Intensieve slachtpartij

‘Varkens moeten wroeten, kippen scharrelen en de koe moet in de wei.” Dit citaat is afkomstig uit het rapport van een ‘denkgroep’, dat in 2001 onder de titel Toekomst voor de veehouderij werd uitgebracht. Onder voorzitterschap van de man die als informateur de basis legde voor de vorming van het huidige kabinet, de CDA’er Wijffels, schetste dit gezelschap de contouren van deze bedrijfstak voor het jaar 2010. Dit was er een van: „Bij crises zoals mond-en-klauwzeer mogen gezonde dieren niet worden geruimd.”

Gisteren heeft minister Verburg (Landbouw, CDA) in verband met de Q-koorts besloten dat alle drachtige geiten en alle bokken op besmette bedrijven, dus inclusief de gezonde dieren, moeten worden gedood.

De denkgroep bestond behalve uit Wijffels, als voormalig Rabo-topman ooit ‘bankier van de boeren’, uit vertegenwoordigers van de agrarische sector, de wetenschap en het ministerie dat tevens opdrachtgever was. Negen jaar na het destijds door toenmalig minister Brinkhorst (D66) enthousiast onthaalde rapport is een eufemistische constatering dat het niet in alle opzichten is verwezenlijkt. De afgelopen jaren werden (vee)dieren in Nederland getroffen door gekkekoeienziekte, mond-en-klauwzeer, varkenspest, blauwtong, vogelpest en nu dus Q-koorts. We zijn nu miljoenen doodgemaakte koeien, kippen en ander pluimvee, varkens, schapen en geiten verder. De mens is, zoals nu bij de Q-koorts, niet aan de soms fatale gevolgen ontkomen.

Het ruimen van dieren (nog een eufemisme) is iets wat consumenten, zowel vegetariërs als vleeseters, liever niet zien of soms van de minister niet mogen zien. Het veroorzaakte leed onder agrariërs en burgers is niet gering, hoewel soms ook een tikje overdreven voor wie beseft dat menig dier zijn bestaan slechts te danken had aan zijn geschiktheid om geconsumeerd en dus gedood te worden. Hij stierf wat eerder en werd niet gegeten.

Los van te respecteren emoties over dierenleed is langzamerhand een vraag aan de orde die van andere aard is. Als aan de intensieve veehouderij economische overwegingen ten grondslag liggen, worden de voordelen dan langzamerhand niet overtroffen door de financiële nadelen? Het vroegtijdig doodmaken van dieren, de kosten van inentingen, het stilleggen van bedrijven, de compensatieregelingen voor de boeren, weegt dat op tegen de argumenten die pleiten voor het in stand houden van de intensieve veehouderij?

Wijffels stelde destijds deze fundamentele vraag aan de orde, maar gaf er geen eenduidig antwoord op. 2010 was het jaar dat de denkgroep voor ogen stond toen zij haar contouren tekende. Nu we één jaar daarvoor aan de vooravond staan van een kennelijk noodzakelijke, nieuwe massamoord onder dieren, is de vraag het herhalen waard en nog steeds urgent.

De maatschappij, politiek Den Haag, is toe aan een fundamenteel onderzoek naar de redenen van bestaan van de bio-industrie in het door mens en dier druk bevolkte Nederland. Met inachtneming van sentiment én ratio.