Giscard, Lady Di en de wens als vader van de gedachte

Valéry Giscard d’Estaing: La princesse et le président. Ed. de Fallois / XO Editions, 265 blz. €19,90

De publiciteitsstunt was in elk geval geslaagd: een paar dagen dachten alle Franse en Britse media dat hun in de jaren tachtig een eerste klas love story was ontgaan, die tussen Lady Diana en de Franse president Valéry Giscard d’Estaing. Even later bleek de wens de vader van de romaneske gedachte, zoals in Britse media al was gesuggereerd.

In zijn roman La princesse et le président blikt Giscards alter ego, president Jacques-Henri Lambertye, terug op zijn ambtstermijn in het Elysée, in de jaren tachtig. Weinig staatsaangelegenheden vermeldt hij, wel jachtpartijen, weekendjes à la campagne en vooral zijn passie voor ‘la princesse de Cardiff’. Hij ontmoet haar tijdens een diner in Buckingham Palace, in de marge van een G7-top. Lakeien plaatsen hem aan een lange tafel ‘verlicht door een reeks toortsen van goudgeel brons’, tussen koningin Victoria en de prinses. Op zijn gemak observeert hij haar hals, haar blote schouder. ‘Ik dacht aan de opwinding van Julien Sorel, in Le rouge et le noir, toen hij de arm van Madame de Rênal zag, heel dicht bij hem, en besloot haar hand te pakken.’

Wat volgt is een nette kasteelroman inclusief bedscènes, een soort huwelijksceremonie, een aanslag, een vliegtuigongeluk met koninklijke slachtoffers, overspel en een happy end in Toscane. Voor de literaire vaardigheden van Giscard d’Estaing hoef je deze roman niet open te slaan. Wel is het geestig de sfeer te proeven waarin een president verkeert, en zijn presidentiële oog voor hiërarchie en protocol van binnenuit te volgen.

Zo noteert hij zijn gêne als hijzelf naast koningin Victoria wordt geplaatst in plaats van een oudere ambtsgenoot, die minder lang in functie is. Er is de maître d’hôtel die hij na een diner wil bedanken, maar die onhandig staat te schutteren als hij zijn witte lange handschoenen moet uittrekken. En er is zijn observatie over de ambassadeur die hem ontvangt bij aankomst per helikopter en zijn handen plat op zijn hoofd legt, zodat in de windvlagen zijn haar goed blijft zitten. Dat zijn authentieke elementen uit deze roman, en die vertellen meer dan de liefdesgeschiedenis waarbij de prinses van Cardiff botweg en nogal out of the blue verklaart dat zij door hem bemind wil worden: ‘I wish that you love me’.

Opvallend zijn ook de niet van feminisme gespeende rivaliserende dialogen tussen de president en zijn prinses. Wat kost nu eigenlijk meer tijd, een Frans presidentschap of een Brits regentschap? (Door gebeurtenissen die ik hier niet zal vermelden, wordt de prinses tijdelijk regentes van het Britse koninkrijk en regeert het paar dus zowel over Frankrijk als over Engeland). Wie belt de ander het eerst ondanks de beslommeringen van het hoogste niveau? Wie heeft er, van staatswege, het meeste recht voor dag en dauw het bed te verlaten zonder de ander dat te melden? Wie lijdt er nu het meest onder het reizen incognito? Maar het hoofdstuk dat Giscard d’Estaing het meeste plezier moet hebben bezorgd, gaat over de ondertekening van ‘het pact van Rambouillet’. Het stelt de overzeese geliefden in staat elkaar te ontmoeten en betekent een revolutie in de Frans-Britse relaties. Het bepaalt dat iedere Franse burger probleemloos de Britse nationaliteit kan krijgen en vice versa, zonder de eigen nationaliteit te verliezen. En hij of zij kan stemmen en belasting betalen in het land van zijn of haar keuze. Een doorslaggevende stap in de integratie van Europa. Maar ook hier is de wens – voorlopig – de vader van de gedachte.