Ontvrienden

De kortste dag is aanstaande. De eerste sneeuw is gevallen. De laatste groepswedstrijden van de Champions League en Europa League zijn gespeeld. Laten we nog maar een keer gaan dan, jij en ik, door de laatste dagen van het jaar, als naar bezoekuur om de diagnose te verzwijgen met een aangeleerd gezicht.

Het zal voorspelbaar zijn: de gemeentelichtjes en het duister dat druilt in wanhopige straten en jij en ik klampen ons vast aan elkaars verkrampte handen als een tumor aan een cel.

Het zal voorspelbaar zijn: de gezelligheid en dat je je kleedt alsof er nog hoop is. En het zal voorspelbaar zijn dat we achter ons kijken, omdat er vóór ons niet veel meer te zien is.

Het grote omkijken is al begonnen. Voordat we het jaar afschrijven, willen we het nog een keer beleven. Voordat we het voorgoed bijschrijven in de annalen, willen we het jaar herbeschouwen, evalueren, wegen en etiketteren. We kiezen de man en de vrouw van het jaar, het sportmoment van het jaar, de beste en slechtste politicus van het jaar en het woord van het jaar.

Het was een jaar van hoop en wanhoop, zoals ieder jaar. Het begon met de installatie van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten met zijn boodschap van hoop, het werd geteisterd door vrees voor de Mexicaanse griep en de kredietcrisis en het eindigt met de conferentie in Kopenhagen waar men elkaar voorliegt dat er nog hoop is. Intussen zeilde er een zeilmeisje door het jaar.

En welk woord kiezen de Nederlanders als woord van het jaar? Ontvrienden. Een woord van wanhoop en woede, van breken en wissen, van uitsluiting en eenzaamheid. Een jaar waarin ontvrienden de meest karakteristieke bezigheid was, moet maar zo snel mogelijk zijn afgelopen.

Lach naar me en lieg dat er nog hoop is. Neem me mee naar een land onder veel te warme dekens en blijf bij me van de nacht tot de nacht tot de nacht tot de nacht en zet je aangeleerde gezicht maar op, desnoods, het geeft niet, als het maar vlak bij het mijne is. En laten we elkaar nooit ontvrienden.

Ilja Leonard Pfeijffer