'Hiphoppers dansen vanuit hun gevoel'

Als eerste hiphopper bij Het Nationale Ballet. Remy Tilburg zat in de halve finale van tv-danswedstrijd So you think you can dance en heeft nu een rol in het ballet Coppélia.

Deze winter laat Het Nationale Ballet zich inspireren door de populaire tv-talentenjacht So you think you can dance. Hiphopdanser Remy Tilburg, gesneuveld in de halve finale van het tv-programma, danste zaterdag mee in het sprookjesballet Coppélia van Ted Brandsen en tekenaar Sieb Posthuma. Net als op tv deed Tilburg een zelfverzonnen solo, maar dit keer tussen de ballerina’s van Het Nationale Ballet, als hiphopper in rood trainingspak. „Eigenlijk heb ik geschiedenis gemaakt, ik ben de eerste Surinaamse hiphopper die meedanst met Het Nationaal Ballet.”

Remy Tilburg (20) speelt in Coppélia een van de poppen die dokter Coppelius tot leven brengt. In het prentenboekdecor valt hij eerst niet op, totdat hij gaat bewegen. In zijn solo is af en toe, tussen zijn schokkerige breakdance-bewegingen door, iets te zien wat op een pirouette lijkt. Tilburg: „Ik geef er mijn eigen draai aan.”

Na afloop van zijn eerste optreden is hij ontspannen. „Ik voelde me wel even eenzaam als hiphopper tussen alle klassieke balletdansers, en toen werd ik nerveus. Ik dans mijn eigen stijl, maar het moet ook een geheel worden op het podium. Toen dacht ik: ik doe het gewoon.”

Hiphoppers dansen vanuit hun gevoel, zegt Tilburg. „Dat komt direct naar buiten. Soms lijkt het alsof ik naar hun ingewanden kan kijken”. Dat is volgens hem heel anders bij klassieke dansers, die hebben jarenlange techniek achter de rug en het gevoel is verder weg verstopt. „Maar ik heb heel veel respect voor ze.”

Tilburg leerde hiphopdans van een vriend in Amsterdam Zuidoost. Voor So you think you can dance bekwaamde hij zich, met behulp van professionele choreografen, in verschillende dansstijlen. Hij viel af door een gebrek aan techniek. Bij Coppélia deelt hij de rol met hiphopper Rex Clemensia, die vorig jaar ook in het stuk danste.

So you think you can dance probeert jongeren dichterbij de danswereld te brengen. Ook voor kandidaat Timor Steffens, vorig jaar tweede, betekende het een opstap. Hij werd achtergronddanser voor de afgelaste concertserie van de in juni overleden Michael Jackson. Hij is wel te zien in de film This is it. De sprong naar klassiek ballet is vaak te groot. Je moet er jong mee beginnen. So you think kan niet meer bieden dan een stoomcursus.

Ted Brandsen, artistiek leider van Het Nationale Ballet, heeft het dansprogramma enthousiast gevolgd. De twee werelden hebben wat hem betreft wel degelijk overeenkomsten. „In beide werelden moet je hard trainen en vechten om iets voor elkaar te krijgen.” En behalve techniek zijn volgens hem ook het dansgevoel en uitstraling enorm belangrijk. „Dat is ook de reden dat we Remy hebben gekozen, hij is een charmant persoon.”

Brandsen kende Tilburg overigens al van het schoolproject Zwanenmeer Bijlmermeer in 2006. „Het is leuk dat meer jongeren naar het klassiek ballet komen als zo’n jongen in zo’n tv-show heeft gezeten. Veel mensen denken dat ballet alleen maar voor een bepaalde groep is, maar dat is dus niet zo.” Brandsen vindt dat er wel veel superlatieven geschreeuwd worden in het programma. „Bij klassiek ballet zouden we veel meer nuances aanbrengen in het commentaar.”

De danswereld en de talentenshows willen graag jongeren bij de danswereld betrekken. Maar gaan ze niet pas op latere leeftijd openstaan voor cultuur? Brandsen: „Op jonge leeftijd voel je juist aan wat echt is, en dans is echt. Ik denk dat dans altijd een snaar raakt bij het publiek, en als je jong met cultuur in aanraking komt, kan je er later altijd op terugvallen.”

Tilburg is onder de indruk van de klassieke danswereld. „Iedereen woont hier zo ongeveer in het theater.” Zelf nam hij een aantal privélessen klassiek ballet voor zijn rol in Coppélia. „Ted Brandsen gaf me richtlijnen, maar daaromheen kon ik zelf bedenken wat ik wilde doen. Hij leerde me hoe ik bewegingen kon afmaken en uitvergroten.”

Of jongeren door zijn bekendheid nu opeens massaal naar ballet komen kijken, weet hij niet zeker. „Als ze maar, net als ik, hun dromen blijven najagen”. Naast zijn opleiding tot patissier wil hij dan ook nog graag een dansopleiding doen, al is hij voor dansbegrippen aan de oude kant. „Als je jong bent, neem je als een spons alles in je op. Veel mensen vergeten dat als ze ouder zijn, ze nog steeds zo’n spons kunnen zijn.”

Coppélia t/m 1/1 in Muziektheater, Amsterdam. Inl: 020-6255455, www.hetnationaleballet.nl

    • Monica de Ruiter