Nog even geen kerstdiners

Het is natuurlijk heel verkeerd, maar ik heb helemaal geen zin om aan kerstdiners te denken. Je ziet dat ze op de markt wel al richting schransfestijnen werken: overal wild (dat wil zeggen: wildachtig vlees, zoals hert), ineens veel tarbot en griet en schelpen en, oeioei, oesters. Laatst eindelijk uitgevonden welke oesters het lekkerst zijn – nu ja, welke ik het lekkerst vind: de Gillardeau. Volgens de Gault-Millau de ‘Rolls Royce onder de oesters’ las ik, en hij kost ook wel wat, op de markt 1 euro 25 het stuk. Maar als je met z’n tweeën bent en je wilt eens wat leuks, ik noem maar wat: een soupertje op kerstavond met een fles heel goede wijn en zes oesters ieder… Dan kun je voor een keertje denken: Toe maar. Er zijn dingen die minder hun geld waard zijn.

Het bijzondere van de Gillardeau, ik ga gewoon nog even door, is dat-ie een beetje zoet smaakt. Hij is heel dik en vlezig en begint zilt, zoals elke oester, maar dan komt er een uitgesproken zoete eh… afdronk. Zoet op de manier waarop meer zeegedierte zoet is: inktvis en kreeft en garnalen. Die smaken opmerkelijk genoeg totaal niet zout, al leven ze aldoor in het zoute water, en dat maakt ze ook juist zo lekker. Bijna zo heerlijk als de Gillardeaus.

Maar meer culinaire kerststemming wil maar niet komen – geen zin in allerlei groot gebraad en ook geen zin in verplicht vegetarisch eten. Maar we verzinnen wel wat natuurlijk. Iets een beetje eenvoudigs denk ik eigenlijk. Het hele jaar door maak je allerlei gezellige feestelijke dineetjes als het zo uitkomt en met kerst zit je ineens met de handen in het haar omdat het dan een enorme kalkoen moet zijn (trouwens niets tegen vind ik, gevulde kalkoen, lekker en makkelijk ook, want je bent in een keer voor tien, twaalf, veertien personen klaar).

Maar vandaag hoeft het nog niet, het grote denken aan kerstmis, dat is meer iets voor aanstaand weekend.

Bij die heerlijke worteltjes van gisteren had ik laatst een visje gemaakt in folie, met een beetje drank en een beetje zure room – dat was een prima combinatie. (Een kerstcombinatie? Als je er iets leuks bij vooraf geeft (oesters!) en een taartje bakt voor toe? Waarom niet hè?)

Zeewolffilet  met vermouth in folie (voor 4 personen)

  • 4 zeewolf filets van ong. 200g het stuk
  • 2 takjes rozemarijn
  • 1 teentje knoflook, in heel dunne plakjes
  • 60 g boter
  • 4 dessertl crème fraîche
  • 4 el witte vermouth extra dry

Verwarm de oven op 200 graden

We doen of de vis een lamsbout is: maak met een scherp mes kleine inkepingen, een stuk of zes, in de filets en doe daar 2 rozemarijnnaaldjes en en een dun plakje knoflook in (geeft niet als dat een beetje uitsteekt) en bestrooi de filets met peper en zout.

Scheur vier flinke stukken aluminiumfolie af, met een zodanige lengte dat ze dubbelgevouwen nog groot genoeg zijn om elke filet met toebehoren als een pakketje dicht te vouwen.

Smeer ze in met een beetje boter en leg op elk stuk folie een moot vis. Schep een lepel crème fraîche op elk stuk vis en vouw de vier randen naarboven,maar sluit depakketjes nog niet: eerst gaat er een scheutje vermouth in. Nu degelijk afsluiten.

Leg de pakketjes op een bakplaat en bak ze ruim een kwartier. Leg ze met folie en al op ieder bord zodat de eters ze zelf open kunnen maken.
Ze zijn echt uitstekend met die worteltjes van gisteren – het kleine spekje dat daarbij zit combineert heel leuk met de vis.

    • Marjoleine de Vos