Gespeelde verbazing over cijfers

De Europese Commissie en de ministers van de eurolanden gaan tekeer tegen Griekenland. Maar waarom nu pas? Dat de Griekse cijfers tegenvielen was al veel langer bekend.

De Griekse minister van Financiën Giorgos Papaconstantinou zal zich zijn eerste Ecofin – vergadering met EU-collega’s van Financiën – lang heugen. Dat was begin oktober, in Luxemburg; de Griekse socialisten hadden net de verkiezingen gewonnen. Papaconstantinou had een gesprek met Joaquín Almunia, eurocommissaris Economische en Monetaire Zaken. Hij meldde de Spanjaard dat het Griekse begrotingstekort voor 2009 ruim 12 procent van het bbp bedroeg. Geen 6, zoals eerder geraamd.

Almunia ontplofte. Ministers later ook. Eendrachtig veroordeelden zij voor de camera’s het Griekse „gesjoemel met statistieken” en „gefraudeer”. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, eurogroepvoorzitter, mopperde: „Nu is het spel uit!” Almunia was „bezorgd over de statistische discrepanties. Hoe kun je van 6 naar bijna 13 procent gaan? Ik wil grondig onderzoek naar wat misging.”

Uit deze reacties spreekt woede en verbazing. Toch wisten allen – eurocommissaris en ministers – al lang hoe erg het met de Griekse financiën was gesteld. Dat blijkt uit een document dat Almunia op 2 juli 2009 naar de eurolanden stuurde – vlak voor een ministersvergadering in Brussel. In dit document van zeven pagina’s (plus statistieken), dat in bezit is van deze krant, worden cijfers doorgerekend die de conservatieve regering-Karamanlis eind juni had aangeleverd. Die cijfers waren ingestuurd op dringend verzoek van andere eurolanden, omdat toenmalig minister Papathanassiou op een Ecofin-vergadering in Praag in april had geweigerd zijn financiële situatie toe te lichten. In het document schrijven Almunia’s ambtenaren dat de Griekse regering zich – zoals veel regeringen – verkeek op de impact van de crisis. Het begrotingstekort voor 2009 bleek hoger dan Athene eerder aangaf – 5 à 6 procent, in plaats van 3,7. Ook waren niet alle maatregelen die Griekenland moest nemen om het tekort weg te werken uitgevoerd. Verder had Athene niet alle data aangeleverd. „Als deze tendensen dit jaar doorgaan,” stelt het document, „kan het tekort boven de 10 procent van het bbp uitstijgen, wat strijdig is met het officiële streefgetal van 5 procent dit jaar.”

Het begrotingstekort voor 2009 bleek dus al in juli te zijn verdubbeld, en voor het eind van het jaar voorzag de Commissie een nieuwe verdubbeling. Waarom barstte de woede dan pas in oktober in alle hevigheid los? In Brussel denken sommigen dat de Griekse verkiezingen in september hiermee te maken hebben. Hebben Commissie en eurolanden hun toorn opgezouten tot ná de verkiezingen, omdat de conservatieven die anders geheid zouden verliezen? Dit gerucht blijkt niet te bewijzen.

Dat de vraag opkomt, is niet vreemd. Duitsland, dat deze zomer de staatssteunregels overtrad in de Opel-affaire, kreeg pas een waarschuwing na de verkiezingen eind september: velen wilden dat Angela Merkel zou winnen. Kan iets dergelijks gebeurd zijn met Karamanlis, die de regels van het Stabiliteitspact overtrad?

Wie betrokkenen ernaar vraagt, krijgt ontkennende, verontwaardigde antwoorden. Diplomaten uit eurolanden, die anoniem willen blijven, zeggen dat ministers al dit voorjaar kritisch waren over Griekenland. In Praag, in april, veroordeelden zij hun Griekse collega omdat hij weigerde opheldering te geven. Die maand sommeerde Juncker Papathanassiou schriftelijk om alsnog opheldering te geven. De Griek antwoordde dat hij vasthield aan 3,7 procent begrotingstekort, en dat dit in 2010 weer onder de 3 procent zou uitkomen. Pas eind juni gaf Athene toe dat het eerder 6 procent was.

Diplomaten bevestigen dat het statistisch bureau Eurostat al in 2008 zulke bizarre cijfers kreeg uit Athene, dat men voorstelde om de pagina Griekenland maar leeg te houden (wat niet gebeurde). Ook blijken conservatieve ministers van Financiën al een poosje samen te ontbijten voor Ecofin-vergaderingen. Politieke afstemming, zeggen medewerkers, dat doen regeringsleiders voor een top toch ook? Commissievoorzitter José Manuel Barroso en Jean-Claude Juncker zijn eveneens lid van de Europese conservatieve Volkspartij EVP.

De vergelijking tussen Karamanlis en Merkel, zeggen betrokkenen, is misplaatst. „Karamanlis heeft de kluit jaren belazerd”, zegt een Commissie-ambtenaar verontwaardigd. „Merkel is een betrouwbare Europeaan.”

Toch waarschuwde Papathanassiou gesprekspartners deze zomer dat de socialistische oppositie „anti-Europees” was. Dat Almunia – een socialist – dat geloofde, is onwaarschijnlijk. Maar beslissingen in de eurozone die met het pact te maken hebben, worden door de lidstaten genomen. De Commissie maakt rapporten en stelt voor wie er op zijn kop krijgt, maar ministers beslissen of dit ook gebeurt. Op grond van het document uit juli hadden ministers frontaal de aanval kunnen openen. Die aanval bleef uit tot Papaconstantinou’s eerste Ecofin in oktober. En werd stug volgehouden tot Griekenland vorige week aan de afgrond stond en premier Papandreou zijn bezuinigingsplannen aan de andere EU-regeringsleiders presenteerde.

Als het geen laksheid was en Karamanlis niet uit de wind werd gehouden, dan blijft er maar één verklaring over: dat Papaconstantinou zelf onthulde dat het begrotingstekort was verdubbeld. Dat plaatste de Commissie en ministers in een lastig parket: het leek of ze maanden hadden zitten slapen. Hier ging een euroland zowat onderuit. Journalisten vroegen waarom Eurostat niet had ingegrepen, de Commissie dit had laten gebeuren, de Grieken niet allang onder curatele stonden.

Almunia antwoordde dat geen land wil dat Eurostat of de Commissie ingrijpen bij nationale bureaus voor de statistiek. Dat tast de soevereiniteit aan. Dit bevredigde de pers niet. Dus kozen Commissie en ministers de vlucht naar voren. Keihard ertegenaan. Afstand nemen van de Grieken. Ook al was het niet de schuld van Papaconstantinou, de waarde van de euro kwam nu in het geding. Nu zouden de Grieken het voelen ook.

    • Caroline de Gruyter