De grijns van Jol

De meeste coaches houden van jasje, dasje. Daarmee geven zij aan dat ze voetbal belangrijk vinden – hun club, de sponsors, de financiële belangen. Respect is het woord. Daarom vindt Co Adriaanse het trainingspak waarin Martin Jol op de bank zit bij wedstrijden van Ajax ‘niet des Ajax’. Jol geeft zijn commentaar op een wedstrijd doodleuk van onder een honkbalpet en daarbij grijnst hij ook nog.

Sportliefhebbers kunnen de grijns van Jol inmiddels wel uittekenen. Zelfs na een nederlaag duwt Jol zijn mondhoeken uiteen, soms met een zweem van cynisme maar nooit echt vervelend. De vraag is waaraan dat ligt, dat eeuwige grijnzen van Jol. Welnu, gisteravond viel ineens mijn kwartje. In de rust van Ajax-Anderlecht, stand 0-3, zei analist Aad de Mos dat het team van Jol niet kan terugvallen op een systeem. Pijlers als Luis Suarez en Demi de Zeeuw ontbraken en als gevolg daarvan hing het elftal als los zand aan elkaar. Bij PSV en FC Twente is dat anders, analyseerde De Mos: bij die clubs kun je vervangen wie je wilt, de samenhang blijft.

Interessant verhaal. Vooral omdat juist Ajax een club is waar de speelwijze er al vanaf de E’tjes wordt ingeramd. Als je ergens gestructureerd voetbal mag verwachten, dan is het wel in Amsterdam. PSV en Twente zitten pragmatischer in elkaar. Daar stappen ze rustig over op een nieuwe strategie als dat tot betere resultaten leidt. Toch zie je gek genoeg bij deze clubs dit seizoen steeds drie aanvallers – wat ‘des Ajax’ is – én zij staan in de competitie inmiddels ver voor op Ajax.

Het wordt nog vreemder als je bedenkt dat bij geen eredivisieclub zoveel spelers uit de eigen opleiding in het eerste rondlopen als juist bij Ajax. En deze vruchten van ‘eigen kweek’ maken er een potje van zodra de aankopen Suarez en De Zeeuw niet meedoen? Raadselachtig. Nee, zuivere ironie. Ajax is de rijkste club van Nederland en de helden van die club spelen slechter samen dan de helden van een club die half zoveel te besteden heeft – FC Twente – en die toch praktisch al zijn talent van elders haalt. Ga d’r maar aan staan. Kennelijk loont het niet om veel spelers zelf op te leiden. Want ook bij PSV wordt de bal ondanks – of dankzij – de talrijke ‘vreemdelingen’ beter rondgespeeld dan bij Ajax. Het vreemdelingenlegioen van Eindhoven straalt meer clubliefde uit dan de kweekvijver van Amsterdam.

Recent genomen besluit van het Ajaxbestuur: er moet nog meer eigen talent in het eerste. Het is om gek van te worden. Of misschien moet je erom lachen. En dat lijkt precies te zijn wat Martin Jol doet. Hij zet zijn honkbalpetje op en grijnst. Geef hem eens ongelijk. Jol kan de club waar hij werkt echt niet serieus nemen.

    • Auke Kok