De opmars van de virtuele acteur

De levensechte, virtuele acteur is niet ver meer.

In ‘Avatar’ zijn de door acteurs bezielde digitale personages geloofwaardig en invoelbaar.

In this film publicity image released by 20th Century Fox, the character Neytiri, voiced by Zoe Saldana, right, and the character Jake, voiced by Sam Worthington are shown in a scene from, "Avatar." The film was nominated for a Golden Globe award for best motion picture drama, Tuesday, Dec. 14, 2009. The Golden Globe awards will be held Jan. 17 in Beverly Hills, Calif. (AP Photo/20th Century Fox)

De toekomst van de cinema. Een revolutie. De eerste film die meer kost dan 300 miljoen dollar. Het is superlatief op superlatief: sciencefictionspektakel Avatar, deze week in première, hengelt al een half jaar naar aandacht, als een donderwolk die steeds vlak achter de horizon bleef hangen. Na twaalf jaar afwezigheid is het de comeback van James Cameron, de regisseur die in 1997 met het megalomane Titanic de grootste en lucratiefste film van toen maakte: opbrengst 1,8 miljard dollar.

Avatar is een gok voor Hollywoodbegrippen. Anders dan de meeste blockbusters is hij niet ‘voorverkocht’: de film borduurt niet voort op naamsbekendheid van bestaande striphelden, bestsellers, speelgoed of televisieseries. Filmsterren ontbreken: acteurs Sam Worthington en Zoë Saldana raakten pas onlangs een beetje bekend. En de grootste risicofactor: Avatar is gemaakt met het zogeheten motion capture, een hybride vorm tussen computeranimatie en live acteerwerk in. De hoofdrollen zijn voor virtuele acteurs, sythespians die wonen op de virtuele maan Pandora.

Virtuele acteurs: tot dusver boekten zij slechts flops of magere succesjes. Maar James Cameron, de generaal achter grensverleggende spektakels als Terminator en Aliens, is niet bang uitgevallen.

En zijn Avatar blijkt overrompelend en virtuoos. Het voorspelbare plot neem je moeiteloos voor lief.

Avatar speelt zich af in het jaar 2159, op de woeste maan Pandora, die rijk is aan delfstof Unobtainium (‘Onverkrijgbarium’). De Na’vi zitten in de weg, een taai buitenaards ras met menselijke vormen van bijna vier meter lang. Ze hebben een blauwe huid, gele ogen, platte neuzen en kattenoren. Als een gehandicapte ex-marinier (Sam Worthington) een kunstmatig gekweekt Na’vi-lichaam mag bezielen – zijn avatar – om bij die aliens te infiltreren, valt hij voor een vrouwelijke krijger en keert zich tegen de roofzuchtige mensheid. De film ontrolt zich dan als een revisionistische western, in de traditie van A Man Called Horse en Dances with Wolves, met veel geweld in dienst van ecologie en holisme.

Een mens die een kunstmatig lichaam bezielt: een treffende metafoor voor de wijze waarop Avatar is opgenomen. Bij motion capture (‘MoCap’) bezielen acteurs inderdaad digitale personages. Ze dragen met sensoren behangen lycrapakken en spelen voor groene wanden: elke beweging wordt met infrarood gevangen, gedigitaliseerd en vertaald naar hun computerpersonage. Voor de gelaatsuitdrukkingen worden sensoren op het gezicht gelijmd.

MoCap is in films, reclame en videogames al helemaal ingeburgerd: denk aan de miserabele figuur van Gollum in The Lord of the Rings of het inktvisgezicht van kapitein Davy Jones in Pirates of the Caribbean. Maar films met virtuele acteurs in de hoofdrol scoren tot dusver wisselend. Geloofwaardige mensen levert de techniek nog niet op. Regisseur Robert Zemeckis (Back to the Future, Forrest Gump) geldt als pionier en evangelist. Zijn eerste MoCap-film The Polar Express (2004), met Tom Hanks in vijf rollen, deed het redelijk: 304 miljoen dollar op een productiebudget van 162 miljoen. Opvolger Beowulf (2007), waarin de mollige vijftiger Ray Winstone een rijzige jonge bodybuilder met wasbord vertolkt, stelde teleur met 196 miljoen dollar. Nummer drie, A Christmas Carol met Jim Carrey in acht rollen, kwakkelt na vijf weken richting Kerstmis met een productiebudget dat net is terugverdiend.

Het geldt al vijftien jaar als een heilige graal van de computeranimatie: de creatie van de fotorealistische, niet van echt te onderscheiden, virtuele acteur. Al net zolang lijkt hij vlak om de hoek te liggen. Een eerste omslagmoment was in 1993 Steven Spielbergs Jurassic Park, toen dinosaurussen uit de computer geloofwaardig het scherm deelden met levende acteurs. „Kun je een dier maken, dan kun je een mens maken”, dacht regisseur George Lucas indertijd. Diens zakenpartner Will Anielewicz profeteerde: „Binnen vijf jaar is de beste acteur een digitale acteur.”

Het was ook in 1994 dat James Cameron een eerste opzet voor Avatar schreef, na een enthousiast middagje filosoferen met de oude meester Stanley Kubrick in diens filmkelder. Cameron gold na The Abyss (1989) en Terminator II (1991) als een tovenaar in computereffecten (computer generated images, CGI): zijn robotagent van vloeibaar metaal maakte grote indruk. Geïnspireerd door Kubrick schreef Cameron in twee weken Avatar, dat hij in 1996 nog aankondigde als „de eerste film met alleen CGI-acteurs”. Nu noemen we dat een virtuele acteur, v-actor of sythespian, toen was de term ‘avatar’ nog gangbaar. In Sanskriet betekent avatar ‘afdaling’ of ‘incarnatie’, als een god in de vorm van een (super)mens in het stoffelijke neerdaalt. Inmiddels is het woord avatar min of meer gereserveerd voor digitale poppetjes die ons vertegenwoordigen op internet.

De eerste film met louter virtuele acteurs was in 2001 Final Fantasy: the Spirit Within, een sf-film naar een Japanse videogame die Sony zo’n 94 miljoen dollar verlies opleverde. Het programmeren van gezichtsuitdrukkingen lukte niet zo. Virtuele acteurs in MoCap ogen doorgaans als bewegende wassenbeelden, met een klamme, plastic huid en glazige, dode ogen. Huidtextuur, gezichtuitdrukkingen, het samentrekken van pupillen: mensen zijn van nature experts in het lezen van de subtielste nuances die MoCap nooit helemaal ving. Jim Carrey als Ebenezer Scrooge in A Christmas Carol bleek recent weer een stap vooruit, maar hem animeren kostte kennelijk zoveel moeite dat tegenspelers als neef Fred (Colin Firth) nog steeds uit huishoudzeep geboetseerd lijken.

Toch nadert de levensechte virtuele acteur nu met rasse schreden. Avatar blijkt weer een grote sprong voorwaarts, onder meer omdat het probleem van de ‘dode’ ogen opgelost lijkt. Scande men het gezicht tot nu toe met op het gezicht gelijmde sensors, voor Avatar droegen de acteurs een soort helm met een camera aan een hengeltje die op het gelaat was gericht, die ook de samentrekking van pupillen registreert. Wel speelt James Cameron op veilig: de virtuele acteurs verbeelden geen mensen, maar menselijke aliens. Blauw. Maar heel geloofwaardig en invoelbaar.

Dit is een begin, Hollywood zet veel geld in op MoCap. Vorig jaar sloegen de grote studio’s, bioscoopketens en regisseurs de handen ineen om de door illegaal downloaden slinkende bioscoop- en dvd-recettes op te krikken met twee grote ideeën: films in 3D én MoCap. Peter Jackson en Steve Spielberg werken aan Kuifje-films, Tim Burton komt met Alice in Wonderland, Guillermo del Toro werkt in Nieuw Zeeland aan The Hobbit.

MoCap stelt nieuwe eisen aan acteren. De eerste echte MoCap-ster is Andy Serkis, die Gollum en King Kong tot leven wekte en binnenkort kapitein Haddock in Kuifje. Serkis is een bewegingsartiest die met zijn geprononceerde gelaatstrekken en uitpuilende ogen geboren lijkt voor overacting. Hij noemt acteren voor kille, groene wanden in lycrapak vol sensoren vooral eenzaam. Hij had meer contact met programmeurs dan mede-acteurs.

MoCap heeft voordelen voor acteurs, stelt pionier Zemeckis. Scènes worden niet langer onder- en opgebroken voor setwisselingen of camerastandpunten. Anderzijds erkent hij de steriliteit van de studio en dat het ontbreken van decors, kostuums, make-up en pruiken inleving schaadt.

Acteurs hebben moeite MoCap-acteren serieus te nemen. Billy Crudup, deze lente in Londen geïnterviewd over zijn optreden als supermens Doctor Manhattan in de film Watchmen, kon maar moeilijk in de plooi blijven. Wat wil je ook, als je een lichtblauwe, fluorescerende bodybuilder zonder haar of pupillen bent, een naaktloper met fors geschapen penis? „Mijn tegenspelers moeten diep van mij onder de indruk zijn”, giechelde Crudup. „Terwijl ik rondbanjerde in een mallotig wit pak met lichtjes en zwarte puntjes als wratten op mijn gezicht geplakt. Probeer dan maar eens niet in de lach te schieten.”

Tom Hanks was na The Polar Express juist euforisch over de bevrijding die MoCap biedt. Grenzen vallen weg. Sean Connery kan zijn hele leven James Bond blijven, Daniel Radcliffe Harry Potter. Een punt dat onlangs werd geïllustreerd in de film Surrogates, waarin Bruce Willis, kalend en met kraaienpootjes, een robot bestuurt die zijn jonge evenbeeld is, met volle haardos. Met MoCap kan een zwarte acteur een blanke spelen, een kind een bejaarde, een levende een dode, aldus Hanks.

James Cameron stelde de acteurs gerust: „Ik wil acteurs niet vervangen, ik ben gek op acteurs. Wat we vervangen, is vijf uur in de make-up- stoel.”

Tegenover de virtuele bevrijding van de acteur staat de echte vrijheid van de regisseur. Met de computer wordt alles beheersbaar: decors én acteurs. Grijns niet breed genoeg, frons niet diep genoeg? Dan kan in postproductie de mondhoek wat opzij en de wenkbrauw wat omlaag.

Acteurs hebben alle reden zich af te vragen wat MoCap betekent voor hun werkgelegenheid en hoe de rechten op hun digitale klonen zijn geregeld, want juridisch is dat grotendeel terra incognita. Het bestaande portret- en auteursrecht regelt misbruik. Maar wat als een producent een beginnend acteur een MoCap-rol geeft op voorwaarde dat hij afstand doet van zijn rechten op dat digitale optreden? Breekt die acteur later door, wat let diezelfde producent dan om zijn op harde schijf vastgelegde digitale kloon in te zetten in reclame, inferieure rolletjes of zelfs pornografie? En dode acteurs – een probleem op zich.

Geen jurisprudentie, stelt Joel Anderson in The Los Angeles Entertainment Law Review, zal dode of levende sterren tegen piraterij beschermen. Staat hun digitale kloon of zombie eenmaal op harde schijf, met al zijn tics en uitdrukkingen, dan kan dat illegaal worden hergebruikt. Zeker in landen waar het auteursrecht ondermaats is ontwikkeld. Hoe lang voordat Russische pornografen de hand leggen op Angelina Jolie’s sexy MoCap-optreden in Beowulf?

De acteur is nog lang niet overbodig. Maar de virtuele collega biedt genoeg stof tot nadenken.

    • Coen van Zwol