Conclusie 32

We weten nu wat we met ons boerenverstand al een poosje vermoedden, alle smoezen van de Amsterdamse autoriteiten ten spijt: dat alles rond de Noord-Zuidlijn wat er fout kón gaan, fout ís gegaan, en dat zelfs de urgentie van die lijn dubieus was (en is) omdat het aantal verwachte bezoekers zwaar werd overdreven.

Tel je Amsterdamse zegeningen.

Des te verheugender is het om te horen dat VVD-autoriteit Ivo Opstelten zijn partijgenoot Geert Dales, als wethouder een van de hoofdverantwoordelijken voor het debacle, nog altijd ‘ministeriabel’ acht. Misschien iets voor de coalitie met de PVV, zoals bepleit door Hans Wiegel?

Of Job Cohen nog altijd ‘minister-presidentiabel’ is, moeten we afwachten, maar ik vermoed dat ook hij zich niet meer al te veel nieuwe instortingen langs het traject kan veroorloven.

De vraag is: wat nu? Die lijn schijnt er toch te moeten komen, omdat „we er al zoveel geld aan hebben uitgegeven”. Vreemd argument. Ik ken heel veel mensen die hun relatie hebben beëindigd, ook al hadden ze er in de loop der jaren tonnen in geïnvesteerd. En zelf ben ik van plan mijn verwarmingsketel binnenkort uit het raam te gooien, omdat ik er net voor honderden euro’s aan heb laten versleutelen en ik desondanks nog steeds verdoofd door de kou dit stukje zit te schrijven – wat hoop ik niet te merken is.

Over de toekomst bevat het rapport van de enquêtecommissie een onheilspellende passage bij „conclusie 32”.

„De raad heeft onvoldoende inzicht in de risico’s van het boorproces en de mogelijke beheersmaatregelen. De raad heeft zich niet uitgesproken over welke schades maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Dit brengt de voortgang van het project NZL bij toekomstige incidenten in gevaar.” Dit slaat op de aanleg van de boortunnel, het moeilijkste deel van het project, die in maart moet beginnen. De boor van 85 meter is al gearriveerd en staat als een ondoorgrondelijk monster gereed om toe te happen. Ik las dat men nog een naam voor het dier zoekt. Mijn suggestie: ‘de wethouder’.

Iedereen langs de lijn kan rustig doorslapen, hoorde ik een van de uitvoerders zeggen, „al zal er misschien wel ergens een deur gaan klemmen”. Het citaat is genoteerd en zal misschien ooit nog eens opgegraven moeten worden.

De enquêtecommissie vindt dat de gemeenteraad tevoren moet bepalen hoeveel schade de boor mag aanrichten. Oftewel: hoeveel deuren mogen er gaan klemmen? Stel nu eens dat ik daar toevallig rondloop op het moment dat het bovengrondse deel van de boor omvalt. De boor knakt mijn schouder, verder blijf ik ongedeerd. Maatschappelijk aanvaardbare schade? Ik vrees van wel.

Maar twintig meter verderop wordt ook Geert Dales, nog altijd nieuwsgierig naar de voortgang van ‘zijn’ project, neergemaaid. Hij breekt beide benen. Toelaatbaar?

Ik maak het moeilijker. De boort boort zich ook diep in burgemeester Cohen, die net besloten had zich niet meer zo afstandelijk ten opzichte van het project op te stellen. En wie staat daar op de Dam, je zult het altijd zien, argeloos haar verbouwde paleisje te bewonderen, terwijl achter haar die boor vredig zoemend komt aangezwenkt?

Dit lijkt mij een deur te veel.

    • Frits Abrahams