Hulp Rijk bij grote projecten bepleit

Het Rijk moet gemeenten en provincies beter ondersteunen bij grote infrastructurele projecten. Die ondersteuning moet de kans op problemen zoals bij de Amsterdamse Noord-Zuidlijn verkleinen. Dat stelde oppositiepartijen SP en VVD gisteren in de Tweede Kamer tijdens een spoeddebat over de metrolijn.

SP en VVD willen de oprichting van een rijksprojectenbureau dat hulp biedt bij rijksprojecten en lagere overheden, tegen vergoeding, juridische en technische ondersteuning geeft. In dat bureau kan expertise van verschillende ministeries worden gebundeld, aangevuld met deskundigheid uit het bedrijfsleven.

„We hebben in dit land een probleem met grote projecten. Het is tijd voor een structurele oplossing”, stelde Charlie Aptroot (VVD), wijzend op de problemen met de hsl, de Betuwelijn en de tunnels in de A73 in Limburg. De SP hoopt dat de overheid met het projectenbureau een betere tegenmacht kan vormen tegen de bouwwereld.

Staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer, ChristenUnie) zei het idee voor een projectenbureau sympathiek te vinden, maar ze is „beducht” voor een nieuwe „bureaucratische instelling”. Ze wees erop dat een ‘rijksprojectenacademie’ is gestart, waar alle projectleiders van ministeries van elkaar leren: „Zodat fouten die op de ene plek gemaakt zijn, op de andere plek niet herhaald worden.” Ze beloofde in het voorjaar een brief te sturen naar de Kamer over het SP/VVD-voorstel.

Huizinga zei verder zich „grote zorgen” te maken over de Noord-Zuidlijn, maar ze weigert met extra geld over de brug te komen. De kosten van de Noord-Zuidlijn zijn opgelopen van 1,4 miljard euro naar ruim 3 miljard. De meerderheid van de Kamer sluit zich daarbij aan. De meeste partijen vinden dat Amsterdam zelf een oplossing voor de financiële problemen moet zoeken. Overigens heeft Amsterdam nog geen verzoek tot een extra rijksbijdrage gedaan. Het Rijk heeft 1,1 miljard toegezegd.