Premiestraf kan ongezond zijn

In de polikliniek vasculaire geneeskunde van het UMC Utrecht leren patiënten hoe ze gezonder kunnen leven. Met steun en niet met straf, want dat kan het slechte gedrag versterken.

Mevrouw Gouw (61) begint te huilen. Nu heeft ze zó haar best gedaan. Ze eet één boterham minder, ze wandelt drie kwartier per dag, en daarbij stofzuigt ze en poetst ze in huis – en nog helpt het niet. Nog altijd weegt ze 89,5 kilo en dat is geen gram minder dan vorige maand. Sophie Hickox, zogeheten nurse practitioner in de polikliniek vasculaire geneeskunde van het UMC Utrecht zegt: „Het raakt u, hè?” Mevrouw Gouw begint nog harder te huilen.

Vlak voor het consult van mevrouw Gouw heeft Hickox gezegd niet te geloven in straf voor ongezond gedrag. „Onderzoek wijst uit dat niet straf, maar steun helpt. Steun en begrip van ons, medische hulpverleners, maar ook van familie, vrienden en collega’s zijn heel belangrijk. Straf bevestigt de patiënt in het gevoel afgewezen te worden, slecht en fout te zijn en dat gevoel zal het slechte gedrag alleen maar versterken.”

Hickox maakt deel uit van het team van Frank Visseren, internist en hoogleraar vasculaire geneeskunde. Voor deze krant schreef Visseren een paar jaar geleden columns over vet: „Er waren patiënten die zeiden dat ze dankzij die columns afgevallen waren. Ze snapten eindelijk wat vet, en dan vooral het buikvet, doet: het is de motor van laaggradige ontstekinkjes in de bloedvaten, die daardoor aangetast raken, met alle gevolgen van dien. Behalve hart- en vaatziekten veroorzaakt vet kanker, diabetes. Een aanzienlijk deel van onze ziekten is terug te voeren op overgewicht.”

Uit de wachtkamer haalt Visseren zijn patiënt Zur Lage (65) op. Zur Lage, gepensioneerd ondernemer, lijdt aan een erfelijke schildklieraandoening. Daar kwam hij achter toen hij, vijftien jaar geleden, werd afgekeurd door een zorgverzekeraar. „Ik ben het risico op het ontstaan van vaatziekten gaan beperken door te stoppen met alcohol en lekker eten zo veel mogelijk te vermijden.”

Hij lijkt een voorbeeldige patiënt. Naar eigen zeggen fietst hij vierduizend kilometer per jaar, tien kilometer per dag. Daarnaast tennist hij vier keer per week en hij zwemt. Dik oogt hij ook al niet, hooguit wat fors misschien. Niettemin vertelt Frank Visseren hem al drie jaar dat er vijf kilo af moet. Het lukt hem niet. „Ik ga het nu planmatig aanpakken”, zegt Zur Lage.

Op de polikliniek van Visseren zijn cure en care verdeeld. Visseren doet de genezing, Hickox de zorg. Samen met andere verpleegkundig specialisten van het UMC schreef Hickox het Handboek vasculair risicomanagement door de verpleegkundig specialist. Het is een lijvig ringbandje, vol tabellen, protocollen, parameters en richtlijnen. Hickox: „Patiënten kampen vaak met een cluster aan risicofactoren. Ze zijn én te dik én roken én hebben een te hoge bloeddruk én hun cholesterol is te hoog. Dat moet allemaal veranderen door een betere leefstijl. Het gaat om gedragsverandering en dat is heel complexe materie. Het raakt aan iemands identiteit. Daarom is het goed dat mevrouw Gouw huilt, dat geeft ruimte voor een nieuw begin.”

Hickox maakt samen met de patiënt een plan. „Maar het traject is eindig. Het duurt maximaal een jaar. Dat is belangrijk, want mensen moeten het zelf doen. Ik zorg dat ze de risico’s kennen, dat ze op de hoogte zijn van hun kwalen en medicatie en ik probeer hun het vertrouwen te geven dat hen in staat stelt hun gedrag te veranderen.”

Hoe moeilijk dat is, bewijst een 56-jarige patiënte van Frank Visseren. Ze heeft diabetes en er is ‘progressie’ in de schade in haar bloedvaten geconstateerd. Ondanks dit telkens voorspelde en nu werkelijkheid geworden onheil lukt het haar niet te stoppen met roken. Visseren: „Ze is verslaafd. Door de crisis is ze bovendien ontslagen, dat helpt ook niet. Moet je zo iemand nu treffen met een premiestraf of iets dergelijks? Ze behoort met haar overgewicht en diabetes tot de patiënten met de allergrootste risico’s in dit land, en die verdienen de intensiefste zorg.

„Ik geloof dat straf niet veel zal uithalen, wel ben ik voorstander van een discussie zonder taboes. Wij zien hier slechts het topje van de ijsberg. De stormvlag moet worden gehesen, obesitas is volksvijand nummer één. Mensen zouden niet te veel en niet te vaak moeten eten, een simpeler remedie is er niet. Bewegen moet, maar met een uur sporten verbruik je de calorieën van hooguit een halve boterham. Van belang is vooral er minder in te stoppen. Tussendoortjes zijn slecht. Die weerhouden het lichaam over te gaan op vetverbranding. Dit is niet keihard wetenschappelijk aangetoond, ik zou dolgraag een groot onderzoek opzetten naar de effecten van eten op vaste tijden en de hele dag door eten, maar daarvoor ontbreekt het geld.”

In haar spreekkamer zegt Sophie Hickox dat mevrouw Gouw de duur en intensiteit van het bewegen moet opvoeren. De leefstijlmeter die zij om haar arm heeft gedragen wijst op te weinig activiteit. Snikkend zegt mevrouw Gouw: „Het is verschrikkelijk: je doet je best en het helpt niks.” Een hondje nemen om mee te gaan wandelen is geen optie: dan kan ze niet meer naar de camping.

Toch is er een lichtpuntje. Volgens Visseren en zijn team is de omvang van de buik een nog betere indicatie van risico’s dan gewicht. Mevrouw Gouws buik blijkt één centimeter te zijn geslonken, van 113 naar 112.

    • Pieter Kottman