In Galicië

DSC02051Vanochtend om acht uur vetrokken we uit Lviv om te beginnen aan onze reis naar het oosten van Oekraïne om op die manier de veranderingen in het stemgedrag van de Oekraïners te polsen. Een bijna perfecte, vrij rustige  weg (die er vorig jaar nog niet was) voerde ons over een afstand van zo’n zeshonderd kilometer in een paar uur naar Kiëv.

Wat een verschil met Rusland, zeiden fotograaf  Oleg Klimov en ik voortdurend tegen elkaar. Want in Rusland lijken de meeste wegen nog uit de Middeleeuwen te dateren, omdat daar al het geld voor die wegenbouw gestolen wordt door de betrokken partijen. En dat laatste is nu zo vreemd, want de corruptiebarometer voor Oekraïne staat op hetzelfde punt als voor Rusland.

Dat we ook amper verkeersagenten tegenkwamen, die ons wilden bekeuren voor te hard rijden, constateerden we pas toen we voor de poorten van Kiëv stonden en werden aangehouden omdat we te hard zouden hebben gereden. Want het waren er in totaal maar twee, terwijl het er in Rusland over eenzelfde afstand zeker 200 zouden zijn geweest.

Met de corruptie in de wegenbouw en bij de verkeerspolitie, die in Rusland gigantisch is, valt het in Galicië blijkbaar mee. Dat van die verkeerspolitie is volgens sommigen een verdienste van president Joesjtsjenko, die kort na zijn aantreden het aantal verkeersagenten drastisch verminderde, zonder dat dit grote gevolgen had voor de verkeersveiligheid. Maar als het waar is, geldt het alleen voor het westelijk deel van het land.

DSC02052Sowieso was het eerste deel van de reis indrukwekkend. Want Galicië is mooi, met heuvels, riviertjes en goed onderhouden velden en boerendorpen met, weer vergeleken met Rusland, aangeharkte tuintjes met voorbeeldige hekjes. De boeren verplaatsen zich vaak met paard en wagen. Een kwestie van armoede, want Oekraïne lijkt in het westen  weliswaar minder door de globale economische crisis getroffen dan Rusland, maar als gevolg van de ruzies binnen de politiek heeft het land zijn eigen economische crisis, die misschien wel veel groter is. Daar komt nog bij dat het land  geen  beschikking heeft over  miljarden oliedollars zoals zijn oosterbuur.

DSC02060

Het was alsof ik ineens in Amos Oz’  Een verhaal van liefde en duisternis rondliep en begreep waarom de moeder van de schrijver in de woestijn van Israël zelfmoord had gepleegd omdat ze haar geboortegrond zo miste. Maar het was er ook somber, met licht besneeuwde velden die steeds maar Schuberts Winterreise in mijn hoofd lieten klinken. 

DSC02058

Waar komt die orde toch vandaan en waarom zie je die zelden in het rommelige Rusland? vroeg ik me voortdurend af. Van de Oostenrijkers? Van de Polen? Zelf denk ik dat het met de liefde voor het eigen boerenbedrijf te maken heeft, die bij de Oekraïners altijd heel sterk is geweest. Het is iets dat hen tijdens de door Stalin afgedwongen collectivisatie van de landbouw (1928-1933) behoorlijk opgebroken heeft. Veel boeren, ook de etnish Russische trouwens, weigerden toen in de kolchozen op te gaan en hun zelfstandigheid vaarwel te zeggen, wat hen op een door de bolsjewistische overheid georganiseerde uithongering kwam te staan, omdat al hun graan een vee in beslag werd genomen. In die periode zijn zo’n 10 miljoen boeren en hun gezinnen omgekomen en nog veel meer gedeporteerd naar de Goelag. De dissidente schrijver Lev Kopelev heeft er een prachtig boek over geschreven.

Die uitroeiing van de Oekraïense boerenstand door Stalin zou een verklaring kunnen zijn waarom enkele jaren later zoveel Oekraïners blij waren met de komst van de Duitse legers. Over onder meer die kwestie woeden hevige debatten onder Oekraïense historici, waarin de nadruk lijkt te vallen op het relativeren van de rol van de nationalisten in de Tweede Wereldoorlog, die overigens zowel door de nazi’s als door de Russen zijn vervolgd. Overal waar ik vandaag ben geweest, werd  wel over die nationalisten gesproken. In Lvov was zelfs een ondergronds café ingericht als een van de schuilkelders waar die nationalisten zich tot 1959 hebben schuilgehouden om hun strijd tegen de ‘Russische bezetters’ voort te zetten. Voor de deur stond een bejaarde bewaker in uniform met een mitrailleur. Pas nadat ik het wachtwoord Slava Oekraïne had genoemd mocht ik naar binnen.

brody-ukraine-city-views-4-1
Hoogtepunt van vandaag was een bezoek aan Brody, de geboortestad van een van mijn lievelingsschrijvers, Joseph Roth (1894-1939). In dit arme stadje stonden voor de Tweede Wereldoorlog 85 synagoges, waarvan de meesten piepklein waren. Van de 13.000 inwoners in het stadje waren er, voordat de Duitsers er met hun moordmachine over heen walsten, 9000 joden, de meesten straatarm. Roth was een van hen, maar hij had zich toen ‘gelukkig’ al in zijn Parijse ballingschap doodgezopen uit nostalgie over de ondergang van het Habsburgse Avondland. Nu telt het stadje nog maar een joodse bewoonster.

DSC02037Van die synagoges  resten nog de ruïne van de hoofdsynagoge, een imponerend gebouw, en een tot garage verbouwde kleinere sjoel. Verder heeft Brody nog alles van die vergeten wereld. Maar dan zonder zijn oorspronkelijke bewoners.

Op het Rudolfsgymnasium, waar Roth leerling was, bezocht ik het schoolmuseum. Ik was er heen gebracht door een fabrieksarbeider die ik de weg vroeg en me meteen een rondleiding door zijn stad wilde geven.

brody-ukraine-city-views-2

Op het schoolplein stond een mooi monument voor de zes beroemde schrijvers die de school had voortgebracht, maar Roth werd nog extra geëerd met een gevelsteen. Iedereen die ik de rest van de dag sprak had zijn Radetzkymarsch gelezen.

In het kamertje van drie bij vier meter waaruit het museum bestond was aan alle zes schrijvers evenveel aandacht besteed. Foto’s, boeken, vaandels, historische prenten, alles was van stal gehaald om het rijke verleden van de stad aan de bezoekers te kunnen tonen.DSC02043

Vol trots liet  geschiedenisleraar Andrii me de foto’s zien van hoe Brody vroeger was en wat je nu van dat verleden nog kon zien. Niet veel, zoals uit zijn verzameling bleek. Soms kun je dus beter een boek lezen om je gevoel voor nostalgie te kunnen bevredigen dan naar de plek van de gebeurtenissen gaan.
DSC02042Op de gang verdrongen zich inmiddels de leerlingen voor het buitenlandse bezoek. ,,Where are you from?” vroegen ze in koor in hun beste Engels. Bij het horen van ‘Nederland’ keken ze verheerlijkt, alsof de kerstgedachte al in Brody was neergestreken.

,,Ze leren hier tegenwoordig geen Latijn en Grieks meer”, zei de leraar geschiedenis. ,,Maar wel Duits en Engels, daar hebben ze veel meer aan.” Ik kon hem geen ongelijk geven.

    • Michel Krielaars