Interactief leren jodelen in het Tropenmuseum

Na ruim twee jaar heeft het Tropenmuseum weer een aparte muziekafdeling. De de nadruk ligt meer dan voorheen op interactiviteit.

Met zijn ukelele brengt de langharige falsetzanger Tiny Tim zijn lijflied Tiptoe through the tulips. Wat klinkt is nu eens niet de bekende, zoetige versie. Na enkele tonen blijkt Tim omringd door de heavy metalband Ism, die er een aanmerkelijk rauwer en luider nummer van maakt.

Het is een scène uit een van de drie films die te zien zijn in de vernieuwde muziekafdeling van het Tropenmuseum. Na twee en een half jaar heeft het Tropenmuseum in Amsterdam weer een afzonderlijke muziekafdeling. De nadruk ligt er, veel meer dan voorheen, op interactiviteit. „Die vernieuwing weerspiegelt een omslag in het museum”, zegt tentoonstellingmaker Frans Fontaine. Sinds de jaren zestig lag het accent in het museum op het dagelijks leven, dat getoond werd in een nagebouwde werkelijkheid. „We hadden kopieën van huizen uit krottenwijken, bijvoorbeeld. Maar nu mensen meer op reis gaan, hoef je zulke dingen niet meer te laten zien. We zijn nu gericht op de esthetiek van voorwerpen en op immateriële cultuur. Het museum wordt abstracter. Het gaat meer om het beeld dat je oproept dan om de objecten. Zo hebben we eerder al een afdeling gemaakt waarin verhalen centraal staan.”

In de nieuwe opzet bevat de afdeling geen grote aantallen muziekinstrumenten. Wel staan er in de ruimte vier vitrines die elk gewijd zijn aan een van de instrumentgroepen, zoals blaas- en snaarinstrumenten. Via touchscreens kunnen bezoekers afbeeldingen, geluiden en korte informatie oproepen. Fontaine: „Ook zijn er verdiepingsfilms, bijvoorbeeld over de mondharp. In drie minuten krijg je te horen waarom een instrument populair is en wie het bespelen. En je ziet een hedendaagse toepassing, bij voorbeeld van een muzikant die zijn mondharp koppelt aan elektronica.”

Naast die interactieve opstellingen zijn er twee kleine studio’s. In de ene kunnen bezoekers een stoomcursus volgen in stemtechnieken als jodelen en boventoonzingen. De andere fungeert als ‘museum van vergeten liedjes’. Fontaine: „Instrumenten zijn eenvoudig te presenteren. Maar wat doe je met de stem? Dat hebben we op deze manier willen oplossen. Enerzijds de verschillende zangtechnieken, anderzijds een archief van liedjes waar ze zelf een bijdrage aan kunnen leveren. Bezoekers kunnen zelf een liedje inzingen dat ze van vroeger kennen, en dat naar zichzelf versturen. De bijdragen die echt iets toevoegen aan het bestand, nemen we op in ons archief.”

Onderdeel van de nieuwe afdeling zijn verder de drie films. In tien minuten behandelen ze instrumenten die zich over de wereld verspreid hebben; accordeon, ukelele en blaasorkest. Blaasorkesten reisden met kolonisatoren naar overzeese gebiedsdelen als klinkend symbool van de macht. Inheemse bewoners, die met de blaasinstrumenten en het slagwerk zelf orkesten vormden, gingen er hun eigen muziek op spelen en creëerden op die manier nieuwe genres. De films zijn licht van toon. „Etnomusicologie is altijd zo ernstig”, zegt Fontaine. „Wij hebben er speelse elementen in willen brengen, maar het instrument blijft de kern.”

Zoals in de film over de ukelele. Fontaine: „Dat instrument wordt doorgaans afgedaan als speelgoed. Daar ga je anders over denken wanneer je ziet hoe virtuoos Bob Brozman het bespeelt.

„Muziek reist en verandert”, benadrukt hij. „Dat willen we tonen. De hele afdeling draait om beleving. Anders kun je net zo goed een knopjesmuseum hebben.”

De muziekafdeling is vanaf vandaag geopend. Inl www.tropenmuseum.nl