EEN ENGEL DIE NIET VLIEGEN KAN

Rintje kan niet wachten tot de schoolbel gaat. Als hij straks thuiskomt gaat hij met mama de kerstboom optuigen!

Eindelijk is het zover. Hij geeft juf Wijskop een hand. „Tot morgen”, zegt ze. „En veel plezier bij het versieren van de boom!”

„Wacht op ons!” gilt Henriette op het schoolplein. „We lopen met je mee!”

Maar Rintje is er als een haas vandoor.

Thuis ziet hij zijn moeder met een zaag en een hamer in de tuin. Ze heeft van twee planken een houten kruis gemaakt en dat onder de kerstboom getimmerd. Dan pakt ze de boom bij de onderkant vast en trekt hem door de deur naar binnen.

„Zo’n grote boom hebben we nog nooit gehad!” zegt Rintje. Gaan we nu de kerstballen halen?”

Samen met mama loopt hij de trap op naar de zolder. Mama pakt een hele stapel dozen van de plank.

„Til ze maar een voor een naar beneden”, zegt mama. „Er mag niks kapot gaan.”

Zo voorzichtig als Rintje kan loopt hij de trap af en weer op. Tot alle dozen beneden zijn, en dan begint het leuke werk: uitpakken. Om de ballen zit vloeipapier en dat haalt Rintje er voorzichtig af. Een voor een komen al Rintjes lievelingsfiguren weer tevoorschijn. De sneeuwman met een hoge hoed. De zilveren klokken met een echte klepel. De lantaarn met een kaarsje. Het hondje met de kerstmuts. Maar ook alle dennenappels van zilver met echte sneeuw. Er is ook een slee met de kerstman er op.

Mama en Rintje beginnen altijd met de lichtjes. Als die goed hangen, versieren ze eerste de onderste takken van de kerstboom.

Een voor een geeft Rintje de kerstballen aan. Als mama niet meer bij de taken kan, pakt ze de keukentrap. Hoger en hoger komen de kerstballen te hangen.

Rintje loopt bij iedere bal naar achteren om te kijken waar hij moet komen.

„Iets meer naar rechts”, roept hij dan, „of iets meer naar boven.”

„We zijn er bijna”, zegt mama. „Maar eerst heb ik een verrassing.” Ze pakt de koektrommel. Als Rintje de deksel opendoet ziet hij allemaal kerstkransjes liggen.

„Die gaan we ook nog in de boom hangen, maar eerst moeten we natuurlijk proeven of ze wel lekker zijn.”

Na twee keer proeven weet Rintje het zeker. Het zijn de lekkerste kerstkransjes ooit!

En dan is het tijd om de kerstengel helemaal boven in de boom te hangen. Rintje pakt de engel uit het vloeipapier. Mama staat nu op de bovenste tree van de ladder en strekt haar arm helemaal uit naar de top van de boom. Ze kan er maar net bij.

„Zo”, zegt ze. „De engel hangt.”

Maar ze heeft het nog niet gezegd of de engel valt met een knal op de grond. In wel duizend zilveren stukjes.

„Het is een engel die niet vliegen kan”, zegt mama als ze Rintjes verdrietige snoet ziet. „Maar scherven brengen geluk. Je mag nu vast een wens doen!”

„Dan wens ik...” zegt Rintje.

Maar mama legt haar poot op zijn snuit. „Niet hardop zeggen”, zegt ze. „anders komt de wens niet uit.”

    • Sieb Posthuma