Nederlands landschap

Nogal wat Nederlanders koesteren hartstochtelijk hun landschap. Hoe diep die liefde gaat spreekt uit het hoge ledental van organisaties die opkomen voor landschap en/of voor milieubehoud. Maar uit onderzoek van Vroege vogels, het VARA-radioprogramma dat al jaren op zondagochtend de natuur en alles wat daarmee samenhangt bespreekt, is nu gebleken dat dit jaar de aanhang van de verzamelde natuur- en milieuorganisaties is geslonken. De grootste klap viel bij Natuurmonumenten, dat 52.000 leden verloor (nu 830.000). En zelfs de twaalf verenigingen die dicht bij hun leden staan omdat ze zich inzetten voor lokaal landschapsbehoud, zoals Het Utrechts Landschap en It Fryske Gea, zagen hun aanhang teruglopen met 4.180 opzeggingen (nu 304.504 leden).

Een lidmaatschap kost geld en in tijden van crisis worden lidmaatschappen heroverwogen. Maar deze teruggang valt niet af te schuiven op de kredietcrisis. Er zijn namelijk ook verenigingen die fors groeiden. De Dierenbescherming, de Vogelbescherming en kleinere als de Stichting AAP en de Zeehondencrèche kregen er duizenden leden bij. Ze hebben gemeen dat ze opkomen voor aaibaarheid in de verdrukking: vogels, varkens, apen; of de beren, dolfijnen en werkpaarden van de World Society for Protection of Animals, de vereniging tegen dierenmishandeling waarvan de Nederlandse afdeling in 2009 de meeste nieuwe leden mocht inschrijven: 18.259.

Het lijkt of landschapsbehoud het aflegt tegen dierenbelang. Niet dat die dieren geen steun behoeven en verdienen, maar het is een zorgelijk signaal dat de landschapsorganisaties niet in staat zijn om hun leden vast te houden. Blijkbaar lukt het ze minder om hun boodschap over te brengen: dat het landschap niet alleen mooi is en gezond, en aardig om in te fietsen of te wandelen, maar ook cultureel en maatschappelijk van onschatbare waarde. Het belang van landschapsbehoud is des te aanzienlijker, omdat dit een tijd is waarin het ene CDA Kamerlid de voltooiing van de Ecologische Hoofdstructuur in twijfel trekt, terwijl een andere parlementariër unverfroren voorstelt om natuurgebieden maar eens te laten renderen door er windmolens in te plaatsen. Waarmee de laatste er blijkt van geeft niet te beseffen wat het wezen van natuurgebieden is.

De landschapsorganisaties hebben lang in hun succes achterover kunnen leunen. Hun leden genoten van uitstapjes met de boswachter en van de natuurfoto’s in het tijdschrift. In reactie op de neergang verklaarde Natuurmonumenten te rekenen „op onze trouwe leden’’. Dat is vluchtgedrag. Dit is een tijd waarin emotionaliteit geldt als bewijs van goed gedrag. De dierenclubs profiteren ervan. Hoe antwoorden de landschapsverenigingen? Niet met ordinaire acties. Wel met een volwassen emotioneel appèl, dat hun expertise afzet tegen de actualiteit. Laat leden en mogelijke leden voelen dat hun steun voor vogels en andere dieren weinig oplevert zonder een landschap waar het voor de dieren goed gedijen is.

De landschapsorganisaties moeten hun neergang keren. Nederland heeft hun inspanningen nodig.