Conflict over bananen is voorbij

De decennia durende ‘bananenoorlog’ tussen de Europese Unie, de VS, Latijns-Amerika en Afrikaanse landen is voorbij. Gisteren kwamen alle partijen een akkoord overeen in Genève, waarmee tevens een belangrijk obstakel is weggenomen voor het bereiken van een nieuw wereldhandelsakkoord komend jaar. „Ik hoop dat dezelfde geest van pragmatisme, creativiteit en diplomatie de onderhandelingen in de Doha-ronde nieuw leven zal inblazen”, zei directeur-generaal Pascal Lamy van de Wereldhandelsorganisatie in een verklaring.

De bananenoorlog is ontstaan door de voorkeursbehandeling die Europese landen al zeker een halve eeuw geven aan voormalige koloniën in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan (de zogeheten ACP-landen). Grote producenten als Costa Rica en Ecuador in Latijns-Amerika klagen al jaren dat hun export naar Europa, de grootste bananenimporteur ter wereld, wordt benadeeld door discriminerende, hoge importtarieven. De VS spelen een rol omdat de Latijns-Amerikaanse productie deels in handen is van Amerikaanse bedrijven als Chiquita, Del Monte en Dole.

De onderhandelingen waren complex omdat het niet alleen een conflict was tussen rijke en arme landen, maar tevens tussen arme landen onderling. De ACP-landen wilden geen groeiende concurrentie van Latijns-Amerika waar vaak op grotere schaal tegen lagere kosten wordt geproduceerd. De onderhandelingen zijn wel ‘driedimensionaal schaak’ genoemd.

De EU zal nu de importtarieven voor Latijns-Amerikaanse landen verlagen en tegelijkertijd 200 miljoen euro steun geven aan bananenproducenten in ACP-landen als compensatie voor de zwaarder wordende concurrentie. Het huidige tarief van 176 euro per ton voor bananen uit Latijns-Amerika gaat stapsgewijs omlaag tot 114 euro in 2017. Bij formele ondertekening van het akkoord volgend jaar zal de eerste stap een onmiddellijke verlaging zijn tot 148 euro die met terugwerkende kracht zal gelden vanaf gisteren. In ruil zullen de Latijns-Amerikaanse landen geen verdere tariefverlaging eisen in de Doha-onderhandelingen en juridische procedures staken die tegen de EU zijn aangebracht bij de WTO. De ACP-landen behouden volledig vrijheid van importtarieven.

Het akkoord is een belangrijks signaal voor ontwikkelingslanden die winst willen halen uit de Doha-ronde, stelt de Latijns-Amerikaanse onderhandelaar Ronald Saborio, ambassadeur van Costa Rica bij de WTO. „Er zijn veel ontwikkelingslanden die in deze onderhandelingsronde markttoegang willen krijgen. Dit toont dat resultaten te behalen zijn”, aldus Saborio tegenover persbureau Reuters. „Het akkoord zal een belangrijke impuls zijn voor de Doha-ronde”, meent eurocommissaris voor Handel Benita Ferrero-Waldner