Zie ik het goed? Die vogel lijkt wel dronken, kan dat?

Sinds Barbara Boonman uit Utrecht een tuin heeft valt het haar op dat er soms vogels versuft op de grond zitten. Ze heeft weleens gehoord dat vogels dronken kunnen worden van de bessen die ze eten. Klopt dat? En „vinden ze het eigenlijk prettig om een beetje aangeschoten te raken?”

Het najaar is de beste tijd om dronken vogels waar te nemen, vertelt Kester Freriks. Hij is niet alleen schrijver en theaterrecensent voor NRC Handelsblad, maar ook vogelkenner en schreef de literaire gids voor vogelaars Vogels kijken.

In de herfst zijn er minder insecten en zaden dan in het voorjaar en de zomer, zegt Freriks. „Insecteneters, zoals de koolmees, zullen in het najaar een ander menu zoeken, waaronder kleine bessen. En die bessen gaan gisten in de vogelmaag of ze zijn al, door het lange liggen, aan het gisten geraakt.” Volgens Freriks komt er tijdens het gistingsproces alcohol vrij. „En daar worden vogels inderdaad een beetje dronken van, met een versufte indruk als gevolg.”

De herfst is in de natuur een van de rijkste maanden, vertelt Freriks. Het is de tijd dat de heesters en fruitbomen rijk worden aan ooft, aan vruchten dus. En die vormen voor vogels een rijke voedselbron. „Dat hebben ze nodig ook: trekvogels om de tocht naar Afrika te kunnen maken, en standvogels zoals onze merels, lijsters, houtduiven, spreeuwen, heggenmussen, roodborstjes en andere vogels om reserves op te bouwen voor de winter.”

Volgens Freriks zijn vogels er niet op uit om dronken te worden van gegiste bessen. „Het verlangen tot bewustzijnsverruiming hebben dieren niet, dat is een al te menselijke gedachte”, aldus de vogelkenner. Wel denkt Freriks dat vogels een beetje versuftheid of dronkenschap als aangenaam ervaren. Maar hij benadrukt: „Ze doen het niet voor de lol. De eerste impuls blijft die van voedsel.”

Een tip voor wie in de herfst veel vogels in de tuin wilt: plant verschillende soorten besdragende struiken. Freriks: „Vaak zijn die struiken, zoals de meidoorn, ook behoorlijk stekelig; zo biedt de voedselbron tegelijk bescherming.”

Reinier Kist