De zaak-Julio Poch begon met een dineetje in Australië

Moet Nederland uitlevering vragen van de Argentijns-Nederlandse piloot die wordt verdacht van dodenvluchten?

Het bewijs tegen Julio Poch lijkt dun en indirect.

We noemen hem Julio Poch. Tot nu toe heette hij in de kolommen van deze krant Julio P., maar zijn familie is overtuigd van zijn onschuld – en vindt dat de initiaal ‘P.’ een crimineel van hem maakt.

In december 2003 zou Poch, een Nederlands-Argentijnse piloot, tegen twee collega’s hebben gezegd dat hij betrokken is geweest bij ‘dodenvluchten’ tijdens de dictatuur van Jorge Videla. Onder Videla zijn eind jaren ’70 en begin jaren ’80 tegenstanders van het regime boven de oceaan uit vliegtuigen gegooid – levend, gedrogeerd. Argentinië jaagt sinds enkele jaren actief op misdadigers uit die tijd.

De twee collega’s van Poch stapten in 2003 niet naar de politie. Een derde collega, die het verhaal vernam bij monde van het tweetal, deed dat wel. Justitie beschouwt deze indirecte getuige als kroongetuige. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat de verklaring van deze indirecte getuige aantoonbare onjuistheden bevat. Ook blijkt dat de indirecte getuige zelf op zoek is gegaan naar aanvullende, belastende feiten tegen Poch.

Julio Poch (57) werkte voor Transavia. Hij werd op 22 september van dit jaar gearresteerd in Valencia, toen hij op het punt stond de laatste vlucht voor zijn pensioen uit te voeren. Sindsdien zit hij in voorarrest in Spanje. Zijn geboorteland Argentinië verdenkt hem van misdaden tegen de menselijkheid – mede op basis van de getuigenissen van zijn collega’s.

Wat gebeurde er in 2003? De Indonesische maatschappij Air Paradise huurde toen voor een aantal maanden toestellen met in totaal zo’n dertig bemanningsleden van Transavia. Vanuit Bali vlogen de piloten onder meer op en neer naar Australië. Elke avond dineerden ze samen.

Op een van die diners kwam het gesprek op Argentinië. Het precieze gesprek is niet te reconstrueren. Vaststaat dat het in het Engels was en dat twee Transavia-collega’s die avond concludeerden dat Poch had deelgenomen aan de dodenvluchten. Op foto’s is te zien dat deze collega’s bier en wijn dronken. Poch dronk die avond niet.

Pochs kinderen – een zoon en twee dochters – begrijpen het niet. Hun vader was eind jaren zeventig marinepiloot, dat wisten ze. Maar betrokkenheid bij de dodenvluchten? Hun vader, zeggen ze, heeft de misdaden onder Videla altijd bekritiseerd. De zoon van Poch (33), die niet met zijn voornaam in de krant wil, is zelf ook piloot bij Transavia. Hij bezoekt zijn vader elk weekend, met zijn zussen en zijn moeder.

Pochs zoon wijst erop dat de dodenvluchten vanuit Buenos Aires vertrokken. „Maar daar was mijn vader op dat moment helemaal niet gestationeerd.” Het Openbaar Ministerie verklaarde vorige maand dat Poch „in staat was” dergelijke toestellen te besturen. De vraag of hij daadwerkelijk in deze toestellen vloog, bleef onbeantwoord.

De twee collega’s van Transavia spraken na het gesprek op Bali nooit meer met Poch. Ze hebben hun verhaal gemeld bij hun werkgever. Die confronteerde Poch ermee, maar na diens ontkenning liet Transavia de zaak rusten.

De twee directe getuigen van het gesprek stapten ook niet naar de politie. Toen een derde collega van het Bali-gesprek hoorde, deed die dat wél. Op 15 september 2006, bijna drie jaar na ‘Bali’, stuurde deze collega een e-mail aan de Nationale Recherche. De politie deed aanvankelijk niet veel met het verhaal. Pas op 3 juli 2008 sprak de recherche in persoon met deze ‘derde collega’. Geen van de drie Transavia-medewerkers is bereikbaar voor commentaar.

Deze indirecte getuige speelt nu een cruciale rol in de zaak tegen Poch. Toch zegt hij in zijn verhoor bij de Nationale Recherche, waarvan deze krant het verslag heeft ingezien, dat hij „nog nooit een een-op-eengesprek” met Poch heeft gehad. De verklaring bevat talrijke aantoonbare onjuistheden. Zo noemt de indirecte getuige zichzelf ‘Pochs chef’. Bronnen binnen Transavia bevestigen dat hij in werkelijkheid de assistent was van de chef. Ook verklaart hij: „De professionele overstap van Poch naar Transavia is niet te rijmen met zijn excellente rol als een Argentijnse marineofficier.” Maar Poch bestuurde al acht jaar passagierstoestellen in Argentinië.

De familie Poch zou volgens de verklaring land bezitten in Argentinië. (Pochs zoon: „Was het maar waar.”) Poch zou verder tal van tests hebben moeten afleggen voor hij bij Transavia in dienst kwam. Ook dat klopt niet; één test was voldoende.

De meest saillante passage in de verklaring is die waarin de getuige zegt dat hij heeft gehoord dat Poch eind jaren tachtig – op een dineetje bij een collega – „gelijksoortige verhalen” zou hebben verteld als op Bali. De collega die destijds het feestje gaf, weet hoe die passage in de verklaring is beland.

De getuige had van het verhaal over het feestje gehoord – en heeft de organisator gevraagd of de aanwezigen het destijds over Argentinië hebben gehad. Diens antwoord luidde dat dat best mogelijk was. Dit in de verklaring als „gelijksoortige verhalen” omschrijven, vindt de organisator onbegrijpelijk. Hij is, zegt de zoon van Poch, bereid onder ede te verklaren dat daar geen sprake van was.

Het lijkt erop dat de indirecte getuige zélf op zoek is gegaan naar ‘aanvullend bewijs’, om een sterker verhaal te kunnen presenteren aan de Nederlandse rechercheurs en aan de Argentijnse onderzoeksrechter Sergio Torres, die eind december 2008 naar Nederland kwam. Tegen collega’s heeft de indirecte getuige de afgelopen tijd verklaard dat hij zich „als wereldburger verplicht voelde” de zaak-Poch aan te kaarten.

Torres hoorde alle drie de ‘Transavia-getuigen’. Aan de twee directe getuigen vroeg hij: „Heeft u uit Pochs eigen mond gehoord dat hij marinepiloot was en betrokken bij ESMA?” Beiden antwoordden bevestigend op deze vraag. Marinepiloot was Poch inderdaad. Maar betrokkenheid bij martelkamp ESMA, van waaruit de dodenvluchten werden ondernomen, ontkent Poch categorisch. Hij stelt dat hij daar nooit is geweest en dat die term ook niet is gevallen op Bali.

De Nederlandse kroongetuigen leveren een belangrijk deel van het bewijs dat de Nederlandse en Argentijnse justitie hebben verzameld. Uit documenten die deze krant heeft ingezien, blijkt dat de Argentijnse justitie beschikt over één andere ex-marinepiloot: Emir Sisul Hess, die na de arrestatie van Poch ook werd opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de dodenvluchten. Hij zit vast in Argentinië. De verklaringen over Poch lijken op die over Hess, redeneert de Argentijnse justitie.

Ander bewijs zou kunnen komen uit de logboeken die het Openbaar Ministerie op de dag van Pochs arrestatie in beslag nam in diens woning bij Alkmaar. In die logboeken staat van dag tot dag beschreven in welke toestellen hij heeft gevlogen. De familie krijgt, ondanks herhaalde verzoeken, van het OM geen inzage. Poch zelf, zegt zijn zoon, weet 100 procent zeker dat de logboeken aantonen dat hij onschuldig is.

Het landelijk parket van het OM zegt dat er „wel meer belastend bewijs” tegen Poch bestaat dan de getuigenverklaringen. „Van onjuistheden in de getuigenverklaringen in het Nederlandse onderzoek is ook niets gebleken.” En: „Geen van de getuigen heeft de beweringen gedaan zoals die door deze krant worden aangehaald.”

De ongeveer vijfhonderd Transavia-piloten zijn verdeeld over de zaak-Poch. De drie getuigen hebben in de weken na Pochs aanhouding boze e-mails ontvangen van (oud-)collega’s, waarin ze volgens een oud-collega zijn uitgemaakt voor „vuile verraders”. Inmiddels hebben Transavia-medewerkers met elkaar afgesproken dat ze de getuigen met rust laten.

Verwacht wordt dat de Spaanse rechter begin januari besluit Poch uit te leveren aan Argentinië. In dat land zitten verdachten volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch soms tot tien jaar in voorarrest voor ze worden berecht. Volgens de landsadvocaat duurt het voorarrest in Argentinië hooguit een jaar.

Poch heeft de Nederlandse Staat in een kort geding gevraagd een uitleveringsverzoek te richten aan Spanje. Vorige week donderdag wees de landsadvocaat die eis van de hand. Nederland ziet op dit moment geen reden Poch te vervolgen. Poch, zegt deze advocaat, is „vrijwillig naar Spanje gegaan”. Niemand, „ook de Staat niet”, heeft hem daartoe gedwongen.

Aanstaande vrijdag beslist de voorzieningenrechter of Nederland alsnog een uitleveringsverzoek moet indienen.

    • Derk Walters