Planetoïde word je niet even

Het vernoemen van het ruimtegruis tussen Mars en Jupiter is een speciaal proces.

Hoe de nieuwe Nederlandse planetoïden Bomans en Büch hun naam kregen.

In this gorgeous skyscape, gas giant Jupiter along with the stars and cosmic dust clouds of the Milky Way hang over the southern horizon in the early morning hours as seen from Stagecoach, Colorado, USA. Recorded on Thursday, Jupiter is the brightest object near picture center. Along with the stunning Milky Way, Jupiter is hard to miss, but a careful inspection of the view also reveals main belt asteroid Vesta. Of all the asteroids Vesta is the brightest and is now just bright enough to be visible to the naked eye from locations with very dark, clear skies. Vesta (as well as Jupiter) appears relatively bright now because it is near opposition, literally opposite the Sun in planet Earth's sky and closest to Earth in its orbit. For Vesta, this opposition offers the best viewing in many years. The year 2007 also coincides with the 200th anniversary of the asteroid's discovery. Starting late next month, NASA plans to launch the Dawn mission intended to explore Vesta (and Ceres) and the main asteroid belt. Foto: Jimmy Westlake / Colorado Mountain College asteroïden planetoïden Melkweg sterrenstelsel planeten sterren

Hoe word je een planetoïde? Het kan geen kwaad als je astronomen kent, schrijver bent, van adel en/of onthoofd, en je moet het oor zien te krijgen van een Haarlemse boekenverzamelaar die je naam vervolgens doorbrieft aan het internationale comité dat er een paar keer per jaar over vergadert. Bij volle maan. Echt waar.

De nieuwste stukjes Nederlands interplanetair gruis heten Bomans, naar de schrijver, Boudewijnbuch (aaneengeschreven), naar de schrijver en tv-persoonlijkheid, en Lamoraal en Montmorency, naar de onthoofde graven Egmond en Hoorne.

Ze hebben een diameter van vier (Büch en Lamoraal) en van 7 kilometer (Bomans en Montmorency) en ze suizen op gemiddeld 300 miljoen kilometer van de aardbaan door de ruimte, ergens tussen Mars en Jupiter. Met 294 andere stukken interplanetair puin met Nederlandse namen. Op 2 december keurde de International Astronomical Union (IAU) hun vernoeming goed – al bleef die van schrijver en tv-persoonlijkheid Büch (1948-2002) nog tot zondag geheim.

Zijn Nederlanders daarmee grote ruimtepuinbezitters? Niet echt. Bij elkaar hebben ongeveer honderd keer zoveel planetoïden namen (20.000) – van Carrieshaw (uit Sex and the City) tot Nietzsche. En in het zonnestelsel zwerven minstens één tot twee miljoen forse rotsblokken met een diameter van meer dan een kilometer rond.

Alleen: de IAU is streng. Uitsluitend de 228.203 met een nummer geregistreerde planetoïden (die waarvan de banen precies bekend zijn) komen in aanmerking. En alleen ontdekkers van zulke planetoïden mogen een naam indienen.

Namen influisteren bij die ontdekkers kan wel. De Haarlemse boekenverzamelaar Loes Timmerman fluisterde de naam Godfried Bomans in bij planetoïdenjager Tom Gehrels. Zij wilde zo de veelschrijver eren die nooit een literaire prijs kreeg.

Haar vriend Carl Koppeschaar, directeur van de populair-wetenschappelijke website Kennislink, suggereerde bij Gehrels de naam Boudewijn Büch. „Omdat ik met Büch een fascinatie deelde voor de dodo en een passie voor het verzamelen van boeken”, zegt Koppeschaar. „Maar vooral wilde ik Büch eren voor zijn aanstekelijke praatjes op televisie.”

Je kunt niet jan en alleman voordragen, zegt Koppeschaar. Huisdieren zijn uitgesloten, net als militairen of politieke figuren tenzij uit een grijs verleden. De reden voor de voordracht moet in vier zinnen worden samengevat.

Daarna kan het wel vier jaar duren eer het vijftienkoppige Comittee on Small Body Nomenclature van de IAU een besluit neemt – bij volle maan. „Dat is traditie”, zegt Koppeschaar. „En ja, het is vaak volle maan, maar de commissie krijgt ook erg veel aanvragen.” Vooral uit de Verenigde Staten waar geautomatiseerde telescopen aan de lopende band planetoïden ontdekken. Toch heeft Koppeschaar de afgelopen jaren zeker tien namen met succes voorgedragen via Gehrels.

De namen bedenkt hij zelf, zegt Koppeschaar met nadruk. Deze fluisteraar iets influisteren heeft geen zin.

Voor wie niet door de selectie komt, is er een alternatief: kraters op de maan en op Mars staan ook open voor vernoeming. „Maar de commissie die daarover gaat is nog veel strenger”, zegt Koppeschaar. „Bovendien heb je er minder plezier van, want één van de eisen is dat de naamgever minstens tien jaar dood is.”