Hoe de oorlog greep kreeg op een glazen kunstwerk

Simon Mawer: De glazen kamer. Vertaald uit het Engels door Lucie van Rooijen. Anthos, 446 blz. € 22,95

Het uiteenvallen van de Donaumonarchie, na WO I, maakte het ontstaan van de Eerste Tsjechoslowaakse Republiek mogelijk. In de jonge democratie heersen energie en optimisme – zeker bij het welgestelde, jonge echtpaar Viktor en Liesel Landauer. Over het verleden hangt het floers van de oorlog, maar de toekomst wordt verlicht door de rede. Viktor, een Joodse autofabrikant, voelt zich wereldburger en heeft als toekomstvisie: ‘Een wereld van vrede en commercie, waar de enige strijd die wordt geleverd die om marktaandelen is.’ Het echtpaar wil het geloof in het moderne uitdrukken in de constructie van een nieuw woonhuis. Uitgerekend in Venetië ontmoeten ze de Duitse architect Rainer von Abt, aanhanger van het functionalisme en bewonderaar van De Stijl. Hij ontwerpt hun droomhuis van staal, glas en natuursteen, waarin vooral de woonkamer opvalt: de Glazen Kamer.

Opgetogen betrekken Viktor en Liesel omstreeks 1930 dit toch weinig praktische kunstwerk, en op het grootse inwijdingsfeest zijn zowel zij als hun vrienden vervuld van de geest van openheid en vooruitgang. Vanzelfsprekend wordt het geluk van de Landauers, uitgestald in hun Glazen Kamer, na dit hoogtepunt al snel bedreigd. Het onheil komt zowel vanbinnen uit als vanbuiten af. Ondanks hun uitgedragen voorkeur voor transparantie houden beide echtelieden er in het verborgene seksuele avonturen en verlangens op na die hun huwelijk zullen ontwrichten. En ondertussen groeit de kracht van het Derde Rijk, dat archaïsch mysticisme aan huiveringwekkende rationaliteit koppelt.

Viktor moet met zijn gezin via Zwitserland naar Amerika vluchten. Het Glazen Huis wordt onteigend en biedt tijdens de bezetting onderdak aan een instituut voor biometrisch onderzoek, dat als doel heeft de zuiverheid van de rassen te bewaren en Joden op wetenschappelijke gronden te identificeren. De nazi aan het hoofd ervan is net als de voormalige eigenaars gecharmeerd van de strakke vormen van het Glazen Huis, ook hij ziet er het ampele licht van de rede binnenvallen. Kunst en wetenschap, wil Mawer zeggen, zijn iets anders dan ethiek. Na de oorlog beschikt de staat over het huis, en pas na de val van het communisme kan de weduwe-Landauer terugkeren.

Zonder opsmuk beschrijft Simon Mawer de stormen van de 20ste-eeuwse geschiedenis die over een kwetsbaar huis met symbolische waarde razen. Al knoopt hij de losse eindjes van zijn verhaal wat laconiek aan elkaar, De glazen kamer is toch vakwerk, dat hem bijna de Booker Prize opleverde. Het huis dat model stond is Villa Tugendhat in Brno, ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe.