'In 'Hamlet' komt het noodlot van boven'

Een opvallend Duits theatersucces van het afgelopen seizoen is de furieuze Hamlet, in de regie van Thomas Ostermeier van de Schaubühne Berlin. Het stuk is vanavond te zien in de Stadsschouwburg.

De Griekse hoofdstad Athene mocht zich op 7 juli 2008 verheugen op de wereldpremière van een opzienbarende Duitse Hamlet. Artistiek leider en regisseur Thomas Ostermeier van de Schaubühne Berlin gaf aan Athene de voorkeur boven Berlijn. Vervolgens was de voorstelling op het Festival d’Avignon te zien en pas daarna, vanaf 17 september, in Berlijn zelf.

De radicale regisseur Ostermeier (1968) erkent dat de „open sterrenhemel boven de klassieke speelplekken in Athene en Avignon hem inspireerden”. Ostermeier, vanuit zijn werkkamer in de Schaubühne aan de Lehninerplatz: „In Hamlet doen de personages veelvuldig een beroep op de sterren en het firmament. Als je in een antiek theater naar boven kijkt, zie je daadwerkelijk de hemel. Dat geeft een nieuwe dimensie. Het noodlot komt van boven.”

Degenen die een eerbiedwaardige Hamlet van Shakespeare verwachten, komen bij Ostermeier en zijn gezelschap bedrogen uit. Sterker: zij zijn gewaarschuwd. Nooit eerder is een Hamlet zo duister, grotesk, bizar en vooral welbewust als een voorstelling over gekte en waanzin gepresenteerd. De speelvloer bestaat uit een donkere laag aarde die het kerkhof symboliseert, waar Hamlets vader ligt begraven. Oom Claudius, schuldig aan diens dood, en Hamlets moeder Gertrude huwen elkaar zo snel als het kan. Het trouwfeest heeft plaats aan een langwerpige, wit beschenen tafel. De jonge Hamlet wordt waanzinnig van verdriet én van de opdracht dat hij de moord op zijn vader moet wreken.

Ostermeier is vol respect met het oorspronkelijke verhaal omgesprongen, zegt hij: „Voor de meeste regisseurs en toeschouwers is Hamlet een nobele jongeman, een waarheidszoeker. Ook in Duitsland bestaat die traditie. Goethe noemt hem een karakter met een „hoogstaande moraal die aan zijn heilige plicht ten onder gaat”. Maar ons uitgangspunt is anders. Hamlet is waanzinnig en zeker geen melancholiek, passief wezen. Eerst probeert hij door waanzin te veinzen zijn werkelijke wraakzucht te verbergen. Maar gaandeweg raakt hij verstrikt in zijn eigen spel. Dan wordt het bloedserieus. Hij kan niet meer terug. We laten Hamlet zien als een ‘Irrgarten’, een tuin met gedegenereerde personages, een kerkhof met gekken. De hele voorstelling door is de dode vader aanwezig. Als zwarte grafheuvel.”

Het origineel kent twintig personages, in deze bewerking gespeeld door slechts zes acteurs. De dubbelrollen hebben verreikende implicaties, zoals Gertrude die ook Ophelia speelt. Ostermeier: „Een van de grootste denkfouten van Hamlet is zijn haat jegens Ophelia, al is ze hem dierbaar. Zij wordt gek van zijn vernederingen. De woede die hij voelt jegens zijn overspelige moeder richt hij op haar.”

Hoofdrolspeler Lars Eidinger wekt ontzag met zijn heftige vertolking. Het overweldigende succes is grotendeels aan zijn inzet te danken. In Berlijn zijn alle voorstellingen uitverkocht. Het publiek komt voor hem. Ostermeier plaatst de befaamde zin „To be or not to be” als openingstekst. „Sein oder Nichtsein, das ist die Frage” zijn Eidingers eerste woorden. Bijna muzikaal vervolgt de acteur met een ander cruciaal begrip uit het stuk: „traümen”.

Ostermeier heeft over deze ingreep terdege nagedacht: „De monoloog is zo bekend, dat niemand er nog naar luistert. Men stoot elkaar aan als Hamlet „To be...” stamelt. Dat willen wij niet. Wij schuiven het naar voren, dan komt het aan als een schok. Als Eidinger vervolgens „schlafen oder traümen” zegt, weet je als toeschouwer waar je aan toe bent: een voorstelling die zich afspeelt in halfslaap. Als een nachtmerrie.”

Hamlet door Schabühne Berlin. Stadsschouwburg, Amsterdam. 18-19/12. Inl.: www.ssba.nl

    • Kester Freriks