Hondentrouw in tranentrekker

Hachi. Regie: Lasse Hallström. Met: Richard Gere, Joan Allen.In: 20 bioscopen.**

Knusser dan Hachi kan het bijna niet worden. De film is gebaseerd op een waargebeurd voorval maar dan wel een verhaal dat meer dan 75 jaar geleden en in een ander land plaatsvond. In Japan is het kennelijk gebeurd dat een hond na het overlijden van zijn baas de rest van zijn leven iedere dag is teruggekeerd naar het treinstation, waar de baas dagelijks stipt om vijf uur de trein uitstapte. Bij het station van die plaats, Shibuya, staat tegenwoordig een bronzen standbeeld van het dier. In Japan was dit gegeven al goed voor een succesfilm in 1987, waarop de huidige versie is gebaseerd, en een televisieserie.

Regisseur Lasse Hallström verplaatste de handeling naar deze tijd en Amerika, maar er blijft een vleugje Japanse mystiek door dat de hond in kwestie nog steeds van het Japanse Akita-ras afstamt en doordat zijn baas, een docent aan het conservatorium, een Japanse collega heeft die hem het een en ander kan vertellen over de Japanse zeden en gewoonten. Nee, natuurlijk apporteert deze hond niet. Dat doen alleen die simpele, platte Amerikaanse hondenrassen, meent deze snob.

Dat de film een trieste wending zal krijgen is al vanaf de eerste minuut duidelijk, doordat Hallström meteen alle stemmige herfsttinten uit de kast haalt en donkere muziek inzet. Maar eerst is er nog tijd voor Richard Gere, als de conservatoriumdocent, om zijn vrouw (Joan Allen) te overtuigen dat ze het hondje echt moeten houden, en om trucjes te leren. Hachi is voor volwassen al te simpel, maar misschien weer een tikje te treurig voor kinderen.