Blokhuis zoekt de bleke schimmen uit het verleden

Leo Blokhuis: City to City. Ambo, 205 blz. €24,95

De popprofessor, wordt Leo Blokhuis wel genoemd. Niet alleen omdat hij jaarlijks allerlei weetjes vertelt over oude hits in het tv-programma Top 2000 dat tussen Kerstmis en Nieuwjaar dagelijks wordt uitgezonden, maar ook omdat hij de afgelopen jaren verschillende boeken over popmuziek heeft geschreven, zoals Het Plaatjesboek en Grijsgedraaid.

Ook in zijn nieuwe boek, City to City, vertelt Blokhuis weer vele wetenswaardigheden over hits en (on)bekenden uit de popgeschiedenis. Dit keer aan de hand van steden die een opmerkelijke rol hebben gespeeld in de popmuziek, zoals Detroit (de stad van het beroemde soullabel Motown)en Liverpool (stad van de Beatles en de Mersey-beat). Van de tien behandelde muzieksteden zijn er twee niet Angelsaksisch: Parijs, waar bijna alle Franse chansonniers in de jaren vijftig en zestig woonden, en Den Haag, Nederlands beatstad nummer 1.

Voor elke stad heeft Blokhuis een jaartal genomen dat cruciaal is voor de muziekgeschiedenis. Bij Memphis hoort bijvoorbeeld 1953, het jaar waarin Elvis Presley zijn eerste opname liet maken. Elk hoofdstuk van City to City kent dezelfde opbouw. Het begint met een factsheet waarop onder meer bekende artiesten en hits uit de betreffende stad staan vermeld. Dan volgt de beschrijving van Blokhuis’ bezoek aan de stad, al dan niet met zijn dochters, en de verhalen over de muzikanten en hun muziek. Tussen de teksten staan veel afbeeldingen, vooral van platenhoezen en affiches. Bij het boek is een cd gevoegd, met tien nummers van onder anderen Elvis Presley, Cilla Black en Golden Earring.

Het is een formule voor een prachtboek. Toch is City to City dat niet geworden. Dat komt vooral doordat Blokhuis zelden iets opmerkelijks weet te melden. Zijn boek doet erg denken aan het verhaal van de man die omstandig vertelt dat hij naar een winkel ging die dicht bleek te zijn. De legendarische clubs en studio’s die hij in de muzieksteden bezoekt blijken bijvoorbeeld, zoals te verwachten was, bleke schimmen uit het verleden of zijn zelfs van de aardbodem verdwenen. Ook zijn herinneringen zijn weinig bijzonder. De vele interviews die hij tijdens zijn werk voor radio en tv met popartiesten heeft gehouden, hebben opmerkelijk weinig memorabele verhalen opgeleverd.

Blokhuis enthousiasme voor popmuziek is grenzeloos, maar dit keer speelt dit hem parten. Of het nu gaat om nummers van Franse chansonniers, rhythm ‘n’ blues-jongens uit New Orleans of folkmuzikanten uit New York – hij vindt bijna alles mooi, prachtig en geniaal. Maar voortdurende lof is ook monotoon en verveelt snel. De saaiheid wordt nog versterkt door Blokhuis’ vlakke stijl. City to City bestaat grotendeels uit een eindeloze stoet nummers, namen en jaartallen, vervat in zouteloos Wikipedia-proza.