Waarom zijn de arbiters in de bokssport oud en klein?

Tanneke Wigersma uit Zwolle ziet op televisie dat scheidsrechters bij bokswedstrijden grijs, oud en klein zijn. Hoe kan dat?

„Onze scheidsrechters oud en klein? Dat valt wel mee hoor”, zegt Cem Dünar, secretaris van de scheidsrechterscommissie bij de Nederlandse Boksbond. Het valt ook mee, blijkt uit de cijfers. Van de 21 scheidsrechters die de bond telt, zijn er twee ouder dan zestig en vier zijn precies 60 jaar. De gemiddelde leeftijd is 50. „Zeven van de 21 hebben grijs haar.”

Zijn ze dan wel klein? Dünar: „Ik ben 1.75 en ik ben een van de kleinsten.” Misschien komt dat beeld van grijze, kleine scheidsrechters uit de VS? Kees van Sluijs is als scheidsrechter betrokken bij topwedstrijden en heeft vijf WK’s achter de rug. „In de top staan wel vooral ervaren scheidsrechters, en die zijn vaak wat ouder. Maar klein, nee, dat niet.”

Aannemelijker is dat het beeld bepaald is door films. En door één film in het bijzonder: Rocky (1976). Lou Filippo, die 2 november overleed, speelde in vijf Rocky-films de arbiter. Hij is een kop kleiner dan Sylvester Stallone (en die is met circa 1.75 al niet erg groot). De haardos van Filippo werd gedurende de Rocky-reeks dunner en lichter. Ook in Ali, Million Dollar Baby en Raging Bull zijn de scheidsrechters grijs dan wel klein.

Volgens regisseur David Lammers (boksfilm Langer Licht) is het filmisch prettig als de arbiter klein is, want dan is hij beweeglijker en snelle beelden zijn aantrekkelijk. Bovendien versterkt een kleine scheidsrechter het contrast met de grote boksers.

De keuze voor een kleine, grijze scheidsrechter heeft ook een historische achtergrond. In de jaren twintig en dertig was boksen in Amerika een joodse sport, legt Allen Bodner uit in zijn boek When boxing was a Jewish sport. In andere sporten hadden joden fysiek een achterstand, omdat ze niet zo groot waren. Na WOII raakte boksen bij hen uit de gratie, behalve in ondersteunende functies.

Dat bevestigt ook Aad Veerman, beschermheer van Bep van Klaveren. „In de jaren 60, 70 en 80 waren velen in de bokswereld, behalve de boksers zelf, joden.” De meesten zaten inmiddels al een tijdje in het vak. Logischerwijs lieten filmmakers zich door hen inspireren.

Marleen Luijt