Groen is kleur van islam

De emissies van islamitische landen stijgen stel, maar het milieubewustzijn is er gering.

Groene initiatieven die op de islam zijn geïnspireerd verdienen westerse steun.

Emmelot, Sebe

Of er nu wel of geen mondiaal akkoord komt in Kopenhagen, na de EU lijken ook de VS zich de komende jaren te gaan binden aan CO2-reducties. Dit is in ieder geval afdoende om te garanderen dat het klimaat in het Westen de komende jaren hoog op de agenda blijft staan.

Hoe anders is dit in de islamitische wereld. In bijna geen enkel islamitisch land staat klimaatverandering hoog op de agenda. Dit is des te tragischer, omdat juist islamitische landen hard zullen worden getroffen door de klimaatverandering. Verwoestijning is een groot gevaar in Afrika en het Midden-Oosten en een verwachte stijging van de zeespiegel treft met name de allerarmsten in landen als Bangladesh en Indonesië.

Op dit moment stoten de 1,2 miljard moslims op deze wereld relatief weinig CO2 uit. Islamitische landen zijn ruwweg verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde uitstoot, terwijl bijvoorbeeld 300 miljoen Amerikanen meer dan 20 procent voor hun rekening nemen. Maar de afgelopen 10 jaar steeg in de islamitische landen zowel energieverbruik als CO2-uitstoot met 4,5 procent per jaar (BP Statistical Review of Energy, 2009).

Het is slechts een kwestie van tijd voordat de CO2-uitstoot door islamitische landen daadwerkelijk een probleem zal worden. Hoe eerder deze landen betrokken worden bij het klimaatbeleid, hoe beter.

In de westerse wereld heeft het lang geduurd voordat het klimaatprobleem van de wetenschappelijke agenda op de politieke agenda terechtkwam. Individuele burgers en ngo’s hebben in deze een belangrijke rol gespeeld door het wetenschappelijk bewijs onder de aandacht te brengen. Maar wat doe je in islamitische landen, met beperkte vrijheid van meningsuiting en zonder ngo’s naar westers model?

Laten we eens kijken naar dé grassroots-organisatie die de bevolking wél kan bereiken: de islam. Ontstaan in de woestijn, waar natuurlijke hulpbronnen beperkt voorhanden zijn, pleitte de vroege islam al voor matiging en bescheidenheid, zeker in materiële zin. Tevens ziet de islam de mens, kroon op de schepping, als bewaker van deze schepping, beladen met de verantwoordelijkheid om fatsoenlijk om te gaan met de wereld.

Islam en klimaatbeweging hebben ook iets gemeenschappelijks: de kleur groen. Groen was de kleur van de profeet en representeert het paradijs, want de woestijnvolkeren van de vroege islam stelden zich het paradijs voor als een prachtige groene oase.

Islamitische ‘groene’ initiatieven zijn tot dusver echter schaars. Veel moslimlanden zijn arm, en je kunt de bevolking niet verwijten dat klimaatverandering niet haar eerste prioriteit is. Natuurlijk komen olie en gas voor een belangrijk deel uit de islamitische landen, wat een belang creëert in niet-duurzame energievoorziening. Minstens zo belangrijk is dat islamitische landen het klimaatbeleid, zoals dat overwaait uit Europa, zien als het zoveelste product van neokolonialisme.

Het Westen kan op korte termijn twee relatief eenvoudige dingen doen. Allereerst zouden we mondiale islamitische initiatieven die er wél zijn, moeten steunen. Zo is bijvoorbeeld in juli dit jaar de Muslim Association for Climate Change (ofwel MACCA) opgericht door een groot aantal invloedrijke moslims uit verschillende landen, onder wie ook een aantal vooraanstaande geestelijke leiders. Westerse regeringen en ngo’s zouden met een dergelijke organisatie kunnen samenwerken en geld beschikbaar kunnen stellen om concrete initiatieven te ondersteunen. Wellicht zou men als eerste initiatief wereldwijd de moskeeën kunnen voorzien van groene stroom.

Ten tweede zou onze eigen Europese moslimminderheid een belangrijke brugfunctie kunnen vervullen tussen het Westen en de islamitische wereld. Met name in Groot-Brittannië is een aantal islamitische organisaties bezig met ecologische bewustwording onder de islamitische bevolking in binnen- en buitenland.

Als voorbeeld kan de Britse islamitische ngo IFEES (Islamic Foundation for Ecology and Environmental Sciences) genoemd worden. Eén van hun meest aansprekende projecten betrof het introduceren van duurzame vismethoden op het eiland Zanzibar. In het midden van de jaren negentig begon het Wereld Natuurfonds daar al een campagne om de bevolking ervan te weerhouden dynamiet te gebruiken bij het vissen. Dit had echter weinig succes.

Pas toen IFEES werd ingeschakeld in 2000, begon hier verandering in te komen. Door een islamitisch educatieprogramma werd de lokale bevolking uitgelegd dat de vismethode tegen islamitische waarden indruiste. Inmiddels heeft de bevolking het gebied tot Hima (een soort islamitisch reservaat) benoemd.

Tot slot is er nog een andere reden waarom de islam betrokken zou moeten worden bij het debat over klimaatverandering. Niet zelden praten westerse politici en ngo’s in gespannen sfeer met islamitische landen over zaken als democratie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. Islamitische leiders zien die dialoog al gauw als een verkapte aanval op islamitische geloofswaarden. Maar het klimaatprobleem is nu eindelijk eens een mondiaal probleem, dat zowel de islam en het Westen treft.

Wellicht is klimaatverandering dan niet alleen een groot probleem, maar ook een gouden kans om te laten zien dat de wereld niet hoeft te verzanden in een clash of civilisations.

Evert Faber van der Meulen studeert Islamic Studies and History (M.Phil.) in Oxford.