Achterkant van cijfers

Meevallen is een groot woord, nu duidelijk wordt dat de economie dit jaar 2009 met 4 procent zal krimpen. Maar de jongste ramingen suggereren wel hoop voor de nabije toekomst. Het Centraal Planbureau (CPB) laat in zijn jongste prognose weten dat het voor 2010 een bescheiden economische groei van 1,5 procent verwacht.

Vorige week voorzag ook De Nederlandsche Bank (DNB) dat er volgend jaar weer sprake is van groei, met 0,7 procent, gevolgd door een verder herstel met 1,2 procent in 2011.

Nu zijn prognoses niet erg betrouwbaar in tijden van grote ophef in de wereldeconomie. De marges zullen dan ook fors zijn. Het is mogelijk dat het herstel net zo hevig blijkt als de klap was. Het kan ook heel goed dat de recessie een tweede bedrijf krijgt. De veilige middenweg is een periode die een jaar geleden door econoom en belegger Mohamed El-Erian ‘het nieuwe normaal’ is gedoopt: een lange fase die wordt gekenmerkt door een relatief lage economische groei en inflatie, waarin de wereldeconomie herstelt van de ramp die zij over zichzelf heeft afgeroepen.

Op het oog verheugend is dat in Nederland de gevolgen van de recessie voor de werkgelegenheid meevallen. Het CPB voorzag een half jaar geleden nog dat er in 2009 gemiddeld 425.000 werklozen zouden zijn en dat dit aantal in 2010 zou toenemen tot 730.000. Dat zou neerkomen op een werkloosheid van een schrikbarende 9,5 procent. Die getallen zijn nu bijgesteld tot respectievelijk 380.000 en 510.000, waarbij het laatste staat voor een percentage van 6,5 procent. Dit verschil is enorm.

Hoewel het CPB de redenen uitgebreid toelicht, zal het Planbureau de eigen systematiek moeten heroverwegen. Overwerk loopt terug, ouderen treden eerder uit, studenten plakken er nog een jaartje aan vast en herintredende vrouwen wachten af. Dat komt niet of nauwelijks in de statistieken terug. Maar daarmee is het probleem niet weg.

Bijzondere aandacht verdienen de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), dat legioen van ‘eenpitters’ die worden opgevoerd als voorhoede van de flexibele economie en die terug te vinden zijn in de dienstverlening en vooral de bouwsector. De zzp’ers lijken als een soort donkere materie in de statistiek en de economische modellen te huizen: ze bestaan alleen als ze aan het werk zijn. Dat vraagt om verbetering, want hier is nauwelijks beleid op te maken.

Met zijn relatief lage werkloosheidscijfers steekt Nederland gunstig af bij de rest van de industrielanden. Maar er is wel een verschil tussen de cijfers en de werkelijkheid.

Het belangrijkste gevolg van het verlies van arbeid – of dat nu tijdelijk is of werkelijk door ontslag wordt veroorzaakt – is een daling van het toekomstige inkomen. Daar zal ook een slanke verzorgingsstaat zich om moeten bekommeren.

Het verschijnsel van uitgestelde of onzichtbare werkloosheid moet dan wel adequaat kunnen worden waargenomen. Het ‘nieuwe normaal’ geldt voor iedereen, ook voor degenen met wie het ogenschijnlijk goed gaat.