Is het religie of toch wetenschap? Nee, Scientology!

Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis.

Vandaag: wat is nou toch eigenlijk Scientology?

In het nieuws komt de Scientology kerk vaak genoeg, maar positief is het zelden. Zo kreeg het genootschap eind oktober nog door de Franse rechter een boete opgelegd van 600.000 euro wegens georganiseerde fraude. De aanklager wilde Scientology – dat in Frankrijk niet als geloof maar als sekte te boek staat – helemaal laten verbieden, maar die eis werd verworpen.

In Australië, waar Scientology wel als godsdienst wordt erkend, probeert men de kerk nu via nieuwe wetgeving te verbieden. Volgens senator Nick Xenophon is Scientology namelijk een „criminele organisatie” die haar leden „afperst, intimideert en psychisch geweld aandoet”, terwijl het zich „verschuilt achter zogenaamde godsdienstige overtuigingen”.

Deze controverses staan niet op zichzelf. De Scientology kerk, opgericht in 1954 door sciencefiction-schrijver Lafayette Ronald Hubbard (1911-1986), heeft zich al voor talloze rechters moeten verantwoorden. Ter discussie staat dan meestal of Scientology moet worden beschouwd als een echte religie die op legitieme wijze zingeving biedt aan haar leden, of eerder als een occulte sekte die mensen brainwasht, onderdrukt en geld aftroggelt. De kerk zelf claimt in ieder geval acht miljoen vrijwillige aanhangers wereldwijd te hebben, maar wetenschappers schatten het aantal een stuk lager: tussen de kwart en half miljoen.

Toch geniet Scientology, voor een betrekkelijk jong geloof, grote bekendheid. Dat is niet alleen aan de vele rechtszaken te danken, maar ook aan een aantal wereldberoemde leden, zoals John Travolta en Tom Cruise. Zij treden regelmatig op als boegbeeld van de kerk. Dat is niet geheel toevallig: Ron Hubbard was een groot Hollywoodfan en promootte zijn leer in het begin vooral in celebritykringen.

Desondanks is het beeld dat het grote publiek van Scientology heeft niet positief en in sommige gevallen zelfs karikaturaal – gebaseerd op de parodie die de tekenfilm South Park er ooit over maakte. Slechts weinigen weten wat Scientology werkelijk inhoudt.

Daarom stel ik hier de vraag: wat geloven Scientologen precies? Is het een religie? Of een soort wetenschap? Of is het, zoals critici stellen, toch niets meer dan een verzameling absurde sciencefictionverhalen met een godsdienstig sausje? Neutrale antwoorden op die vragen blijken lastig te vinden, omdat geen enkele visie op de kerk onbetwist is. Maar het kortgeleden bij Oxford University Press verschenen Scientology (2009) – samengesteld door dé experts op het gebied van nieuwe religies – geldt als zeer betrouwbaar, dus dat heb ik als bron genomen.

Scientology is te omschrijven als een stelsel van geloofsartikelen gericht op persoonlijke bevrijding. De mens wordt daarin voorgesteld als een onsterfelijk spiritueel wezen, ook wel een thetan genoemd. Centraal staat de aanname dat de mens van nature goed is, maar dat zijn aard gecorrumpeerd is geraakt door miljoenen pijnlijke en traumatische ervaringen, vanaf de geboorte én uit vorige levens. Die ervaringen (‘enagrammen’) hebben zich in een bepaald deel van de psyche genesteld (‘de reactieve geest’) en oefenen negatieve invloed uit op het individu.

De Scientology kerk biedt twee manieren om de geest hiervan te zuiveren: door middel van ‘training’ en ‘auditeren’. Deze therapeutische methodes zijn onderdeel van het door Hubbard bedachte Dianetics – een wetenschappelijk omstreden maar in de jaren vijftig populaire therapievorm die claimt de mens te kunnen genezen van al zijn angsten en psychosomatische aandoeningen door hem pijnlijke ervaringen te laten herbeleven en daarna te ‘wissen’.

In principe is daar slechts mondelinge begeleiding voor nodig, maar er wordt ook gebruik gemaakt van technologische snufjes zoals een E-Meter, waarmee – zo beweert men – elektronisch kan worden vastgesteld of iemand van zijn psychische blokkades bevrijd is. Het auditeren verloopt in fases, waarbij de gelovige steeds verder opklimt in de kerkelijke en spirituele hiërarchie – beter bekend als ‘De Brug naar Totale Vrijheid’. Daarbij doet hij steeds diepere spirituele inzichten op, tot hij volledig van zijn slechte verleden gezuiverd is (clear).

Over die inzichten doen Scientologen uitermate geheimzinnig. Dat is dan ook een van de redenen dat de kerk de naam heeft een sekte te zijn. Sommige geloofsartikelen klinken behoorlijk dwaas. Zo zou een dictator uit de ruimte, genaamd Xenu, 75 miljoen jaar geleden miljarden mensen naar de aarde hebben gevlogen en met vulkaanuitbarstingen om het leven hebben gebracht. Deze mensen zweven nu nog als kwaadaardige geesten om ons heen, zo luidt de theorie.

Maar daarmee komt Scientology occulter en sektarischer over dan het is, zegt sektedeskundige James R. Lewis. De kerk moedigt leden, anders dan sektes, bijvoorbeeld actief aan „om deel te nemen aan andere religies”, aldus Lewis. Bovendien kent Scientology geen God die zijn wil van bovenaf oplegt aan de groep; het is eerder een geloof dat gericht is op individuele verlichting ‘van binnenuit’.

Scientologen hebben dan ook een subjectivistische opvatting van de werkelijkheid. „De realiteit is altijd jouw realiteit”, schrijft Hubbard. Ook gaat de kerk er vanuit dat waarheid geen gegeven is, maar een sociale constructie: waar is datgene „waarover overeenstemming bestaat”. zegt de leer. Op dat punt spreken Scientologen zichzelf overigens wel tegen, want voor Scientology zélf gaat dit constructivisme niet op: de eigen leer is niet door Hubbard ‘bedacht’, maar door hem ‘ontdekt’ – analoog aan kennisvergaring in de wetenschap.

Scientology is dan ook het beste te typeren als een soort „technologisch boeddhisme”, zegt religiewetenschapper Frank Flinn. Net als boeddhisten hanteren Scientologen niet de term ‘openbaring’, maar ‘zelfonderzoek’. Ook spreken ze niet van ‘geloof’, maar van ‘kennis’. De wetenschappelijke onderbouwing van die kennis is wel beperkt; Hubbards doctrines zijn vooral wetenschappelijk in taalgebruik. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat in de jaren vijftig, toen Scientology het levenslicht zag, het vertrouwen in de wetenschap een grote vlucht nam en de bijbehorende vocabulaire enorm in aanzien steeg.

De nadruk op persoonlijke bevrijding wil overigens niet zeggen dat Scientology geen maatschappelijke ambities heeft. Het belangrijkste doel, in de woorden van de grondlegger, is „een wereld zonder krankzinnigheid, criminaliteit en oorlog, waarin iedereen kans van slagen heeft en eerlijke mensen rechten hebben, zodat de mensheid tot nieuwe hoogtes kan reiken.” Om deze wereld tot stand te brengen heeft Scientology een aantal maatschappelijke organisaties opgericht, zoals Narconon (een afkickprogramma voor drugsverslaafden) en Criminon (een rehabilitatiekliniek voor criminelen).

Ook steunt de kerk mensenrechtenorganisaties en instituten tegen analfabetisme. Daaruit valt op te maken dat Scientology, naast de nogal ouderwetse opvattingen over reïncarnatie en het eeuwige leven, eveneens een aantal moderne verlichtingswaarden onderschrijft, zoals autonomie en zelfontplooiing. In filosofisch opzicht kan Scientology dan ook moeilijk occult of sektarisch worden genoemd: daarvoor zijn de basisleerstellingen te individualistisch en het mensbeeld te positief.

In organisatorisch opzicht is de kerk hiërarchischer en geheimzinniger dan de meeste godsdiensten en belooft het – in termen van spirituele genezing – dingen die volstrekt ongeloofwaardig zijn (zo zouden gelovigen op den duur nooit meer verkouden worden). In dat licht komt de slechte naam van Scientology niet uit de lucht vallen. De Duitse psycholoog Erich Fromm (1900-1980) noemde de leer van Hubbard niet voor niets alleen geschikt voor mensen „die in voorgefabriceerd geluk en wonderdokters geloven”.

Toch stijgt het aantal leden van de Scientology kerk nog altijd sterk (hoewel het niet de snelst groeiende religie ter wereld is, zoals Scientology zelf beweert). Die populariteit is niet vreemd, zegt Frank Flinn. De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) voorspelde namelijk al dat er in de loop van de 20ste eeuw een „Europese variant van het boeddhisme” zou ontstaan.

Het verlies van geloof in transcendente autoriteiten (‘God is dood’) moest immers worden vervangen door een alternatieve vorm van zingeving – en Nietzsche voorzag dat westerlingen zich daarvoor zouden wenden tot de Oosterse filosofie. In veel opzichten heeft Scientology die plaats in het religieuze spectrum ingenomen, zegt Flinn.

Dat de kerk in haar praxis omstreden is, valt niet te ontkennen. Maar het geloof zelf is dus minder wereldvreemd dan vaak wordt gedacht. Wettelijke uitbanning ervan lijkt dan ook sterk overdreven. Vreemd genoeg hoor je daar zelden iemand over. Zodra in Zwitserland een minarettenverbod van kracht wordt, spreken minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) en minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) onmiddellijk hun bezorgdheid uit over de godsdienstvrijheid van moslims. Maar als in Australië of Frankrijk geprobeerd wordt de Scientology kerk te verbieden, blijft het stil.

Kennelijk weten onze ministers wel wat een ‘echte religie’ is.