Pubers die pubers doden

Vandaag begint de rechtszaak rond de dood van Tano Jansen (16).

Hoe komen jongeren die leeftijdsgenoten doden tot zulke daden?

De 19-jarige Wesley T. uit Apeldoorn slaapt elke nacht slecht van de dood van de 16-jarige Tano Jansen. „En elke ochtend word ik chagrijnig wakker”, zei hij tijdens een van de voorbereidende rechtszittingen in Zutphen.

T. en drie andere jeugdige verdachten zitten al een half jaar in de gevangenis voor betrokkenheid bij de dood van Jansen, net als zij een inwoner van Apeldoorn. Het viertal zou de slechthorende jongen hebben opgesloten in een zeecontainer op industrieterrein De Ecofactorij in Apeldoorn. Twee dagen later werd hij daar dood gevonden, gestikt door de rook van een vuurtje dat hij vermoedelijk zelf had gemaakt. Vandaag dient de rechtszaak tegen de vier jongens en een minderjarig meisje.

Hoe komen jongeren, al dan niet in groepsverband, tot zulke gruwelijke daden?

Het zijn meestal jongens, constateert bijzonder hoogleraar jeugdrechtspleging en pedagoog Ido Weijers. Hij is verbonden aan de Universiteit Utrecht. De hersenen van jongeren, zeker van jongens, zijn in de overgang van adolescentie naar vroege volwassenheid nog volop in ontwikkeling, is gebleken uit onderzoek. Weijers: „Jongeren in deze levensfase hebben vaak een gering vermogen impulsen te bedwingen, kijk maar naar hun drink- en rijgedrag. Dat gaat gepaard met onderschatting van risico’s en overschatting van het eigen kunnen, wat ook voortkomt uit gebrek aan ervaring. Er zit nog geen duidelijke rem op emotioneel gedrag.”

Jongeren in die leeftijd zijn ook gemakkelijk te beïnvloeden. Het hebben van „delinquente” vrienden wordt als een van de meest betrouwbare voorspellers van crimineel gedrag beschouwd, schrijft Weijers in zijn boek Jeugdige dader, volwassen straf? uit 2006. Jeugdofficier van justitie Carlo Dronkers in Almelo herkent die „onevenwichtigheid” bij veel verdachte jeugd.

Dronkers, lid van de landelijke commissie Jeugd van het Openbaar Ministerie: „Wat mij opvalt in de zaken die mijn pad kruisten, is hoe dun de lijn soms is tussen het wel of niet betrokken raken bij een misdrijf.” Hij noemt als voorbeeld jongeren die een steen van een viaduct gooien. Als niemand wordt geraakt, is er niets aan de hand. Hooguit zegt een voorbijganger er iets van. Maar dezelfde handeling kan ook dramatische gevolgen hebben, met alle consequenties voor de daders van dien.

Kinderrechter en hoogleraar familie- en jeugdrecht Paul Vlaardingerbroek constateert dat jongeren die ernstige misdrijven begaan, vaak uit „slecht functionerende” gezinnen komen. „Ze komen uit een onvolledig gezin of hebben een ernstig zieke ouder, waardoor ze aandacht tekortkomen of waardoor ze het gevoel hebben in de weg te lopen. Ook hun psychische gesteldheid speelt een rol, en het sociale milieu waarin ze opgroeien; welke normen en waarden gelden in hun wijk en op hun school?”

In het geval van de slecht slapende Wesley die zich vandaag voor de rechtbank moet verantwoorden, is het volgens hoogleraar Weijers van cruciaal belang of er sprake is geweest van opzet of van een uit de hand gelopen kwajongensstreek. „Het is heel goed denkbaar dat deze jongens zich over tien jaar, als ze echt volwassen zijn, voor het hoofd slaan: hoe hebben we dat ooit kunnen doen?”

    • Annette Toonen