Alleen vrouw(tje) voor man en hond

De allereerste P.C. Hooft- prijs werd toegekend aan een vrouw, dat was in 1947. Eerlijk zeggen of u ooit van de schrijfster hebt gehoord. Haar naam is Amoene van Haersolte, geboren jonkvrouw Ernestine Amoene Sophia van Holthe tot Echten (1890-1952). Ik moet haar bekroonde werk, Sophia in de Koestraat, toch nodig eens lezen. Na Amoene kregen nog drie vrouwen de prijs in de categorie verhalend proza: Anna Blaman in 1957, Hella Haasse in 1983 en dan nu Charlotte Mutsaers. In de categorie essay is nooit een vrouw gelauwerd, alleen dichteressen zijn goed vertegenwoordigd op onze Olympus.

Kandidaten, ook voor verhalend proza, zijn er genoeg, ik doe een greep: Renate Dorrestein, Anna Enquist, Mensje van Keulen, Doeschka Meijsing, Marga Minco, Margriet de Moor, Nelleke Noordervliet, Wanda Reisel. Maar kunnen zij tippen aan Amoene van Haersolte?

Vrouwelijke essyaisten – denk aan Annie Romein of Renate Rubenstein – kwamen al helemaal niet in aanmerking, romans en essays schijnen mannelijke genres te zijn.

Of is er te vaak seksistisch geoordeeld door jury’s? Gelukkig kunnen we nu eens hartgrondig zeggen dat het geslacht van de auteur geen rol meer speelt. Charlotte Mutsaers is bekroond voor haar prachtige oeuvre, inclusief haar essays, niet omdat ze een vrouw is.

Toen Mutsaers in NOVA werd gevraagd hoe ze het vond om als vrouw te worden bekroond (krijgen we nog de vraag hoe een schrijver het vindt als man een prijs te krijgen?), antwoordde ze dat haar vrouw-zijn maar een beperkt deel van haar identiteit uitmaakt. In een persoonlijke e-mail voegde zij daar nog aan toe: ‘Ik vind dit de allermooiste en begeerlijkste Nederlandse prijs. En als ze vragen hoe of ik deze prijs wel vind, ervaar of beleef als vrouw, dan is mijn antwoord: hoho, ik ben de vrouw van mijn man en het vrouwtje van mijn hond, en daarmee houdt mijn vrouwzijn zo ongeveer op.’

    • Elsbeth Etty