Het geduld van de separatisten

De Catalanen mochten zondag laten weten hoe groot hun afkeer is van het centrale gezag in Madrid. Wellicht is die afkeer diepgeworteld, maar het animo om de aversie te tonen was niet bijster groot. Zeventig procent van de Catalanen nam niet deel aan een referendum over afscheiding.

De volksraadpleging had geen juridische status: het Catalaanse referendum was bedoeld als actiemiddel. De separatisten hopen met lokale referenda het regioparlement over te halen ooit een serieus referendum uit te schrijven. Van de inwoners die wel hun stem te lieten horen, was 94,7 procent vóór afscheiding.

De dag van de Catalaanse separatisten is nog niet gekomen, maar ze staan niet alleen in hun ambitie. Vlamingen flirten meer dan eens met gedachten over afscheiding en ook de Schotten hebben een grote hang naar zelfstandigheid. Erg snel gaan die dromen doorgaans niet in vervulling.

Splintergroeperingen proberen hun droom soms met geweld af te dwingen. Separatistische aanslagen, zo leren cijfers van Europol, nemen weliswaar af, maar vormen in West-Europa nog steeds de belangrijkste vorm van terroristisch geweld. Het separatistische terrorisme is omvangrijker dan het moslimterrorisme. De Europese politiedienst telde in 2008 397 aanslagen van „etnonationalistische” terroristen, 25 procent minder dan in 2007.

Eigenlijk is het curieus dat regio’s afscheiding ambiëren, terwijl de staten waar ze deel van uitmaken steeds meer macht overdragen aan Europa. De Europese eenwording, zo stelde Le Monde onlangs, wakkert het vreedzame separatisme zelfs aan. Dankzij de integratie kunnen de separatisten dromen van een vreedzame breuk met de natiestaat: grensconflicten worden immers niet meer met geweld beslecht.

Belangrijker is wellicht nog dat de Europese politiek onbedoeld separatistische gevoelens stimuleert door afgesplitste regio’s als staat te erkennen. Als de Kosovaren op eigen benen kunnen staan, waarom, Schotten, Vlamingen en Catalanen dan niet?

Michel Kerres