Wie (oud) verdringt wie (jong)

De Rotterdamse haven trekt jongeren aan omdat het eigen personeel snel vergrijst.

Niets van waar, zeggen de ‘ouderen’. Zo wil men gewoon dure havenarbeiders lozen.

Er is iets veranderd aan Jeffrey Poelstra (24). Hij draagt nog jeans, sportschoenen en een zwarte eskimojas. En af en toe gaat hij stappen met de ‘gabbers’ uit Rotterdam-Zuid, maar niet meer zo vaak als vroeger. Jeffrey was, wat arbeidssociologen noemen, een „kansloze jongere”.

Hij verliet school op zijn zeventiende. Met een diploma vmbo op zak. Hij wou maar één ding: geld verdienen. En liefst zo snel mogelijk. Maar hij verzeilde van de ene slecht betaalde baan in de andere. Zijn zelfvertrouwen kreeg een forse deuk. Tot hij vorig jaar aan de slag kon in de haven van Rotterdam.

Jeffrey kwam bij ‘Revit’ terecht, een ‘begeleidingsprogramma’ voor ongeschoolde jongeren. Eén dag per week zit hij nu in de schoolbanken, om zijn mbo te halen. De resterende werkdagen is hij actief als sjorder op mastodontschepen die aanmeren in de haven: de lading muurvast zetten of in een mum van tijd losdraaien, dat is nu zijn specialiteit. De baan – een tijdelijk arbeidscontract – heeft Jeffrey veranderd.

Hij gaat nu naar de fitness, speelt straatvoetbal en volgt een cursus Thai-boksen. Hij voelt er zich zelfverzekerder door.

Jongens zoals Jeffrey zijn voor de haven economische noodzaak geworden. Het is crisis, zeggen de Rotterdamse werkgevers, maar dit verandert niets aan het feit dat er straks een groot aantal havenwerknemers met pensioen vertrekt. De werkgevers willen dit probleem tijdig ondervangen door nu al jongeren te werven.

Niets van waar, zeggen oudere havenwerkers. De crisis wordt volgens hen misbruikt om ‘dure’ havenarbeiders te lozen. „Er is een werkverdringing op grote schaal aan de gang”, zegt Bert Voogt, die samen met een groepje oud-werknemers van de failliete havenpool SHB het comité Solidaire Haven heeft opgericht. „We worden op straat gezet.”

De actiegroep neemt het niet dat er tientallen miljoenen aan belastinggeld in de haven worden gepompt om kansloze jongeren op te leiden tot havenwerknemer, terwijl er honderden havenwerknemers in de WW zitten. „We hebben niets tegen die kansarme jongeren”, zegt Voogt. „Maar zij krijgen geen fatsoenlijke contracten en bedreigen de banen en arbeidsvoorwaarden van de ouderen.”

De kwestie lokt scherpe reacties uit in de Rotterdamse gemeenteraad. „De crisis mag niet misbruikt worden om goedgeschoold havenpersoneel bij het vuil te zetten”, zei SP-lijsttrekker Leo de Kleijn. Ook D66 liet zich niet onbetuigd. „Er is iets mis in de haven”, zei fractievoorzitter Salima Belhaj en zij eiste een diepgaand onderzoek.

Jurgen Troost, expert arbeidsverhoudingen bij het Havenbedrijf Rotterdam, is verwonderd over de commotie. In de eerste helft van dit jaar is de overslag in de haven met 13,3 procent gedaald, maar in dezelfde periode is het aantal banen bij het laden en lossen van schepen licht gestegen, zo blijkt uit cijfers die de gemeente Rotterdam onlangs verspreidde. „Dat bewijst dat nieuwe banen de oudere niet verdringen”, zegt hij.

Troost neemt de kwestie een beetje filosofisch op. „De haven is nooit een van de meest vooruitstrevende sectoren geweest. Ze neigt nog steeds naar het vroegere conflictmodel: de traditionele tegenstelling tussen werkgevers en werknemers en die tussen jong en oud. Dit is de oude economie. Die tijden komen niet meer terug.”

De klachten klinken het luidst bij oud-medewerkers van de havenpool. Door het omvallen van deze pool – die jarenlang personeel leverde voor het laden en lossen van zeeschepen – kwamen er begin dit jaar 440 havenwerknemers op straat te staan. Slechts een klein deel van hen kon opnieuw ingezet worden bij het nieuwe havenuitzendbureau Rotterdam Port Services (RPS).

Henk van Wilgen (57) is er één van. Hij kon aan de slag bij RPS omdat hij multi-inzetbaar is. Hij heeft een certificaat om met de containerlift of stradle carrier te rijden, weet hoe je een lading met spanschroeven en sjorstangen moet vastzetten en kan goederen op de kade vervoeren met de tugmaster. Velen van zijn collega zijn niet zo flexibel. „Zij vielen buiten de boot.”

Veertig jaar is hij al in de haven aan de slag en hij heeft zijn werkomgeving grondig zien veranderen. De opmars van de container en sowieso de technologische ontwikkeling hebben de taken van havenwerknemers uitgehold. „Ik heb mijn vader nog met een zak op de rug de ladder van een schip zien afdalen”, zegt hij. Toen werd er geladen en gelost in werkploegen van 22 man. „Nu wordt die hele klus geklaard met vijf man.”

De greep van de vakbond op de haven was toen ijzersterk. Om van hun boventallig personeel af te komen sluisden havenbedrijven hun ‘lastige’ en minder competente arbeiders door naar de havenpool. En onder druk van de vakbond voerden de havenbedrijven een formele wervingsstop door. „Er was personeel te veel en tot in de jaren negentig werd daarom bewust een beleid van vergrijzing gevolgd. Jonge schoolverlaters kwamen er niet in”, zegt Frans Dijkman, die het project Revit begeleidt.

Vergrijzing bleef daardoor jarenlang in de haven tikken als een demografische tijdbom, zonder dat er iets aan het probleem werd gedaan. „De laatste tijd is er een kentering merkbaar”, aldus Dijkman. „Bedrijven doen nu veel meer inspanningen om jongeren lekker te maken.” De kritiek die de oud-SHB’ers spuien op hun jonge collega’s, vindt hij dan ook niet terecht. „De geschiedenis wordt vervalst door die uitlatingen van de oude generatie.” Niet de jongeren hebben de ouderen uit de markt verdrongen. Precies het omgekeerde is gebeurd. De haven bleef jarenlang dicht voor jonge schoolverlaters.

In de ruim vijf jaar tijd dat hij nu met Revit actief is, heeft Dijkman circa 160 jongeren de stap zien zetten naar een carrière in de haven. „Van een grootschalige instroom is nog geen sprake”, zegt hij. En die jongeren kunnen volgens hem evenmin als goedkope arbeidskrachten beschouwd worden. „Zij ontvangen een maandloon van 1.600 tot 1.700 euro netto, conform de afspraken die in de cao zijn gemaakt. Dat lijken me aantrekkelijke voorwaarden.”

Dat de contracten tijdelijk zijn, ontkent hij niet. „Dat is niet meer dan logisch, gezien de economische omstandigheden”, aldus Dijkman. „Die jonge kerels doen werkervaring op en ze kunnen zich bijscholen. Op die manier verhogen ze hun marktwaarde. Zodra de economie weer aantrekt, is de kans groot dat zij vast in dienst zullen komen.”

    • Piet Depuydt