Geveld door de salami-tactiek

In zijn trefzekere biografie van Trotski laat Robert Service zien hoezeer de politicus op cruciale momenten fouten maakte, en het zo aflegde tegen de machtshonger van zijn opponenten.

Léon Trotski (1879-1940), homme politique russe. HRL-646164 ROGER_VIOLLET

Robert Service: Trotsky. A Biography. Macmillan, 624 blz. € 32,–

Zou het in Rusland anders zijn gelopen als Lev Trotski de opvolger van Vladimir Lenin was geweest en niet Jozef Stalin?

Het antwoord op deze ‘wat-als-vraag’ werd afgelopen eeuw ideologisch bepaald. Grof gezegd geloofde ‘links’ dat Stalin verantwoordelijk is voor de ‘verwording’ van de Oktoberrevolutie van 1917. Voor ‘rechts’ daarentegen was het lood om oud ijzer. De gewelddadige collectivisatie van de landbouw, industrialisering en rode terreur waren immers niet door Stalin verzonnen maar eerder door Trotski bepleit.

Op grond van Trotsky. A Biography van Robert Service kan deze vraag nu met een gerust hart worden afgehandeld. Met Trotski zou het inderdaad anders zijn gegaan dan onder Stalin. Zij het om een heel andere reden dan in dit grove ideologische schema. Als hem de kans was gegeven, dan nog was Trotski als politicus niet capabel genoeg geweest om zijn ideeën waar te maken. Anders dan Stalin schoot hij als bestuurder tekort om een totalitaire staat op te bouwen. Als puntje bij paaltje kwam, was Trotski namelijk allereerst een briljante maar ijdele kunstenaar, gespeend van zowel manipulatieve mensenkennis als rigoureus doorzettingsvermogen.

In de overtuigende biografie beschrijft Service de stichter van het Rode Leger en de Vierde Internationale zo: ‘Trotski was een eeuwige revolutionair en nooit een fulltime politicus. Hij overschatte welsprekendheid en literaire stijl als kenmerken van superioriteit. Hij minachtte de noodzaak om ook vuil te vechten, al was hij zelf verre van de schoonste.’ Daarmee is niet gezegd dat het onder Trotski beter was afgelopen. Mogelijk was de puinhoop niet te overzien geweest. Want Trotski had iets van de dichter-politicus, dat ambigue archetype dat door zijn romantische wispelturigheid veel schade heeft aangericht.

Die rol meet hij zich overigens pas op iets latere leeftijd aan. Als zoon van een ongeletterde maar succesvolle joodse boer in het zuiden van Oekraïne is de in 1879 geboren Leiba Bronstein aanvankelijk een nogal klassieke marxist. Op een Duitstalig atheneum in Odessa maakt hij kennis met het socialisme. Ook hij vindt dat de burgerlijke maatschappij moet worden veroverd door klassenstrijd, niet door terreur. De Russische Sociaal Democratische Arbeiderspartij (RSDAP) moet de arbeidsklasse daarvoor mobiliseren. Trotski is goed in dat propagandistische werk. Hij kan wervelend schrijven en spreken.

Voor Lenins idee dat de partij een falanx vol beroepsrevolutionairen moet zijn, voelt hij weinig. Als Lenin in 1903 een breuk in de RSDAP forceert, staat Trotski aan de kant van de mensjewieken die, anders dan de bolsjewieken, de strijd niet alleen willen voeren namens maar ook met de arbeiders. Bovendien ziet hij weinig heil in het leninistische concept van een goed getimede opstand. Trotski gelooft in een ‘permanente revolutie’ die uitwaaiert naar het Westen en de rest van de wereld.

Pas na de Februari-revolutie van 1917 onderkent hij de machtswil van Lenin, die in zijn ‘Apriltheses’ de route tegen de burgerlijke overgangsregering uitstippelt: ‘alle macht aan de sovjets’ nu het ancien régime op apegapen ligt. Wil dat succesvol zijn, dan is weekhartigheid uit den boze. ‘De kracht van de Franse Revolutie lag besloten in de machine die de vijanden van het volk een kopje kleiner maakte’, verklaart hij in de zomer van 1917.

Deze analogie indachtig trekt Trotski van leer. Als volkscommissaris organiseert hij het Rode Leger op hardhandige én opportunistische wijze. Tegen tsaristische officieren heeft hij geen bezwaar, zolang ze maar dienstbaar zijn in de burgeroorlog tegen het Witte Leger en de buitenlandse interventiemacht. Zijn oude mensjewistische vrienden krijgen daarna een beurt als de vakbonden door de bolsjewieken aan banden worden gelegd en het idee van een democratisch socialisme als illusie kan worden afgeschreven. Ook het showproces van 1922 tegen voormalige medestrijders uit sociaal-revolutionaire hoek heeft zijn warme steun.

Maar wanneer de relatieve rust weerkeert en de dagelijkse strijd om de macht binnen het sovjetstaatsapparaat begint, verliest Trotski richtinggevoel. Als hem een belangrijke taak of functie wordt aangeboden, wijst hij die op cruciale momenten steeds af, vaak met het argument dat de gemiddelde Rus een ascetisch levende Jood op zo’n positie onverteerbaar vindt.

Omdat Trotski het personeelsbeleid minder belangrijk acht dan de ideologie wordt hij na de dood van Lenin in 1924 steeds meer een prooi voor de concurrenten in de, in 1918 herdoopte, Russische Communistische Partij (RCPb).

Partijsecretaris Stalin, die als geen ander de salami-tactiek beheerst om zijn tegenstanders stuk voor stuk weg te snijden, profiteert daar langzaam van. De ‘leider’ weet Trotski stap voor stap te isoleren en te achtervolgen. In 1928 wordt hij naar Alma Ata in Kazachstan verbannen, en wanneer medio jaren dertig de showprocessen beginnen en zijn eerste vrouw, familieleden en talloze politieke aanhangers de dood worden ingedreven, zwerft Trotski door Frankrijk en Noorwegen op zoek naar een veilig heenkomen. Uiteindelijk denkt hij dat in Mexico te vinden.

Trotski voorziet met zijn pen al die jaren in zijn levensonderhoud. Boeken als Geschiedenis van de Russische Revolutie en De verraden revolutie, blijven bestsellers. Maar een politieke rol kan hij niet meer opeisen. Ook zijn eigen Vierde Internationale is al aan ruzie ten prooi voordat dit alternatief voor de stalinistische Komintern een feit is. Zelfs in het nauw weet hij zijn potentiële bondgenoten van zich te vervreemden door zijn hautaine houding jegens iedereen die hij intellectueel zijn mindere vindt, tegen bijna iedereen dus.

Tegelijkertijd verliest Trotski nooit zijn romantische naïviteit. Hij blijft geloven dat het woord, zijn woord uiteraard, voldoende kan zijn om uit een vonk de vlam voor een revolutie te ontsteken. En zo komt hij ook aan zijn einde. De man die hem op 21 augustus 1940 met een bijl vermoordt, de als trotskist vermomde stalinistische agent Ramón Mercader, weet zich zijn huis in Coyoacán binnen te praten met het alibi dat hij een conceptartikel aan de bijna 62-jarige meester wil voorleggen.

Door deze gewelddadige dood zou zijn aureool in radicaal linkse en anti-stalinistische kring lang bestendigd blijven. Pas in 1977 ridiculiseert de punkband The Stranglers de mythe met ‘No More Heroes’: ‘Whatever happened to Leon Trotsky? He got an icepick, that made his ears burn.’

Service is in zijn aangrijpende, soms geestige maar nooit sentimentele politieke biografie beleefder: ‘De dood trof hem vroeg, omdat hij vocht voor een zaak die destructiever was dan hij zich ooit had kunnen voorstellen.’

    • Hubert Smeets