'Overheid mist kennis over bouwen'

De voorbereidingen van grote bouwprojecten als de Noord-Zuidlijn worden te veel uitbesteed aan marktpartijen. Hierdoor heeft de overheid te weinig bestuurlijke, financiële en technische kennis voor het aansturen van deze complexe projecten.

Volgens Leo Wagemans, emeritus hoogleraar civiele techniek aan de TU Delft, is de kennisbasis binnen de overheid uitgehold. „De rijksoverheid voelt zich niet verantwoordelijk voor het in stand houden van een kennisinfrastructuur voor grote bouwprojecten.”

De afgelopen jaren is veel kennis bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat verdwenen, stelt Wagemans. „Veel mensen die hebben meegewerkt aan de aanleg van de hogesnelheidslijn en de Betuwelijn zijn afgevloeid of vertrokken naar commerciële adviesbureaus. Dat is het gevolg van de keuze om dit soort dingen aan de markt over te laten.”

Vervoersplanoloog Mig de Jong, die aan de TU Delft promoveert op succesvolle megaprojecten, beaamt dat ervaring met de aanleg van grote bouwprojecten een van de belangrijkste succesfactoren is. „Maar die ervaring ontbreekt. Grote projecten worden vaak aangestuurd door een speciaal hiervoor opgericht projectbureau. Zij kopen kennis in. Dat is niet erg. Maar het gevolg is wel dat die kennis weer verdwijnt als het project af is.”

Volgens De Jong en Wagemans is het verbazingwekkend dat de gemeente Amsterdam in het verleden heel goed in staat is gebleken om grote projecten op tijd en binnen de begroting af te ronden. De aanleg van de ringlijn rond Amsterdam voor de deels bovengrondse metro bijvoorbeeld. Of de bouw, begin jaren negentig, van een vuilverbrandingsinstallatie in het Amsterdamse havengebied.

Het kan dus wel, zegt Wagemans. „Aan het feit dat met de aanpak van toen niets is gedaan, blijkt hoe slecht het geheugen van overheidsinstellingen is op dit punt. De gemeente zou er goed aan doen om haar eigen successen beter te bestuderen.”

Mig de Jong stelt dat de overheid kennis over de aanleg van grote bouwprojecten zou moeten centraliseren. „Richt een expertisecentrum in waar lokale en regionale overheden kennis en ervaring kunnen delen. Die kennis heeft de overheid nodig om goed te functioneren als opdrachtgever.”

Wagemans vindt dat een goede suggestie. „Dat kost in het begin natuurlijk geld. Maar in verhouding tot de gemaakte kosten als het misgaat, is dat ook financieel op de lange duur aantrekkelijk.”

Overigens stelt Wagemans dat dit soort problemen zich niet alleen in Nederland voordoen. „Ook in het buitenland zie je regelmatig dat de ambities voor een project botsen met de technische en financiële haalbaarheid ervan. Juist wegens toenemende complexiteit van projecten moet de overheid proberen kennis te behouden.”

Noord-Zuidlijn: pagina 2

    • Jan Meeus