Drink met mate, klaag niet en ga op tijd weg

Wegblijven is eigenlijk geen optie bij de kerstborrel.

De medewerker die wat mompelt over ‘niet van feestjes houden’ kan het schudden met zijn loopbaan.

Auw. Licht schijnt door je oogleden. Als met lijm vastgeplakt gaan ze open. Wat was er gister ook al weer? Oh ja, kerstborrel op de zaak. Was leuk. Goeie happen ook. Fijne muziek. Een gnuivend sms-bericht van je directe collega brengt de werkelijkheid terug.

Oh god.

Langzaam vallen puzzelstukjes in elkaar. Er was een cocktailshaker. Iemand kwam met een fles champagne. Toen iets met een of andere karaokebar en een weddenschap... Nee!

Borrelen op het werk klinkt net zo verstandig als bier drinken in de auto; juist op die plekken wil je niet de controle verliezen. Toch is de kerstfuif op kantoor de beruchte uitzondering op deze regel – terwijl uit de bocht vliegen op het werk ook niet zonder risico’s is.

Etiquetteboekjes en -websites putten zich dan ook uit in ‘do’s and don’ts’ ter voorbereiding op de gezellige dagen. Vooral in Groot-Brittannië lijkt de kerstborrel dé gelegenheid om jezelf aldus onherstelbaar voor lul te zetten, blijkt uit de talloze rampzalige anekdotes online – zie verder Bridget Jones.

LEKKER SPONTAAN

Een enthousiasmerend lijstje vormen ze niet, die gedragscodes. Vooral NIET doen, lijkt de boodschap. Niet te veel drinken, niet te lang blijven, niet klagen, niet opscheppen... Voor de hand liggend, maar ook wel dwingend. Zo’n feestje is toch juist bedoeld om uit het kantoorkeurslijf te breken? „Het is een bedrijfsborrel, dus je moet professioneel blijven”, zegt etiquettedeskundige Roel Wolbrink, auteur van het naslagwerk voor omgangsvormen op kantoor: Het Blauwe Boekje.

Om de kerstborrel aan te duiden als cruciaal evenement in de kantoorbiotoop vindt Wolbrink overdreven: „Dat wordt het als je je misdraagt. Het is wel dé mogelijkheid om je fantastische persoonlijkheid te laten zien. Net als gesprekken bij de koffieautomaat vormt zo’n jaarlijkse borrel een smeermiddel binnen het bedrijf.”

NETWERK GALORE

Je moet geen moment onbenut laten om te netwerken, luidt het credo van Wolbrink. „Laat mensen denken ‘die wil ik erbij hebben’, dat geldt voor zowel het feestje als binnen het bedrijf zelf. Wie zich als grijze muis opstelt, zal nooit in aanmerking komen voor een leidinggevende functie”, vermoedt Wolbrink. Blijf niet in je vertrouwde groepje vaste lunchcollega’s hangen, maar offer vandaag een half uur van je leven op om ‘toevallig’ in gesprek te raken met de directeur als hij op zijn drankje staat te wachten aan de bar.

Hoe doe je dat dan precies? Wolbrink: „Wacht af tot je ‘de beurt’ krijgt, vang oogcontact. Stel een of twee gesloten vragen – verzin die desnoods van te voren – om aan elkaars aanwezigheid te wennen. Geef een complimentje, blijf te allen tijde positief. En luister.”

HET LIJKT WEL WERK

Ach welnee, zegt Wolbrink, „er is geen protocol. Het zijn hooguit tips. De grens tussen volstrekt ontspannen jezelf zijn en je professionele rol is moeilijk te trekken. Mijn ijkpunt: zou je naast jezelf willen staan op een feestje.” En sta dan niet te dichtbij, want ook daarin zijn ongeschreven regels: op kantoor houd je een meter afstand, in de kroeg 60 centimeter en op de werkborrel 80 centimeter. En pas op, zegt Wolbrink: „De volgende dag moet je weer terug naar die meter, en je baas weer formeel aanspreken.”

DRANK & DE CRISIS

Een aantal mensen dat het contract niet verlengd zag worden door de gevolgen van de kredietcrisis zal tandenknarsend op de kerstborrel staan. Hoe ga je daar mee om? Lekker als laatste wapenfeit het buffet in de fik steken? Over de baas heen kotsen? „Ehm, nee. Zoals ook de eerste indruk het belangrijkst is, geldt dat ook voor de laatste. Je weet nooit waar je in de toekomst je huidige collega’s nog tegenkomt, of wanneer ze misschien nog een handig contact kunnen zijn.” Volwassen blijven, je beste kant tonen – en het niet gefrustreerd op een zuipen zetten of je gram gaan halen bij de chef die je de zak gaf.

IK VIND HET ENG

Niet gaan is overigens ABSOLUUT geen optie, benadrukt Wolbrink. De medewerker die wat mompelt over ‘niet van feestjes houden’ kan het schudden met zijn loopbaan. Wolbrink: „Ik schat dat de helft van Nederland het eigenlijk heel eng vindt om in gezelschap te verkeren, ten onrechte. Mensen accepteren je heus wel, zeker collega’s: je hoeft echt niet extreem geestig te zijn of de gangmaker van het feest.”

Natuurlijk zijn er mensen voor wie het werk niet de grootste passie in het leven is – Wolbrink: „Ik denk nu even aan een debiteuren-crediteuren-situatie” – maar als je je werk niet leuk vindt en daarom geen zin hebt in de borrel, wordt je werk nooit leuker: een neerwaartse spiraal. Kortom, tandjes op elkaar en de obligate vijf kwartier beschaafd borrelen met mensen die je eigenlijk niet wil kennen. En dan daarná met de vaste club een andere kroeg in. Of de karaokebar.