet als een test. Er zal ook een NAVO zijn na Afghanistan. Hoe het daar ook afloopt. Helaas zit de wereld zo in elkaar dat we de kracht, de afschrikking nodig blijven hebben.”

    • Petra de Koning