Frustraties op zee

Twee weken geleden werden dertien Somalische piraten door het Nederlandse marinefregat Hr. Ms. Evertsen 150 mijl zuidelijk uit de kust van Oman uit zee geplukt. Gisteren moest de commandant van het fregat hen vrijlaten. De dertien, die sinds begin december op het achterdek van het schip waren vastgehouden, werden voor de kust van Djibouti losgelaten. Met het vissersbootje dat de Hr. Ms. Evertsen al die tijd had meegesleept, konden de piraten de zee weer op, terug naar huis en op naar nieuw piratenwerk.

De reden voor dit ongewilde sepot door de Nederlandse marine? Defensie wist niet meer wat het met de dertien aanmoest. Geen land in de omgeving van de Arabische Zee of Rode Zee wilde hen opnemen en berechten. Kenia en de Seychellen, waarmee de Europese Unie (EU) bilaterale overdrachtsovereenkomsten over bewaring en berechting van piraten heeft gesloten, wensten de piraten niet op te nemen. Tanzania, de staat waar het enterschip vandaan kwam voordat het door de Somaliërs werd gekaapt voor hun piraterij, wilde evenmin medewerking verlenen.

Naar Nederland vervoeren was ook geen optie. Hier zitten momenteel vijf piraten vast om te worden berecht. Eén heeft via zijn advocaat laten weten dat het hem in Nederland zo goed bevalt dat hij na zijn straf wil blijven om te studeren en zijn gezin te laten overkomen. Waar of niet, de angst voor een paradoxale aanzuigende werking is niet ongegrond.

Vandaar dat ook Nederland ervoor ijvert om in de regio een speciaal tribunaal voor piraten van de grond te krijgen, zodat er zich supranationale rechtspraak en jurisprudentie ontwikkelt.

Maar als zelfs Kenia en de Seychellen terugkomen op hun eerdere toezeggingen, dan is dat een aanwijzing dat deze landen kennelijk geen prioriteit hechten aan zo’n breed opgezette bestrijding van de piraterij. De oorlogsschepen, die in het kader van de EU-missie ‘Atalanta’ in dit deel van de Indische Oceaan patrouilleren, beschermen Kenia en de Seychellen immers ook enigszins tegen deze anarchie op zee. Met hun weigering om de dertien te berechten, ondermijnen deze twee landen dan ook de toch al broze samenwerking.

Volgens minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) is deze gang van zaken ronduit „frustrerend”. Dat is niets te veel gezegd. De marine moet zich nu voelen als een politieagent die vandaag op straat de man tegenkomt die hij gisteren nog op heterdaad had aangehouden.

Maar belangrijker is het signaal dat er voor de hele regio van uitgaat. De konvooien hebben wel effect op de veiligheid van de scheepvaart, maar missen juridisch vervolg. Die notie zal ook de wedijverende partijen in Somalië, waar de radicale islamitische strijdgroep Al-Shahaab oprukt, niet ontgaan.

De enige kans op een juridische aanpak van de piraterij lijkt een internationaal ad-hoctribunaal te zijn. Maar ook die neemt danig af als opgebrachte piraten binnen de kortste keren moeten worden vrijgelaten. Aan de anarchie rond de Hoorn van Afrika komt voorlopig dus geen einde.