Fryslân boppe

Het valt me op dat, net als bepaalde politieke partijen, veel mensen de laatste tijd met hun ‘roots’ bezig zijn. Oer-Hollandse Turken willen opeens naar Istanbul, Marokkanen met een bekakte ‘r’ verdiepen zich in Berberproza en Brabantse collega’s worden stiekem nostalgisch als ze onder elkaar zijn. En ik moet zeggen, met het weer van gisteren ging het bij mij ook kriebelen. Dus terwijl heel Nederland in de file stond, zette ik koers naar Friesland. Met de trein natuurlijk.

Laat je niet misleiden door mijn mediterrane looks. In mij schuilt een potentiële Friese nationalist (3e generatie). Ik herinner me als de dag van gisteren het schaatsen op het Tjeukemeer, kaatseballen in Franeker, de Fryske dùmpkes in Hindeloopen, kamperen in Nijhuizum en drabbelkoeken met chocolademelk in Sneek.

Halverwege Leeuwarden staar ik naar een verfomfaaid blaadje met het Friese volkslied. Ik wil natuurlijk beslagen ten ijs komen. Ik mompel de eerste regels: Frysk bloed tsjoch op! Wol no ris brûze en siede, En bûnzje troch ús ieren om! Flean op! Wy sjonge it bêste lân fan d'ierde, It Fryske lân fol eare en rom. Wat zoveel betekent als: Fries bloed kom in beweging. Bruis, kook, en bons door onze aderen! Kom op! Wij bezingen het beste land van de aarde, Het Friese land vol eer en roem!

Daar kan ik mee aankomen, dacht ik zo.

Als de trein Ljouwert (Leeuwarden) binnen rijdt bekruipt me een lichte twijfel. Hoe zullen mijn Friese bloedbroeders mij ontvangen? In deze tijden maak je je met mijn baardgroei sowieso een beetje zorgen als je de grenzen van de randstad overschrijdt. Voor je het weet word je gelyncht door een ziedende menigte met fakkels en hooivorken die niet geloven dat je echt geen dubbel paspoort hebt. Ik waag het erop en loop de besneeuwde donkere stad in. Niemand te zien. Ik kijk op een bordje: Keunstwurk, rechts. Tresoar Afûk, links. Fryske Akadamy, rechtdoor. Word ik ook niet echt wijzer van. Maar daar, in de verte, zie ik licht. Dichterbij zie ik het goed: Turkse Pizza van Mouni (Die overigens geen Turk blijkt te zijn, maar Algerijns). Ik besluit een Turks pizzaatje te eten. Die Friese roots kunnen nog wel even wachten. Eigenlijk voel ik me al snel thuis bij Mouni de Algerijnse Turkse pizzabakker in Ljouwert. En opeens moet ik denken aan de wijze woorden die Hip Hop-legende Rakim ooit rapte: “It ain’t where you from, it’s where you at.”

Kimon Moerbeek

    • Kimon Moerbeek