Mooi beschreven gesjoemel

Titel: De Vastgoedfraude. Miljoenenzwendel aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven Auteur: Vasco van der Boon en Gerben van der Marel Uitgeverij: Nieuw Amsterdam, 432 pag., 22,50 euro.

In het schemerdonker loopt de rechercheur over het landgoed van hoofdverdachte Jan van V. in Heemstede. Wat golft de grond hier merkwaardig. Dit lijkt wel trilveen, denkt de man. Hij blijkt over het dekkleed van een gigantisch zwembad te lopen.

Zo begint het boek van twee journalisten van Het Financieele Dagblad over het grootste fraudeonderzoek ooit in Nederland. Op 13 november 2007 doen honderden rechercheurs invallen op meer dan vijftig adressen in Nederland, België en Zwitserland.

Vijftien personen worden opgepakt. Later blijkt dat er in totaal meer dan honderd verdachten zijn, waaronder prominente vastgoedmannen. Zij hebben volgens justitie miljoenen verdiend met frauduleuze vastgoedtransacties.

In ruim vierhonderd pagina’s geven de journalisten een prachtig inkijkje in de vastgoedwereld. Waar partijen woningen voor honderden miljoenen verkocht worden alsof het broodjes zijn. Waar allerlei types facturen rondsturen voor werkzaamheden die nooit verricht zouden zijn. En waar echte witte boorden zich af toe bedienen van onderwereldpraktijken, zoals bedreiging met behulp van potige mannen.

De hoofdverdachten van de vastgoedfraude zijn oud-directievoorzitter Jan van V. van Bouwfonds en zijn aangetrouwde familielid Nico V., alias ome Nico. Vastgoed werd te goedkoop gekocht en te duur verkocht. Het verschil staken de verdachten in hun zak. De voormalige werkgever van Jan van V. denkt dat ze zeker voor ruim 100 miljoen euro zijn getild door de ex-directeur.

Vaak is fraude een vrije taaie en ingewikkelde aangelegenheid om te beschrijven. Maar de beginscène van dit boek laat meteen zien waarom het deze keer wel geslaagd is.

De auteurs beschrijven veel zaken alsof ze er bij zijn geweest. Als een van de verdachten in zijn huis wordt aangehouden, wordt zijn woning urenlang onderzocht. In de tussentijd mag de verdachte nog wel even zijn vaatwasser uitruimen. Als hij een groot vleesmes wil pakken, is een opsporingsambtenaar hem voor. „Die pak ik wel even.”

Voor het boek hebben de schrijvers zeer uitvoerig onderzoek gedaan. Ze voerden honderden gesprekken met mensen in de vastgoedwereld, hadden inzage in het strafdossier en forensische onderzoeken. Daardoor lukt het hun om ook de mogelijk frauduleuze transacties levendig en begrijpelijk te beschrijven.

Dat laatste komt ook doordat van een aantal verdachte transacties schema’s afgedrukt zijn, waarin goed te zien is hoe de zakken met geld heen en weer geschoven worden.

Zoals bij de bouw van Symphony, een wolkenkrabber op de Zuidas. In het kort komt de fraude volgens justitie hier op neer. Eind jaren negentig bedenkt Jan van V. als directeur van Bouwfonds met onderontwikkelaar Hans van T. deze woon- en kantoortoren. Ze maken een winstdeling. Als het gebouw verkocht en geleverd is aan een koper krijgt Bouwfonds 40 procent van de winst en het bureau van Hans van T. 60 procent. Dat is opmerkelijk, want waarom krijgt Hans van T. 60 procent van de winst, terwijl Bouwfonds als hoofdontwikkelaar alle risico’s loopt?

De reden blijkt als justitie later nog een andere winstdelingsovereenkomst vindt, uit 2006. Jan van V. is dan al weg bij Bouwfonds en werkt voor zichzelf.

In de geheime overeenkomst staat dat een groot gedeelte van de 60 procent winst over het project die Hans van T. ontvangt, vervolgens moet worden doorbetaald aan het bedrijf van Jan van V.

Een duidelijke zaak, lijkt het na lezing van het boek. Deze witte boorden hebben gerotzooid, gesjoemeld en gefraudeerd.

Nu is het alleen nog wachten op de straf die rechter zal uitspreken. Maar dat is precies het probleem. Zolang er geen vonnis is, zijn de vastgoedmannen onschuldig. Dat schrijven de journalisten ook heel duidelijk in hun verantwoording.

Maar wat als iedereen vrijgesproken wordt? Dan is er nog altijd een vuistdik boek waarin ze als oplichters bestempeld zijn. Daar zullen de verdachten niet blij mee zijn, toch?

Misschien wel. Dan hebben ze zelf allemaal een exemplaar in de boekenkast staan. Om af en toe eens doorheen te bladeren. ‘Kijk eens, daar zijn we toch maar mooi mee weggekomen.’

En de twee schrijvers van het boek hopen dan dat het boek zijn waarde behoudt als „tijdsdocument van de opmerkelijke omgangsvormen in een zelden beschreven markt”.

In de loop van volgend jaar komen de hoofdverdachten voor de rechter.

    • Tom Kreling