Menselijke kosten van oorlog Jemen nemen toe

De opstand in het noorden is Jemens grootste probleem, zij het lang niet het enige. Een oplossing is niet in zicht.

De opstand van de zogeheten Houthi’s in het noorden van Jemen blijft zich uitbreiden. Nog dagelijks vluchten burgers weg voor de gevechten tussen het Jemenitische leger en de shi’itische rebellen, en ook voor de bombardementen op de opstandelingen door het Saoedische leger. De Saoediërs zijn vorige maand in het offensief gegaan, nadat opstandelingen de grens waren overgegaan.

In het noorden zijn er nu meer dan 175.000 ontheemden, verspreid over overbevolkte kampen en ingetrokken bij familie, zegt Claire Bourgeois, vertegenwoordiger van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Jemen. Bourgeois was vorige week in Brussel om aandacht te vragen voor de situatie in het land.

De internationale hulporganisaties hebben juist gevraagd om 177 miljoen dollar om acute en chronische nood in Jemen te lenigen. De rebellie van de zaïditische Houthi’s, een shi’itische minderheid, is op dit moment het grootste, maar lang niet het enige probleem. In het zuiden nemen de spanningen toe met de plaatselijke afscheidingsbeweging. Tussen de Houthi’s en de zuidelijke separatisten ligt ten oosten van de hoofdstad Sana’a het gebied waar de sunnitische extremisten van Al-Qaeda-op-het-Arabisch-Schiereiland de lakens uitdelen.

Langs de zuidelijke kust leven 150.000 Somalische vluchtelingen, een groep die nog steeds door nieuwe aanvoer over de Golf van Aden wordt versterkt. En ten slotte zijn de laatste paar jaar tienduizenden Ethiopische migranten bij Djibouti het water naar Jemen overgestoken, op weg naar gastarbeid in Saoedi-Arabië. Maar in verband met de noordelijke opstand hebben de Saoediërs recentelijk de grens geblokkeerd, en honderden Ethiopiërs zijn daar gestrand, wachtend op betere tijden.

Onvrede over de sociaal-economische situatie speelt volgens Bourgeois een belangrijke rol in de rebellie in het noorden en de toenemende protesten in het zuiden. Ze wijst er in een vraaggesprek in het UNHCR-kantoor in Brussel op dat de belangrijke olieproductie afneemt – van 460.000 vaten per dag in 2002 tot rond de 300.000 in 2008 – en dat die inkomsten niet zijn gecompenseerd door de opbrengst van gas. Behalve tot ernstige stroomstoringen heeft deze ontwikkeling geleid tot een groei van de armoede. Met een bruto binnenlands product van 2.500 dollar per hoofd van de bevolking zit Jemen al in het armste segment van het wereldklassement.

Hakim Almasri, hoofdredacteur van de onafhankelijke, Engelstalige Yemen Post, zegt dat veel Jemenieten zich bij de rebellie in het noorden hebben gevoegd „omdat het een goede manier van verzet tegen de regering is”. In een telefonisch interview onderstreept hij dat de opstand allang niet meer alleen het werk van de Houthi’s is, de radicale en anti-Amerikaanse clan die in 2004 de strijd tegen de regering aanbond. Hij schat het aantal rebellen nu op 70.000.

Hij zegt dat een deel van de nieuwe rekruten zich om financiële redenen bij de rebellen voegt. Volgens hem beschikken de opstandelingen over veel geld, geschonken door shi’itische geldschieters in Iran en Arabische Golfstaten. De Jemenitische en de Saoedische regeringen beschuldigen het Iraanse regime ook van steun aan de rebellen. Maar de Amerikaanse onderminister voor de regio, Jeffrey Feltman, zei vrijdag in Bahrein daarvan geen onafhankelijk bewijs gezien te hebben.

Volgens Almasri profiteren de rebellen daarnaast van de afkeer bij de lokale bevolking tegen Saoedi-Arabië, „dat immers van de zwakte van Jemen gebruik heeft gemaakt om stukken van zijn grondgebied te annexeren”. Die afkeer van Saoedi-Arabië is nog toegenomen door de Saoedische steun voor de regering van president Ali Abdullah Saleh in haar oorlog tegen de rebellen. Op de Saoedische financiële en wapensteun volgden vorige maand de artillerie- en luchtbombardementen, die tot nu voortduren.

Volgens de rebellen vielen daarbij zondag 70 doden, toen een Jemenitisch grensdorp onder vuur kwam. Er was van onafhankelijke zijde geen bevestiging van het bericht. De regering laat geen journalisten tot het strijdgebied toe; de hulporganisaties hebben niet overal toegang, zegt Bourgeois. Almasri schat het totale aantal doden op duizend sinds het regeringsleger in augustus ‘Operatie Verschroeide Aarde’ lanceerde.

Tenzij in de komende tijd een akkoord kan worden bereikt, voorziet Almasri verdere uitbreiding van de oorlog. UNHCR-vertegenwoordiger Bourgeois ziet geen teken van onderhandelingen. „Wat ik in de pers zie is dat de regering vastbesloten is door te vechten tot het einde.” President Saleh heeft vorige maand gezegd niet te rusten tot de opstand is neergeslagen. „We stoppen deze oorlog nooit, wat ook de financiële en menselijke kosten zijn.”

In het noorden zijn de menselijke kosten al hoog. Bourgeois: „De mensen vluchten niet alleen voor de oorlog, maar verlaten hun woongebieden ook omdat er geen voedsel of gezondheidszorg meer is. Ze raken ontheemd door de secundaire gevolgen van het conflict. Hun kinderen zijn ondervoed. Hun vee, dat ze koesteren als enige bron van inkomsten, sterft in de kampen. Sommigen zijn er werkelijk wanhopig aan toe.”