Musea doen complete tentoonstellingen dunnetjes over

‘Het is nog steeds loepzuiver”, zei Rudi Fuchs enkele weken geleden toen hij in het Van Abbemuseum de tentoonstelling terugzag die hij 26 jaar geleden in precies dezelfde zalen had gemaakt. Als onderdeel van de manifestatie Play Van Abbe heeft het museum de zomeropstelling van 1983 gereconstrueerd. Fuchs, de toenmalige directeur, was destijds net terug uit Kassel, waar hij Documenta 7 had geleid. Hij had nieuwe werken gekocht van jonge kunstenaars als Sigmar Polke, Rebecca Horn, Gilbert & George en Georg Baselitz. Die combineerde hij met topstukken uit de museumcollectie, waaronder een Picasso, een Kandinsky en een Chagall.

Onmiddellijk valt op hoeveel ruimte en rust deze herhaalde tentoonstelling uitstraalt. Wat een evenwichtige presentatie, wat een leegte, wat een verademing. In de grote, eerste zaal wordt een object van Sol LeWitt geflankeerd door twee Picasso’s en vier kleurenstudies van Jan Dibbets. Meer niet. De naambordjes, met de originele typemachineletters, hangen onopvallend in de hoeken. Er is geen zaaltekst, geen zitmeubilair. Niets leidt de aandacht af van de kunstwerken. Hier gaat het louter nog om het kijken.

In 1983 zorgde deze zomeropstelling voor veel ophef. Hoe had Fuchs het in zijn hoofd gehaald om deze jonkies naast zulke gerenommeerde kunstenaars te hangen? Hoe durfde hij Jörg Immendorf met Max Beckmann te combineren? Maar nu kun je alleen maar bewondering hebben voor de mooie confrontaties die Fuchs in het Van Abbemuseum liet plaatsvinden. De tentoonstelling heeft een zekere vanzelfsprekendheid. Alsof die kunstwerken altijd op die plaats hebben thuisgehoord. Zouden we ze voorlopig niet gewoon zo kunnen laten hangen?

Reprises, of re-enactments, van kunsthistorische momenten zijn al een tijdje populair in de kunstwereld. Waren het eerst de kunstenaars zelf die oude performances opnieuw uitvoerden, nu zijn het de musea die hele tentoonstellingen nog eens dunnetjes overdoen. Sinds deze week blikt het Maastrichtse kunstcentrum Marres terug op de tentoonstelling Landschap voor een nieuwe planeet van ontwerper Ettore Sottsass, in 1969 gehouden in Stockholm. En in de Kunsthalle Bern was dit najaar de tentoonstelling Voids te zien, waarin negen beroemde lege zalen gereconstrueerd waren, waaronder die van Yves Klein en Stanley Brouwn.

Zo blijken we in de eerste jaren van deze nieuwe eeuw vooral terug te blikken op de kunst uit de vorige. Zo’n gek idee is dat niet. Waarom zouden films wel een remake verdienen, en klassiek repertoire op het toneel wel eindeloos opnieuw opgevoerd mogen worden, terwijl in de beeldende kunst nog altijd het adagium van het nieuwe geldt? Misschien kan een beetje reflectie ook wel voor wat verdieping zorgen.

„Je moet mensen dwingen om te kijken”, zei Fuchs in het Van Abbe. „Ze zijn geneigd tot zappen, dus je moet ze een beetje bij de les houden. Kijk nou eens goed, dat is wat ik destijds met deze expositie wilde zeggen. Dat geldt nog steeds.”