'De hel van '63' kluunt met moeite naar de eindstreep

De hel van ’63. Regie: Steven de Jong. Met: Chris Zegers, Cas Jansen, Chantal Janzen.In: 83 bioscopen.**

Regisseur Steven de Jong is een gedreven filmmaker, dat staat buiten kijf. Zijn enthousiasme voor het verfilmen van jongensboekenverhalen is grenzeloos. Het punt is alleen dat, als hij ook daadwerkelijk de gelegenheid krijgt een film te maken, zoals eerder met twee Kameleon-films (2003, 2005), De scheepsjongens van Bontekoe (2007) en Snuf de hond in oorlogstijd (2008), het resultaat, hoe sympathiek of charmant ook, nooit echt heel goed wordt. Soms is een scène in orde, soms behoorlijk gênant: hier is een knoeier aan het werk.

Ook De hel van ’63 heeft weer een klungelig scenario, oubollige dialogen, zwak acteerwerk en vreemde regiekeuzes. Dieptepunt is de karikaturale rol van Dirk Zeelenberg, als een journalist van De Telegraaf met een hautaine randstadstedelijke houding, die onderwerp is van gemakkelijke spot. Uiteindelijk wordt hij zelfs ondergekotst. Friese humor.

Steven de Jong is een Friese filmmaker die graag verhalen voor het voetlicht brengt die zijn geworteld in zijn geliefde geboortegrond, zoals zijn filmdebuut De fûke (2000). Geen wonder dat hij zich in het jaar dat de ‘tocht der tochten’ honderd jaar bestaat, buigt over barre Elfstedentocht van 1963. In dat jaar vroor het zo’n 20 graden, er stond een ijzige oostenwind en het ijs vertoonde veel scheuren die door verraderlijk stuifsneeuw aan het zicht werden onttrokken.

Het probleem van De hel van ’63 is dat het De Jong niet lukt de ‘hel’ uit de titel voldoende op te roepen op het witte doek. Hij neemt zijn toevlucht tot een curieus special effect: op gezette tijden verbeeldt een witte wolf de pijn van de toerrijders. Ook trivialiseert hij de ontberingen: bevroren ogen worden snel verholpen met wat oogdruppels en hoofdpersoon Kees (Chris Zegers) kan gewoon doorrijden met een fikse snee in zijn bovenbeen.

Alle personages moeten een probleem of trauma overwinnen: de dreiging van het verlies van de boerderij, een boze zwangere vrouw, overleden verloofde of een strenge militaire dienstplicht. De Elfstedentocht vormt slechts het decor, een obstakel dat oplossing van hun probleem in de weg staat.

Net zoals bij Ben Sombogaarts De Storm zorgt het archiefmateriaal voor de beste fragmenten: dat geeft niet alleen een historische sensatie (met een jonge, rokende Koos Postema in de studio) maar roept ook veel beter het gevoel van de barre tocht op.

Maar ook hier gaat De Jong uiteindelijk weer de mist in: hij laat radiopresentator Jan Douwe Kroeske een weerman spelen anno 1963 en doet voorkomen alsof dit historisch beeldmateriaal is. Een misplaatst grapje.

    • André Waardenburg