Loting voor studie geneeskunde is achterhaald

Uit steeds meer onderzoek blijkt dat te voorspellen is of iemand wel of niet een goede dokter kan worden. Laten we studenten op hun professionaliteit selecteren, zegt Jan Borleffs.

Een afwachtende houding over selectie aan de poort bij de studie geneeskunde is achterhaald. Door een ‘ikje’ op de Achterpagina (NRC Handelsblad, 23 november) raakte ik daar nog meer van doordrongen. Een vader beschrijft zijn ervaringen bij een bezoek met zijn zes maanden oude zoon aan het ziekenhuis: zowel de assistent als de dokter zeggen niet wie ze zijn, leggen niets uit, doen geen moeite het jongetje gerust te stellen om een onderzoek te kunnen verrichten en zeggen vervolgens niets over hun bevindingen. Volstrekt tekortschietende communicatie, bejegening en informatieoverdracht.

Voor de studie geneeskunde is er vanwege de beperkte opleidingscapaciteit een numerus fixus. Dat betekent dat je op twee manieren toegang kunt krijgen tot de studie: via een eindexamengemiddelde van 8 of hoger, of via een gewogen loting. Universiteiten hebben al langere tijd de mogelijkheid om een deel van de studenten via een zogenoemde decentrale selectieprocedure toe te laten. Maar bij gebrek aan een procedure die voorspellend is voor het uiteindelijk functioneren als dokter, is die mogelijkheid tot nu toe slechts beperkt benut.

De laatste tijd is echter een kentering merkbaar. Ten eerste verandert de tijdgeest en is selectie aan de poort niet langer onbespreekbaar. Ten tweede komen er steeds meer berichten over selectiemethoden die voorspellend zijn voor studiegedrag en wellicht ook voor het gedrag als professional.

In een Amerikaans onderzoek (Papadakis et al., The New England Journal of Medicine, 2005) werd die voorspellende waarde van selectiemethoden aangetoond. Huisartsen en medisch specialisten tegen wie medisch tuchtrechterlijke maatregelen waren genomen of die zelfs veroordeeld waren, hadden als student statistisch significant vaker onprofessioneel gedrag vertoond. Verder was er een verband tussen slechte studieresultaten in de eerste twee jaren van de studie en onprofessioneel handelen als specialist.

Enigszins generaliserend is onprofessioneel gedrag als dokter kennelijk voorspelbaar. Dat dwingt ons tot permanente aandacht voor professionaliteit tijdens de opleiding, maar geeft ook aan dat selectie gewenst is op karaktereigenschappen van de student die nodig zijn voor de beoogde professionaliteit.

Afgelopen voorjaar hebben wij in Groningen bij geneeskunde voor het eerst gebruik gemaakt van de mogelijkheid van decentrale selectie. Driehonderd kandidaten werden beoordeeld op enerzijds motivatie en kans op studiesucces en anderzijds op aanleg en karaktereigenschappen die nodig zijn voor de beoogde professionaliteit. Studenten beantwoordden vragen na een college over neurologische aandoeningen, schreven een essay over de eenkindpolitiek in China, analyseerden en vergeleken twee theorieën over slaap. Ook werden zij beoordeeld in een rollenspel, waarbij de kandidaat een medewerker in de thuiszorg speelde die een behandelrelatie met een patiënt moest beëindigen. Omdat de betreffende studenten pas een aantal maanden geleden met hun studie zijn begonnen, kunnen we op dit moment nog niets zeggen over het effect van deze selectie.

Selectie aan de poort geeft de kandidaat het gevoel zelf iets te kunnen doen aan het verkrijgen van een plaatsingsbewijs, en niet afhankelijk te zijn van loting. Voor de universiteit is een dergelijke selectie een mogelijkheid om de juiste personen voor het toekomstige beroep te selecteren.

Dat betekent ook dat we de bevoorrechte positie van de 8+’ers ter discussie moeten stellen. Er is geen bewijs dat het hoge eindexamencijfer een voorbode is voor een goede dokter. Nu er dus betere selectiemogelijkheden zijn, doen we er goed aan zowel de loting af te schaffen als de 8+-regeling. Selectie van aspirant-studenten op eigenschappen voor de beoogde professionaliteit, is hoog nodig.

Hopelijk kunnen de ikjes dan voortaan over iets anders gaan.

Jan Borleffs is internist en vice-decaan onderwijs en opleiding in het UMC Groningen en hoogleraar onderwijs en opleiding in de medische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meerdere universiteiten selecteren hun studenten geneeskunde decentraal. Zie ikwildokterworden.nl/decentrale-selectie.