De Zitting / Afpersingszaak Lotto-winnaar 'doos vol vraagtekens'

lottoEerst werden de hagelpatronen per post bezorgd. Later werden ze vanuit een rijdende auto op de nieuwe Toyota afgevuurd. Dit overkwam een gezin in Hellevoetssluis dat in juni de Lotto Jackpot van 16,5 miljoen euro won. De vermoedelijke afpersers verschenen gisteren voor de Rotterdamse rechtbank. Moeten ze voorlopig vast blijven in afwachting van de zitting?

Vier advocaten, drie rechters, een griffier, een officier van justitie, vijf parketwachten en zes verdachten. Het was gisteren volle bak in zaal 1, waar de zogenaamde regiezitting diende: niet de inhoudelijke behandeling, maar verlenging van de voorlopige hechtenis stond centraal. Het onderzoek van het openbaar ministerie is namelijk nog in volle gang.

Toch gaf de zitting een inkijkje in de verhoudingen tussen de verdachten, in de leeftijd van 25 tot 32 jaar. Een professionele bende kun je het zestal niet noemen, evenmin een hechte vriendenclub. Als ze ooit vrienden waren, dan moet die band door de politieverhoren bekoeld zijn: ze geven elkaar de schuld.

Geïsoleerde situatie

De zes mannen, afkomstig uit Rotterdam en omstreken, zitten al vanaf oktober vast en dat is vooral bij de 25-jarige Vincent K. niet in de koude kleren gaan zitten. Vincent heeft het moeilijk in de gevangenis in Vught. “Hij is ongelooflijk stil, teruggetrokken en mogelijk suïcidaal”, aldus advocaat Ruys. “Hij dreigt in een buitengewoon geïsoleerde situatie te raken.” Ze vraagt rechtbankvoorzitter Van Boven of haar cliënt de uitspraak – die er voorlopig nog niet zal komen - thuis mag afwachten. Bij zijn ouders bloeit hij helemaal op, verzekert ze. “U moet weten; mijn cliënt heeft een IQ van 50. Hij is zeer zwak begaafd. Dat zorgt voor de nodige problematiek om hem heen.”

De ouders van Vincent zitten gespannen op de publieke tribune. Contact met hun zoon hebben ze nog niet gehad. Woord noch blik zijn gewisseld. Het lijkt of Vincent niet eens doorheeft dat zijn vader en moeder drie meter achter hem zitten. Bijna waren ze te laat geweest, omdat ze bij het loket voor civiele zaken, in een ander gebouw, stonden. “Wat is dat, pro-forma?”, zo vroeg de bode, waarop het paar het antwoord schuldig moest blijven. Een telefoontje naar ‘strafzaken’ leidde ze gelukkig net op tijd naar de juiste plek.

Vincent steekt qua uiterlijk nogal af tegen zijn medeverdachten. Hij draagt een houthakkersblouse boven een doodgewone spijkerbroek. De anderen hebben een karakteristieker, stoerder voorkomen. De 32-jarige A. is de opvallendste. Uit zijn kraag kringelt een kettingachtige tatoeage omhoog die langs zijn rechteroor doorloopt tot aan zijn linker slaap. Aan beide oorlellen hangen grote ringen en in zijn rechteroorschelp zit een piercing. Zijn armen heeft hij hoog voor de borst gevouwen.

Hand en spandiensten

Hoewel Vincent volgens advocaat Ruys nooit “the lead” kan hebben gehad was hij voor de politie een belangrijke getuige. Via hem is veel over de anderen in het dossier terechtgekomen, waaronder A. die de de medeverdachten regelmatig in zijn woning aan de Blankenburgstraat in Rotterdam-Charlois zou hebben ontvangen. “Daar werd gerookt en gebruikt”, aldus de advocaat. Ze verdedigt ook de 28-jarige B., wiens rol net als die van Vincent als “vaag” wordt omschreven. Ruys heeft het over “hand en spandiensten”, zoals “een envelop bezorgen” en “iets met nummerborden doen”. Als ze niet wisten waarom ze die dingen deden kan er ook moeilijk sprake zijn van afpersing, zo redeneert ze.

B. heeft zijn leren Harley-Davidson-jas nog aan. Dit tot ergernis van twee vrouwen op de publieke tribune, die speciaal voor hem gekomen zijn. “Uit dat ding!”, sist de één. “Jas uit, dat zou een regel moeten zijn”, fluistert de ander. Maar B. merkt niets van deze aansporing. Ook het gezwaai ziet hij niet.

Zwartepieten

Advocaat Toxopeus heeft een cliënt die de schijn tegen heeft. Sjoerd H. was namelijk net op vrije voeten toen hij in oktober opgepakt werd. Hij zat vast wegens afpersing. “Maar niets wijst op handelende betrokkenheid in het organiseren van de afpersing”, aldus Toxopeus. Hij pleit “subsidiair” voor opheffing van de voorlopige hechtenis. Wat in het dossier over H. staat is volgens de advocaat gebaseerd op ‘horen zeggen’. “Lekker makkelijk om zo de zwarte piet naar hem toe te schuiven.” De vermeende organisatie van het zestal noemt hij “een doos vol vraagtekens”. Dat beamen de twee vrouwen op de tribune. “Snap jij er nog wat van?”

Uit de verhalen van de advocaten komt het beeld naar voren dat A. – de verdachte met de tatoeage – een gezaghebbende rol had in de groep. Hij zou ook met een shotgun vanuit een auto op de nieuwe Toyota van het prijswinnende echtpaar hebben geschoten, maar dat ontkent hij zelf. Ook de naam van de 24-jarige Danny P. - een kleine jongen met een blonde kuif, ruim zittende jas en enorme witte bontkraag –  valt vaak als de rol van de andere verdachten wordt afgezwakt. Het valt op dat de advocaten van A. en Danny P. de voorlopige hechtenis niet aanvechten. Dat geldt ook voor de 28-jarige Hendrik B. Zijn advocaat, mr. Brunschot, heeft alleen een vraag over de samenstelling en omvang van het dossier, dat volgens de rechter ongeveer zeshonderd pagina’s telt.

Strafvorderlijke belangen

De advocaten Toxopeus en Ruys hebben ingezet op het voorlopig vrijkomen van Sjoerd H. en Vincent K. Maar de officier van justitie wil daar niet aan. “Ik verzet me tegen schorsing van de heer K. Hij is al eens eerder veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en openlijke geweldpleging. Daarbij zit hij nog in een proeftijd. De persoonlijke belangen wegen niet op tegen de strafvorderlijke belangen.” Als Vincent het zo moeilijk in de gevangenis heeft, dan moet hij intern maar iets regelen, adviseert de officier.

Over Sjoerd H. is de officier kort: ook hij mag niet vrijkomen. Dat stuit op verzet van Toxopeus. “Er zijn geen concrete aanwijzingen. Bij mijn cliënt zijn alleen drie papiertjes met telefoonnummers gevonden. Dat is verdacht, maar geen bewijs.” Hij verheft zijn stem. “U geeft niet aan waar mijn cliënt bij betrokken is. Als zijn naam niet in de verklaringen zou voorkomen, zou hij niet vastzitten.” Hij haalt nog een politieonderzoek aan naar de gehuurde auto waar vanuit geschoten is. De verhuurder in Overijssel heeft geen duidelijk signalement op kunnen geven. Ook zouden er in het dossier drie Sjoerds voorkomen, wat voor naamsverwarring gezorgd kan hebben. “Wat heeft mijn cliënt er mee te maken?!”

De officier gaat er niet op in. Wel legt hij zich neer bij de verzoeken van de verdachten om de door hun gewenste getuigen te horen. Die getuigen zijn hun medeverdachten, en nog twee buitenstaanders. “Vanuit verdedigingsstandpunt is het goed als de verdachten elkaar ondervragen.”

Geen grapjes

Rechter Van Boven geeft de verdachten het ‘laatste woord’, wat feitelijk neerkomt op hun eerste woord. Hoe kijken zij aan tegen het voorzetten van de voorlopige hechtenis? B., Danny P. en Hendrik B. zwijgen. Vincent haalt zijn schouders op. “Wat moet ik zeggen dan?” De officier wil u niet vrijlaten, legt de rechter uit. Maar Vincent zegt niets meer.

Sjoerd H. veert op. “Ik zal u zeggen; alles wat Vincent heeft verteld, heeft-ie van Danny. Ik heb fouten gemaakt in het verleden, maar ik kan u zeggen: ik heb hier niets mee te maken. Niet met afpersing, niet met die schietpartij en ook niet met die brieven. Ik ging vriendschappelijk met Danny om. Hij heeft bij mij thuis op de pc gezeten. Hij was bezig met briefjes, enzo.” Ook A. heeft de rechtbankvoorzitter wat te melden. “Ik heb nergens iets mee te maken, weet je. Deze zaak is gewoon te triest te voor woorden. Dit zijn echt geen grapjes, weet je.”

De rechtbankvoorzitter besluit om de voorlopige hechtenis met drie maanden te verlengen. “De persoonlijke belangen wegen onvoldoende op tegen het belang van de strafvordering”, zo voegt hij zich naar het oordeel van de officier. “Dit mede gezien vanuit de ernst van de feiten.” Van K. wil hij bij de volgende zitting een gedragskundige rapportage zien, op te maken door een psycholoog.

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, wordt, als schuldig aan afpersing, op grond van artikel 317 wetboek van strafrecht gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Lees hier een bericht over de reactie van de loterij op de afpersing. En hier een bericht over de afpersing zelf.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.