Nieuwe Senseo's van de Veluwe

Waar winden dorpelingen zich over op? In Radio Kootwijk streden omwonenden voor rust, duisternis en stilte. Met groot succes.

De bewoners van Radio Kootwijk vielen elkaar vorige week tijdens een feestelijke bijeenkomst bijna huilend in de armen. Zó opgelucht waren ze over de plannen met het voormalige zendstation op de Veluwe waar zij naast wonen. „Wij hebben altijd de nadruk gelegd op rust, natuur en leefbaarheid”, aldus voorzitter Kees Poortman van de dorpsraad. „En onze visie stemt behoorlijk overeen met de huidige plannen.”

Sinds vorige week is Staatsbosbeheer eigenaar van grond en gebouwen, waarmee vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw contact werd onderhouden met vooral Nederlands-Indië. Staatsbosbeheer wil het schitterende hoofdgebouw en enkele bijgebouwen laten restaureren voor twintig tot dertig miljoen euro, een aantal andere slopen, en het complex exploiteren door „passende, nieuwe functies, zoals educatie, training en bezinning en een vergaderruimte voor de bewoners”. De exploitatie moet ongeveer zes ton per jaar opleveren. Met maximaal 150.000 bezoekers per jaar.

Projectleider Theo Meeuwissen van Staatsbosbeheer: „Wij gaan uit van de natuur. Mensen die hier komen, worden geraakt door dit gebouw dat midden in de woeste leegte als een soort UFO is neergedaald. Het roept gevoelens van bezinning en creativiteit op en dat gevoel is voor ons het uitgangspunt voor de exploitatie. Hier kunnen kunstenaars aan de slag, maar hier kunnen ook bedrijven hun sessies houden. Ik zeg altijd: dit is de plaats waar de nieuwe Senseo wordt bedacht.”

De honderdtwintig dorpelingen lijken in vrijwel alles hun zin te hebben gekregen. Tien jaar geleden vochten ze tegen plannen van KPN om er zendmasten te plaatsen. „Van die dingen waar de vullingen van uit je kiezen trillen”, zegt bewoner Jan-Willem Udo. De zendmasten zijn er niet gekomen. Vervolgens hebben de omwonenden met succes een plan bestreden om van Radio Kootwijk een centrum voor technologie en maatschappij van te maken. Udo: „Er was hier een vergadering van die lui, en na afloop heb ik eens in de vuilnisbakken gekeken. Daar vond ik het complete plan van aanpak. Het zou een soort gamecentrum worden met 400.000 tot 800.000 bezoekers per jaar. Veel te veel natuurlijk. Toen hebben we dat plan in de publiciteit gebracht. Niemand bleek dat willen. Wij niet. De gemeente Apeldoorn niet. De provincie Gelderland niet.”

Daarover werd een paar jaar geleden nog anders gedacht. Initiatiefnemer Felix Visser is er zes jaar mee bezig geweest. Met steun van onder anderen mediaman Harry de Winter had de voormalige ondernemer en ontwerper van elektronische muziekinstrumenten een masterplan gemaakt met een budget van tien miljoen euro. Niet om er een gamecentrum van te maken, vertelt hij. En ook niet voor meer dan circa 125.000 bezoekers per jaar. „Mensen dachten volkomen ten onrechte dat er massaal jongetjes met petjes naar de Veluwe zouden komen.”

In werkelijkheid zou het een soort Evoluon worden, een centrum over de veranderingen in de samenleving als gevolg van technologische innovaties. Visser: „Met alle technologische vernieuwingen verandert ook de mens zelf. Ik noem maar iets: met de komst van de telefoon ontstond de mogelijkheid niet alleen om met elkaar te praten, maar ook om niet op te nemen als er wordt gebeld.” De bestuurders stonden volgens Visser „vierkant achter het plan”, dat zonder subsidie moest worden uitgevoerd.

Totdat vooral onder druk van de omwonenden een „wolk van negativiteit” over het plan daalde. „Geen middel werd geschuwd om alles en iedereen die zich te pletter werkte om het project rond te krijgen te bekladden, tot het publiekelijk afbranden van ambtenaren door een regionaal tv-stationnetje en krantje toe.”

Visser heeft de frustraties verwerkt, legt er zich bij neer dat de omwonenden de strijd hebben gewonnen. „Kunnen ze weer gaan badmintonnen in de zaal van het hoofdgebouw.” Al schrikt hij wel dat Staatsbosbeheer heeft gesproken over het uitvinden van de nieuwe Senseo. „Dat is letterlijk wat wij in een toelichting op onze plannen destijds hebben gezegd.”

Radio Kootwijk is definitief stil. De herinneringen blijven. Van al dan niet Indische Nederlanders die in de jaren dertig tegen enorme kosten – dertig gulden voor drie minuten bellen met Weltevreden of Bandoeng – met familie in den vreemde konden telefoneren, en voor zulke gesprekken vanuit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hun beste kleren aantrokken.

En de herinneringen van de pioniers die in Radio Kootwijk deze verbindingen tot stand brachten. Schrijver en presentator Cees van der Pluijm heeft enkele sonnetten over zijn jeugd in Radio Kootwijk gemaakt.

Vanuit de zaal weerklonk een zwaar geruisEen hees geloei deed al je botten trillenHet was er stervenswarm, ondanks de kou Van marmer, bakeliet, beton en staal.

Van der Pluijm: „Ik ben getekend door mijn jeugd. Al was het maar omdat ik vanuit Apeldoorn, waar ik op school zat, altijd snel moest vertrekken om de bus naar huis te halen. Dat is de reden dat ik nu op afspraken altijd te vroeg ben.”

    • Arjen Schreuder