Wootton Bassett rouwt om offers

In het Britse plaatsje Wootton Basset onder-strepen veel Britten hun verbondenheid met de militairen in Afghanistan.

Mourners place flowers on the hearse carrying the coffin of Lance Corporal Adam Drane of the 1st Battalion The Royal Anglian Regiment as it is driven though the streets of Wootton Bassett in southwest England, December 15, 2009. Drane, the 100th British soldier to die in Afghanistan this year, was killed on December 7. REUTERS/Toby Melville (BRITAIN - Tags: CONFLICT MILITARY SOCIETY) REUTERS

Wanneer de klok van de St Bartholomew-kerk in Wootton Bassett luidt ten teken dat de lijkstoet met de honderdste gesneuvelde Brit van dit jaar in Afghanistan nadert, zwijgt de menigte op slag. Honderden mensen uit het plaatsje in het zuid-Engelse graafschap Wiltshire en omgeving hebben de ijzige motregen getrotseerd om langs de hoofdstraat hun respect te betuigen aan de gedode militair.

Enkele ogenblikken later rijdt de lijkwagen met het overschot van korporaal Adam Drane (23), die vorige week maandag in de Afghaanse provincie Helmand werd doodgeschoten, stapvoets voorbij. Op de plek waar zijn naaste familie en zijn verloofde staan, stopt de stoet met de in de Britse vlag gehulde kist. Omringd door saluerende militairen en veteranen werpen familieleden hevig geëmotioneerd rozen op de auto. Dan zet de stoet zich weer in beweging.

Tien minuten later is de menigte verdwenen en herinnert niets in de hoofdstraat met zijn schilderachtige vakwerkhuizen er meer aan dat Wootton Bassett met zulke stille eerbewijzen een belangrijke plaats heeft verworven in het nationale bewustzijn. Een plek waar veel Britten hun verbondenheid met de eigen militairen onderstrepen. Een plek ook, die de natie telkens weer pijnlijk herinnert aan een missie, waarvan steeds meer mensen zich afvragen of ze kans van slagen heeft. Het Britse dodental in Afghanistan sinds 2001 staat nu op 239, meer dan de 179 Britten die in Irak sneuvelden.

Sarah Dunn, die bij een makelaarskantoor in Wootton Bassett werkt, vat het dilemma samen: „Juist doordat al zoveel van onze militairen zijn gesneuveld, wordt het steeds lastiger de Afghaanse missie af te breken. Waarom zijn anders al die offers gebracht?”

Hoewel iedereen zijn best doet politieke tegenstellingen buiten de deur te houden, verhullen velen hun ontevredenheid over premier Gordon Brown niet. „De regering heeft volgens mij te weinig gedaan ter ondersteuning van de troepen”, roept Joe Nash (80), een veteraan die zelden een lijkstoet mist.

Zo denken ook jongere militairen erover. Toen Brown onlangs een bezoek bracht aan een afdeling voor zwaargewonde militairen in een ziekenhuis in Birmingham, deden velen demonstratief de gordijntjes dicht. Een 20-jarige militair, die beide benen en een arm verloor bij een bomexplosie, vertelde The Sunday Times: „Ik wilde mijn tijd niet verspillen aan iemand die alleen maar probeerde een goede indruk te maken.”

Veel militairen menen dat Brown onvoldoende middelen en manschappen beschikbaar heeft willen stellen. Ook geven ze hem deels de schuld van het afkalvende draagvlak voor de Afghaanse missie onder de bevolking. Volgens opiniepeilingen zien steeds minder Britten de zin in van de Britse aanwezigheid in Afghanistan.

Juist de laatste weken heeft de premier zich nadrukkelijker ingezet voor de missie. Hij besloot nog 500 man extra naar Afghanistan te sturen, waardoor het Britse troepental tot boven de 10.000 stijgt. Afgelopen weekeinde bezocht hij Afghanistan en – als eerste premier – bracht hij een nacht met de troepen door in hun weinig geriefelijke onderkomen. Juist gisteren maakte de regering bekend dat ze extra helikopters en een transporttoestel aanschaft voor de missie.

Het zal veel bezoekers in Wootton Bassett nauwelijks milder stemmen, want de versterkingen worden bekostigd uit bezuinigingen op andere defensieposten.

De eerbewijzen aan de gedode militairen in Wootton Bassett begonnen min of meer toevallig. Sinds 2007 arriveren de overschotten van gesneuvelde militairen uit Afghanistan op de naburige luchtmachtbasis Lyneham. Daarna worden ze conform de regels voor pathologisch onderzoek naar Oxford gebracht en de eerste plaats op weg daarheen is Wootton Bassett.

Een handjevol lokale veteranen en andere bewoners besloot twee jaar geleden spontaan in stilte langs de weg hun respect te betuigen aan de passerende dode militairen. Dit heeft zich ontwikkeld tot een vast ritueel, dat zich inmiddels ruim honderd keer heeft herhaald, soms voor meerdere gesneuvelden tegelijk.

Vele honderden, soms duizenden mensen uit het hele land komen erop af. Ook de media zijn steeds massaler aanwezig bij de plechtige tochten. Sommige lokale bewoners betreuren dat de spontaniteit van het begin verloren is gegaan door de toeloop van buitenstaanders, maar de sobere tochten blijven imponeren.

„Ik vind het een mooie manier om iemand eer te bewijzen die zo’n offer heeft gebracht”, zegt de 17-jarige Becky Smith, die nog op school zit in Wootton Bassett. „Of je nou voor of tegen de missie in Afghanistan bent, het maakt altijd weer indruk zo’n lijkstoet hier in stilte te zien passeren.”

James Arthur (58), een veteraan, heeft roodomrande ogen. Hij is direct na zijn nachtdienst in een farmaceutische fabriek bij Swindon naar Wootton Bassett gereden. „Ik probeer er altijd bij te zijn”, zegt hij. „Het is belangrijk onze jongens zo thuis te verwelkomen, al zouden we ze natuurlijk liever een hand hebben gegeven dan een saluut voor hun kist.”

Intussen verhogen de troepenversterkingen de kans op meer slachtoffers. En dat betekent meer lijkstoeten in Wootton Bassett. „Ik hoop dat die van vandaag de laatste is”, roept John Nash. Enkele uren later al wordt bekend dat er gisteren weer twee Britse militairen zijn gedood.

    • Floris van Straaten