Johnny Hallyday, de Franse Elvis, lééft

Elvis leeft. Dat wil zeggen: de Franse. Dat was het eigen wereldnieuws dat Frankrijk dezer dagen heeft naast Kopenhagen en de neus van Berlusconi.

Rockicoon Johnny Hallyday, in 1943 geboren als Jean-Philippe Smet, ligt in een ziekenhuis in Los Angeles. Hij werd sinds vorige week in een coma gehouden om hem te verlossen van pijn na een rugoperatie. Amerikaanse artsen zouden, volgens de producer van Johnny, vinden dat arts Stéphane Delajoux die hem in Parijs had geopereerd, een „rotzooi” had veroorzaakt. De ‘sterrenchirurg’ werd vervolgens op straat in Parijs aangevallen door gemaskerde mannen – fans van Johnny, zo wordt vermoed.

In het buitenland wordt hij soms ‘Johnny Wie?’ genoemd, maar dat is achterhaald. Johnny Hallyday ís wereldberoemd. Als curiositeit – zijn muzikale prestaties gelden als tweederangs.

Begin jaren zestig bracht hij kuif, gitaar en glitterpak naar een land dat nog naar voorbije eeuwen rook. Hij maakte de muziek van de nieuwe tijd Frans. What is Soul werd Je suis seul. Decennia bleef hij doorrocken, met 47 studio-albums sinds Hello Johnny (1960). En hij acteerde in elf films, altijd min of meer als zichzelf. Als hij optreedt, komen honderdduizenden samen.

En nu? Slapend in zijn ziekenhuisbed toonde Hallyday dat hij eigenlijk niet meer hoeft te zingen. Hij is een icoon geworden, onmisbaar puzzelstukje in het Franse zelfbeeld. Bekende Fransen reisden gehaast af naar Los Angeles. Actrice Line Renaud verklaarde dat Johnny er in coma „heel mooi bleek” uitziet. Een beroemde arts werd afgevaardigd om zijn toestand te controleren, president Sarkozy stelde het volk gerust. Hij had met zoon David Hallyday gesproken en alles komt goed. Sinds gisteren is Johnny weer bij kennis. Maar de afscheidstournee, die hem naar de VS had gebracht, is afgelast.