Worsteling met de nasleep

Oorlogen in verre landen spoken door onze binnenlandse politiek. Terwijl onder Amerikaanse druk de ministers Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) en Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) zich langzaam maar zeker bewegen naar een besluit tot verlenging van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan, heeft vicepremier Bos (PvdA) op het congres van zijn partij bezworen dat het in de tweede helft van 2010 definitief afgelopen is met ons aandeel in de expeditie.

Moeten we rekening houden met een frontale botsing binnen het kabinet? Zoals het er nu uitziet zou zelfs een compromis – halvering van het aantal manschappen bijvoorbeeld of het opgeven van de rol als leading nation in Uruzgan – voor Wouter Bos woordbreuk betekenen. Als hij tegen de overtuiging van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie (en waarschijnlijk de minister-president) zijn zin zou krijgen, zou dit betekenen dat hij op een van de hoofdpunten van het buitenlands beleid tenslotte aan de touwtjes trekt.

Komt het bij een dergelijk principieel verschil van mening over een hoofdzaak van het beleid tot een openlijke confrontatie, dan heeft dit kabinet zijn geloofwaardigheid verloren. Moet premier Balkenende (CDA) gaan lijmen? Dat zal in dit geval niet helpen. Lijmen zou in dit geval schipperen betekenen en over een compromisloos nee valt niet te schipperen. En dan hebben de Afghanen indirect in Den Haag een kabinetscrisis veroorzaakt, en misschien vervroegde verkiezingen. Want over een zo belangrijke kwestie zullen de kiezers zich willen uitspreken.

In dit geval zijn de ministers niet diplomatiek te werk gegaan. Eind 2007 werd besloten dat de Nederlandse troepen hoe dan ook nog het grootste deel van 2010 in Uruzgan zouden blijven. Dat was al een stap in het hoogst onzekere. Niemand kon nog weten wie president Bush zou opvolgen. Het was heel goed mogelijk dat het, zoals zijn voorganger, een gelovige ijzervreter zou zijn. Of een kosmopolitische Democraat als Hillary Clinton of Barack Obama. Je kon wel vermoeden dat met de nieuwe president de oorlog zou veranderen, maar niemand wist op welke manier. In die onzekerheid hebben we voor twee jaar bijgetekend.

Vorig najaar liet de minister van Defensie tot bijna ieders verrassing weten dat 2010 niet het uiterste jaar van vertrek zou kunnen zijn. Nog steeds was niet bekend wie de volgende Amerikaanse leiders zouden worden – McCain/Palin of Obama/Biden – wat ook in Afghanistan een groot verschil zou kunnen maken. Maar de heer Van Middelkoop vertrouwde op zijn Opperwezen en beloofde de voortgezette aanwezigheid van de gewapende Nederlandse jongens en meisjes. Er ontstond politiek rumoer dat al vlug werd gesust.

We zijn een jaar verder. Politiek Den Haag is onlangs belegerd door hoge Amerikanen die ons proberen over te halen, langer dan 2010 te blijven. Hillary Clinton, Joseph Biden, Richard Holbrooke, nog meer, allemaal zijn ze aan de telefoon geweest om te vragen de troepen niet terug te trekken. Na vier jaar. Waarvoor? Tot heil van het Afghaanse volk? De bestrijding van het terrorisme? De wereldvrede? Allemaal mooie doelen. Graag willen we helpen om die te bereiken, maar de praktische vraag blijft: op welke manier? Aan welke nieuwe strategie leveren we ons uit als we ja zeggen? Daarover is nog weinig of niets bekend.

Obama heeft zijn opperbevelhebber, generaal McChrystal, 30.000 man extra toegezegd. Daarna hebben sommige bondgenoten versterkingen beloofd. Andere vinden het zo mooi genoeg geweest. De eerste Amerikanen gaan weer weg in 2011. Zouden er dan ook Nederlandse soldaten van deze nieuwe exit strategy profiteren? In Den Haag weet niemand dat. Het komt erop neer dat een deel van het kabinet voorbereidingen treft om de Nederlandse missie een nog onbekende tijd langer in de Afghaanse woestenij te consigneren. Gisteravond heeft generaal Van Uhm voor de betrokken ministers een aantal scenario’s verklaard. Afgeslankte missie, training van Afghanen, enz., het zal allemaal aan de orde zijn gekomen; en al die mogelijkheden hebben een gemeenschappelijke noemer: blijven.

Intussen nadert een andere oorlog opnieuw ook onze binnenlandse politiek. Bij de Britten is het al zo ver. Daar heeft ex-premier Blair, destijds bijgenaamd het poedeltje van Bush, in een interview met de BBC laten weten dat hij in ieder geval met de aanval op het Irak van Saddam Hussein had meegedaan, ook als hij had geweten dat daar geen massavernietigingswapens waren. Zes jaar geleden probeerde hij onze vechtlust aan te wakkeren met het verhaal dat Saddam die massavernietigingswapens binnen drie kwartier in gereedheid kon hebben om op ons of onze bondgenoten af te schieten. Na honderdduizend doden en enorme verwoestingen is Irak nog altijd een failed state en Blair heeft geen spijt.

Hier is de commissie-Davids bezig te onderzoeken hoe wij ons in die mislukking van Bush c.s. hebben kunnen laten meeslepen. Van een parlementaire enquête is het niet gekomen; die heeft het parlement zich tenslotte zelf ontzegd. We moeten het met de resultaten van verhoren achter gesloten deuren doen. Maar toch, begin volgend jaar komt het rapport. Dan zal blijken hoe ook Saddam zich indirect maar met succes met onze binnenlandse politiek heeft bemoeid. Ik voorzie lange, heftige debatten die geen resultaat zullen hebben.

Reageren op deze column kan via nrc.nl/hofland.

    • H.J.A. Hofland